The Curious Case of Benjamin Button
Sommige verhalen laten een diepe wens van de mens in vervulling gaan, om vervolgens te laten zien dat het resultaat ervan uiterst onplezierig kan zijn. Zulke verhalen kunnen gaan over altijd jong en mooi blijven (The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde) of over onsterfelijkheid (Janáceks opera De zaak Makropolous). De strekking is vaak: hoe afschrikwekkend ouderdom en sterven ook zijn, de mens kan niet bestaan zonder beperkingen. Dat het leven eindig is, geeft aan het bestaan pas betekenis.
Trailer van The Curious Case of Benjamin Button:
Een variant hierop is te vinden in The Curious Case of Benjamin Button, van regisseur David Fincher (Fight Club, Zodiac). De film gaat over een man die (in 1918) op de wereld komt als hoogbejaarde, elke dag een beetje jonger wordt, en sterft als zuigeling. Deze dure prestigefilm is inmiddels goed voor maar liefst dertien Oscarnominaties.
Het gegeven,ontleend aan een kort verhaal van F. Scott Fitzgerald, is prikkelend genoeg, maar de film is dat niet. Benjamin Button oogt prachtig, maar kabbelt drie uur lang voort zonder op enig moment echt dramatisch te worden.
In het verhaal van Fitzgerald, waarmee deze film slechts het idee en de titel gemeen heeft, heeft de held veel te stellen met een vijandige wereld, die niets moet hebben van zijn rare verschijning. In de film wordt Benjamin Button te vondeling gelegd, maar onmiddellijk liefdevol opgenomen door een jonge vrouw, die ook eens nog werkt in een bejaardentehuis, zodat hij zich onder lotgenoten bevindt. Geen conflict, geen drama.
De familie waarbij Benjamin Button onderdak vindt is zwart, wat wel heel clichématig is verbeeld; inclusief obligaat bezoek aan de gospelkerk. Wel weer helemaal ‘Obama’ is dat de film geen punt maakt van dit kleurverschil.
Een man waarbij het verouderingsproces is omgedraaid, zou toch een paar eigenzinnige ideeën moeten kunnen ontwikkelen over zijn plaats in de wereld. Helaas. Benjamin Button legt zich vanaf het begin gelaten neer bij zijn aandoening – een matte levenshouding die extra hinderlijk is door Brad Pitts emotieloze spel. Benjamin Button is net zo onschuldig en naïef als die andere merkwaardige tijdreiziger Forrest Gump. Dat is geen wonder, want scenarist Eric Roth tekende voor beide.
Fitzgerald liet in zijn verhaal zijn personage psychologisch met zijn omgekeerde levensfasen ‘teruggroeien’. Hij is een bittere mopperaar als bejaarde baby, en dol op jongensboeken als hij tegen de zeventig loopt. Die aanpak is nogal mechanisch, maar nog altijd beter dan de film die helemaal niets aan psychologische ontwikkeling doet. Benjamin Button maakt drie uur lang mentaal geen enkele verandering door: hij is en blijft op een onbestemde manier volwassen, een simpele ziel die tegelijk heel wijs is.
Voor zover er sprake is van enige dramatische spanning in de film, moet die komen van de vraag of Benjamin zijn jeugdliefde Daisy (Cate Blanchett) zal krijgen of niet. Maar Blanchett speelt zo dik aangezet en ze is zo zwaar opgemaakt, dat ze er bijna net zo onwerkelijk uitziet als het digitaal bewerkte hoofd van Pitt. Het ene prachtige plaatje volgt op het andere in The Curious Case of Benjamin Button, maar daar blijft het dan ook bij: een plaatjesboek.
