Spion van Oranje

Door Peter de Bruijn

Ze moeten bestaan, maar toch blijft het enigszins onvoorstelbaar: mensen die BN’ers als Paul de Leeuw, Jort Kelder, Gerard Joling en Patty Brard niet alleen avond na avond op televisie willen zien, maar ook nog eens op het bioscoopdoek.

Trailer van Spion van Oranje:


Regisseur Tim Oliehoek (Vet hard) trekt een heel blik televisiehoofden open in zijn ‘actiekomedie’ Spion van oranje. De meeste van hen spelen ongeveer zichzelf in kleine rolletjes. Hoofdrolspeler Paul de Leeuw niet; hij heeft ook meteen een dubbelrol. Hij is zowel de sneue homoseksuele modeontwerper François van Vliet, die een warme band heeft met zijn moeder (Nelly Frijda), als diens duivelse tweelingbroer Bruno von Lippe (met Prins Bernhardaccent), die heel Nederland in de Noordzee wil laten verdwijnen.

In de eerste scène gaat meteen het Paleis op de Dam de lucht in, spoedig gevolgd door de Euromast. Ook wordt er nog, lichtelijk gewaagd, heen en weer gezeuld met de koninklijke botten in de Delftse grafkelder van de Oranjes. In een kliniek voor plastisch chirurgie komt De Leeuw pardoes in de ton terecht waarin het afgezogen vet wordt verzameld, om vervolgens rond te lopen onder met vieze klodders in zijn gezicht. Zo gaat het een film lang door met humor in de categorie: lach of ik schiet.

Alles aan Spion van oranje is mijlenver over the top en tegelijk knullig Hollands. De Leeuw wist, hoewel geen acteur, toch een snaar te raken met zijn (best subtiele) bijdrage aan Alles is liefde. In Spion van oranje doet hij dat niet, daar is het cliché van de moederliefde van een homozoon te vet voor.

Spion van Oranje is meer een aaneenrijging van lollige scènes dan een film met een spanningsboog; de film lijdt daarnaast onder te veel bijfiguren, die te veel ruimte krijgen. De ambitie om James Bond te parodiëren mag er zijn, maar uiteraard ontbreekt het budget om het ook goed te kunnen doen doen. Regisseur Oliehoek omschrijft de film zelf als ‘plat vermaak’ en zo is het maar net.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief