Gran Torino

Door Coen van Zwol

Gran Torino zou de laatste rol zijn van de nu 78-jarige Clint Eastwood. Zoiets als Shootist (1976) waarmee John Wayne afscheid nam als stervende pistoolheld die niets te zoeken heeft in de nieuwe wereld van auto’s en elektriciteit – maar voor hij zijn laatste adem uitblaast een levensles geeft aan een melkmuil.

Trailer van Gran Torino:

Gran Torino lijkt een vergelijkbare zwanenzang voor Waynes erfgenaam als sterke, stille held. Maar onlangs krabbelde Eastwood terug: het is geen afscheid, het is meer dat er weinig geschikte rollen op hem afkomen. Sinds de eeuwwisseling legt hij zich uitsluitend toe op kribbige azijnpissers die nog iets willen betekenen: hier als mentor van een Vietnamese buurjongen.

Voor het eerst sinds het met Oscars bekroonde Million Dollar Baby (2004) staat Eastwood voor én achter de camera. Hij kon het script niet weerstaan, zegt hij. Eastwood is mopperpot Walt Kowalski, veteraan van de Koreaoorlog en van Fords lopende band te Detroit. We ontmoeten hem bij de begrafenis van zijn vrouw, waar hij tandenknarsend over de kerkbanken kijkt, zijn ogen tot spleetjes geknepen. Kowalski gromt als hij iets onwelgevalligs ziet, al klinkt dat ook als een machteloze zucht. Alles staat hem tegen: zijn vlezige, zelfvoldane zonen, zijn hebberige kleinkinderen met hun mobieltjes en navelpiercings, de mollige cherubijn van een priester die wauwelt over de „bitterzoete dood, bitter in de pijn, zoet in de verlossing”. Alsof zo’n „27-jarige maagd uit het seminarie” daar iets van weet.

Kowalski rest bierdrinken op de veranda en mopperen tegen zijn hond. Met name over de buren, want zijn wijk is overgenomen door Vietnamese Hmong. Spleetogen, gromt Kowalski; hij is niet zozeer een racist als wel van een politiek incorrecte generatie fabrieksarbeiders die elkaar joviaal uitschold voor stinkende Italiaan, domme Pool of bezopen Ier. Zijn trots is een Ford Gran Torino, waarin hij in 1972 de stuurkolom monteerde. Een dinosaurus als Kowalski.

Gran Torino, over het hoofd gezien voor de Oscars, is gebaseerd op een scenario van debutant Nick Schenk. Het bevat onsentimenteel commentaar op Amerika, op etnische wrijvingen en geweld. Maar het mist ook finesse, en doordat Eastwood scripts draait zoals hij ze krijgt, de film eveneens. Plausibel is het niet altijd. Zo schrikt Kowalski’s vileine gesnauw gek genoeg niemand af. Zijn kordate buurmeisje Sue niet, de frisse jonge priester niet: hij houdt de weduwnaar op verzoek van de overleden echtgenote in de gaten. En Thao evenmin, de timide buurjongen die Kowalski betrapt bij het stelen van zijn Gran Torino. Onder dwang van een jeugdbende, zo blijkt. Voor straf moet Thao klusjes opknappen voor buurman, die besluit dat het watje een cursus machismo verdient.

Haalt de bende verhaal en sneuvelt daarbij de tuinkabouter van Kowalski, dan jaagt hij ze met zijn karabijn op de vlucht. „Get of my lawn”, sist hij. „Spleetogen als jullie stapelden we in Korea vijf rijen hoog, als zandzakken.” Je ziet Dirty Harry voor je, Eastwoods inspecteur Callahan die vanaf de jaren 70 met zijn Magnum .358 het schorem van straat schoot. Dat is de bedoeling: Eastwood speelt wat lui met zijn iconografie. Zo redt hij Sue van een stel zwarte bullebakken met een variant op Dirty Harry’s „Go ahead punk, make my day.”

Zo vindt Thao zijn rolmodel, terwijl Kowalski smelt voor de dankbare buren die hem bedelven onder gastvrijheid. „Ik heb meer met deze spleetogen gemeen dan met mijn rotfamilie”, mompelt hij in de spiegel. Oma spuugt even venijnig op de grond als hijzelf: Kowalski wordt er multiculti van. Maar uiteraard escaleert het geweld. Wordt de confrontatie onafwendbaar, dan neemt het plot een wending die je van ver ziet aankomen als je slimmer bent dan ik. Verlossing komt niet uit de loop van een geweer, de dood is inderdaad zoet in zijn verlossing.

In zijn sublieme tragische western Unforgiven (1992) problematiseerde Eastwood de mythe van de lone rider. Gran Torino doet dat niet met Dirty Harry. Daarvoor is Kowalski te zeer een karikatuur. Eastwoods geschmier werkt: na al zijn treurige gegrom zie je Kowalski graag ontdooien. Het maakt Gran Torino een melodrama, een mooi melodrama. Ook John Wayne overdreef zichzelf in The Shootist.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief