The Reader
De Duitse auteur Bernhard Schlink wilde het zelf: een internationale productie, gebaseerd op zijn bestseller Der Vorleser uit 1995. Hij wilde geen Duitse film, maar een Engelstalige.
Zijn keuze om een zo groot mogelijk publiek te bereiken heeft wel enige nadelen. Het grootste probleem van de filmversie zijn de accenten van de acteurs. Kate Winslet spreekt Engels met dat typische Duitse accent dat al decennia gangbaar is als Hollywood films maakt waarin de Tweede Wereldoorlog een rol speelt. Ze modelleerde het op verzoek van regisseur Stephen Daldry (Billy Elliot, The Hours) naar het accent van David Kross, haar jonge Duitse tegenspeler. Kross sprak voordat de opnames begonnen nauwelijks Engels, waardoor hij het zwaarste accent heeft. Begrijpelijk. Onbegrijpelijk is het dan weer dat Ralph Fiennes accentloos Engels spreekt. Zo’n potpourri aan accenten werkt wat verwarrend, maar het is Schlinks keuze, die we dan maar moeten respecteren.
Trailer van The Reader:
De sentimentele, vaak erg sturende muziek van Nico Muhly is ook zo’n element dat je als ‘typisch’ Hollywood zou kunnen bestempelen. Emoties dienen nou eenmaal gemanipuleerd te worden, het liefst met zo grof mogelijke middelen. Dat de subtiliteit en terughoudendheid van het boek hiermee geweld wordt aangedaan, nemen de makers op de koop toe.
Voor wie zich kan neerleggen bij deze bezwaren, volgt een redelijk getrouwe boekverfilming die ontroert en ontregelt. Ondanks het glossy uiterlijk snijdt de film wel degelijk belangrijke kwesties en vragen aan die je aan het denken zetten.
De door de Britse toneelschrijver David Hare geschreven film begint met shots van de volwassen Michael Berg (Ralph Fiennes) die toekijkt hoe een minnares zijn huis verlaat. Shots van Berg die met misprijzen kijkt naar het onopgemaakt achtergelaten bed en een keurig opgeruimd bureau maken meteen duidelijk dat hij is geobsedeerd door orde en regelmaat. Dan staart hij uit het raam, naar zijn jongere zelf.
Het is 1958. De vijftienjarige Michael (David Kross) zit doodziek in de tram. Hij stapt uit en moet overgeven in een portiek. Een daadkrachtige vrouw vangt hem op, spoelt met emmers water het braaksel weg en helpt hem. Ze heet Hanna Schmitz (Kate Winslet won een Oscar voor haar veeleisende rol en laat uitstekend haar stemmingswisselingen zien) en als hij haar later opzoekt om haar te bedanken, ontstaat er een relatie tussen de puber en de ruim twintig jaar oudere vrouw. Hun afspraakjes verlopen volgens een vast patroon. Als haar werk als tramconductrice erop zit, treffen ze elkaar. Ze nemen een bad, dan leest hij haar voor en na afloop vrijen ze. Dit gaat een tijd zo door, totdat ze spoorloos verdwijnt, tot groot verdriet van Michael.
Jaren later ziet hij haar terug. Hij is dan een rechtenstudent die een proces bezoekt waarbij enkele voormalig concentratiekampbewakers terechtstaan. Een van hen is Hanna Schmitz: Michaels grote liefde is een oorlogsmisdadigster. De gevoelens van schaamte en verwarring die dat met zich meebrengt vormen de kern van de film (en het boek). Kun je begrijpen wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd? En betekent de poging tot begrip, het je verplaatsen in de daders, dat de ernst van hun daden vermindert? Kun je nog van iemand houden van wie je weet wat voor gruwelijks ze op haar geweten heeft? Vragen waarop het antwoord niet eenduidig kan zijn.
Schlink schrijft in De voorlezer: „Wat moest en moet mijn generatie, die na de oorlog is opgegroeid, eigenlijk beginnen met de informatie over de verschrikkingen van de vernietiging der joden? We moeten niet denken dat we kunnen begrijpen wat onbegrijpelijk is, mogen niet met elkaar vergelijken wat niet vergeleken kan worden [] Moeten wij alleen maar vol ontzetting, schaamte en schuld tot zwijgen vervallen?”
De film is het ontkennende antwoord op die vraag. Alleen jammer dat Daldry’s verfilming van Schlinks uitgebeende boek niet even nuchter en zonder franje is. Zo is de camerabeweging langs de berg achtergebleven schoenen in het concentratiekamp dat Michael bezoekt behoorlijk kitscherig, toch grijpt dit zinnebeeld van de verschrikkingen van de Holocaust aan. Het tekent deze productie: er is op alle fronten water bij de wijn gedaan. Maar al met al blijft de intensiteit overeind. En dat is al heel wat.
