Beyond the Game
De gamecultuur is groter dan die van muziek en film bij elkaar. Achter de console ontstaat de Nieuwe Mens, die leeft op een virtueel speelveld.
Trailer van Beyond the Game:
Cineast Jos de Putter heeft grote ambities met Beyond the Game, maar maakt ze niet waar. Zijn documentaire volgt twee topspelers in het onlinespel World of Warcraft III, wereldwijd door miljoenen mensen beoefend. De Nederlander Grubby (Manuel Schenkhuizen), geroemd om zijn creatieve, cleane stijl, verliest terrein op het Chinese trainingsmonster Sky (Li Xaofeng). In Grubby’s taal is Sky „de epitome van massale practice” en ”mindless drammen”. Warcraft heeft de jonge Chinees rijk en beroemd gemaakt.
We volgen de spelers, ouders, vriendinnen en veteraan MadFroG richting wereldkampioenschap. Winnaars en verliezers, tranen: ongetwijfeld de gladiatoren van de toekomst. Maar Beyond the Game blijft een losse schets van een subcultuur, geschikter voor tv dan de bioscoop.
De Putters geduldige, observerende stijl werkt ditmaal niet. Bij zijn wel geslaagde documentaire over Tsjetsjeense volksdansers in het verwoeste Grozny zag je hoe de hoofdrolspelers zichzelf realiseren in wat ze doen. Maar Grubby, Sky en consorten praten over Warcraft zonder dat je hun ‘virtuele speelveld’ begrijpt. Nu blijven het bleke jongens die abacadabra praten en achter schermen zitten terwijl de vingers van klikketieklik over toetsenborden razen. Het kan ook een verslag zijn van het wereldkampioenschap tien-vinger-blind-typen.
Beyond the Game kan niet in de schaduw staan van de prachtige documentaire King of Kong. Dat was een portret van rivaliteit en politiek binnen een subcultuur die tevens inzicht bood in hun gezamenlijke obsessie: het antieke computerspel Donkey Kong. In Beyond the Game leer je niks over het spel. En dring je ook niet echt door tot de hoofdrolspelers.
