Film als blingbling
Filmmaker Joost van der Valk filmde de criminele subcultuur van de Haagse Crips. In ruil toont hij ze in gangsta-poses. Interessant materiaal, dubieus gebracht.
Rotterdam, 25 maart. Soms ben je als filmmaker een soort blingbling. Zo vloog documentairemaker Joost van der Valk naar South Central in Los Angeles met een groep Haagse criminelen die zichzelf als Nederlandse afdeling van Amerikaanse jeugdbende Crips afficheren. „De Amerikaanse Crips waren onder de indruk”, zegt Van der Valk. „De Hagenaars hadden zich nogal uitgesloofd. Dure auto’s gehuurd, mooie kleren een zelfs een filmploeg mee.”
Vrijdag gaat op filmfestival van Breda de documentaire Crips: Strapped ’n Strong in première. Van der Valk volgde vanaf 2005 een groep Surinamers en Antillianen uit de Molenwijk die zichzelf Criminal Undaground Crips noemen. Het was rond 1994 even een mediahype: de jeugd in de Hofstad zou zich naar Amerikaans model per wijk organiseren in Crips (blauw tenue) en Bloods (rood tenue). Elke hangjongere waande zich even gangster, maar de mode waaide over.
Rapper Keylow en zijn kameraden namen het ‘gangbangen’ serieus. In 1994 stuntten ze met de kaping van een helikopter, daarna werden ze draaideurcriminelen, veroordeeld wegens drugshandel, wapenbezit, overvallen, moord en doodslag – of zelf doodgeschoten. De niet meer zo jeugdige Crips bevinden zich nu in de criminele middenmoot, schat Van der Valk in. „Geen miljonairs, maar zeker geen straatscharrelaars.”
Er is al een boek aan ze gewijd, nu dus een film. Crips. Strapped ’n Strong is boeiend op een dubieuze manier. Van der Valk valt met de deur in huis: bendeleider Keylow die een flatje binnenwandelt, de laminaatvloer vol bloedvegen. „Wel duidelijk wat hier gebeurt is toch? Een deal die fout ging.” De Amerikaanse gangsta-praatjes klinken in de aangeharkte stadsvernieuwingswijken soms potsierlijk, maar lang niet altijd.
Van der Valk krijgt bloed, wapens en drugs te zien, maar streelt in ruil de ijdelheid van de Haagse Crips. In videoclip-achtige intermezzo’s mogen ze onder licht-spotjes hun spierbundels en tatoeages tonen of als crimineel meesterbrein achter een glazen schaakbord poseren. „Een knipoog naar de hiphopcultuur”, zegt de filmmaker. „Ik hoor bij voorvertoningen dat ik criminelen verheerlijk. Feit is dat je de jongens hoe dan ook romantiseert als je een film over ze maakt.” Hoeveel hadden zij over de film te zeggen? „Ik heb lange tijd tweemaal per week vijf uur met Keylow aan de telefoon gehangen. Uiteindelijk zijn we het eens geworden.”
Er komt nogal wat illegaals in beeld: vuurwapens, gestolen waar, zakken Nederwiet en pillen, stapels bankbiljetten en cocaïne die in rolletjes wordt gestampt. Politie-invallen bij de Crips liggen na de première voor de hand, denkt Van der Valk. „Maar als bewijs zijn de beelden weinig waard.”
Een fly on the wall worden, dat zat er niet echt in. „Je krijgt te zien wat ze willen tonen. Zo wilden ze beslist hun vrouwen niet in beeld. Jammer, ik had ze graag op de bank gefilmd terwijl ze een dvd’tje kijken. The Sopranos was zo goed omdat je Tony Soprano in ochtendjas zijn krantje ziet pakken. Nu komen ze over als harde kerels. Dat vinden ze heerlijk.”
Bendeleider Keylow domineert met Haagse bluf en Black Power-praatjes, de bijfiguren zijn veel interessanter. Santos, die wegens een crimineel geschil ondergedoken zit en ’s nachts stiekem verjaardagscadeautjes voor zijn dochtertje over het hek van zijn achtertuin slingert. Main-C, die een gedoemde poging doet op het rechte pad te blijven. Mooi materiaal, in BNN-stijl gebracht. Had Van der Valk niet meer met de Crips op stap gewild? „Liever niet. Dan wordt het als die Belgische film C’est arrivé près de chez vous, waar een cameraploeg een seriemoordenaar volgt en medeplichtig wordt.”
