Che, Part Two

Door Coen van Zwol

De guerrilla is bij de boeren als een vis in het water, schreef Mao. Che, Part Two is kijken naar een vis op het droge. Hij spartelt, hapt naar adem, stuiptrekt en sterft.

In deel één van het tweeluik van regisseur Steven Soderbergh, nog in elf bioscopen te zien, zagen we Ernesto ‘Che’ Guevara triomferen in Cuba. Nu volgt zijn falen in Bolivia. Opnieuw ontbreken close-ups, psychologie of moraal, zien we slechts het continue, urgente heden van een man in actie. Maar als zijn beul in het schoollokaal van La Higuera zijn pistool op hem richt, beleven we dat opeens door de ogen van Che. We horen het schot, de camera kantelt en valt. Legerlaarzen, gereutel, nog een schot.

Trailer van Che:

Een stijlbreuk van Soderbergh, die toch past in zijn onsentimentele, quasidocumentaire stijl. Juist bij de executie van Che ligt immers edelkitsch op de loer. Maar we zien hem niet sterven, zijn lijk blijft verborgen onder een dekzeil als hij per helikopter naar de stad Vallegrande vliegt – het spiegelbeeld van zijn bootreis met de Granma naar Cuba, elf jaar eerder.

Che is dan op weg naar de onsterfelijkheid. Hij werd een duurzaam icoon door twee foto’s. De eerste van Alberto Korda uit 1960, waar Che vastberaden en toch gevoelig in de verte staart: de revolutionair met de dichtersziel. En Che op 9 oktober 1967, maffioos neergeknald en opgebaard in Vallegrande, omringd door zelfingenomen Boliviaanse officieren die willen tonen dat de charismatische stokebrand echt dood is. Dat de mise en scène iedereen zal herinneren aan Christus na de kruisafneming weten ze nog niet. Noch dat zo een wereldwijd symbool van jeugdig idealisme en rebellie is geboren, en in Bolivia Sint Che van La Higuera, die boeren helpt verdwaalde geiten terug te vinden. Che zelf zou ervan hebben genoten: in zijn dagboeken maakte hij zich vaak druk om zijn dood, met name om de vorm, de pose.

Het is prijzenswaardig dat Soderberghs film zich verre houdt van bidprentjes. Che: Part Two gaat over zijn mislukte guerrilla in Bolivia in 1966-1967. De oorzaken zijn bekend: overmoed, slechte organisatie, tegenwerking van lokale communisten, onverschilligheid van Boliviaanse boeren en een effectieve klopjacht van het door Amerikaanse specialisten gedrild leger. Alles wat in Cuba lukte, keert zich ditmaal tegen Che. Zo liet de astmalijder na de landing op Cuba zijn medicijnen achter om een kist munitie te dragen: de astma-aanvallen die onvermijdelijk volgden, staalden zijn wilskracht. Maar in Bolivia moet Che toegeven dat het achterlaten van zijn medicijnen een blunder is. Hij mist scherpte, hapt naar adem en moet op een ezeltje rijden, dat hij op zeker moment gefrustreerd met een mes te lijf gaat.

In Cuba zien we een verspreid groepje rebellen zich hergroeperen, steun winnen en een volksbeweging losmaken: een stroompje ontketent een tsunami. Deel twee gaat juist over een stroompje dat opdroogt, over isolement en verdeeldheid; de rebellen worden opgejaagd, uitgedund, verraden. Boeren verstoppen legersoldaten voor hen, kijken dof toe bij toespraken over landhervorming en gezondheidszorg. Vissen op het droge. Zelf het landschap is vijandig: in Cuba vochtige, groene bossen, in Bolivia droogte, stof en dorre struiken.

Che dacht in Cuba een universeel guerrillarecept te hebben gevonden: zijn zogeheten foco-theorie. Dat veronderstelde zelfverloochening: in Bolivia belooft Che zijn strijders lijden, honger, ziekte, dood. „Jullie worden menselijk afval.” Als ze winnen althans; geen wonder dat ze gewoon niet doorhebben dat ze verliezen.

Soderbergh laat de nare kanten van Che onderbelicht. We zien weinig van de doctrinaire fanaticus die meer van de mensheid hield dan van mensen, van de kille drilsergeant die deserteurs eigenhandig executeerde en trots in zijn dagboek schreef daarna als een roos te hebben geslapen. En evenmin de grootinquisiteur die ‘reactionairen’ tegen de muur zette.

Wel zien we Che voor zijn gedoemde missie afscheid nemen van vrouw en kinderen: familiegeluk opgeofferd aan een ideaal. Een contrast met vriend Fidel Castro, die hier al een breedsprakige bullebak is die wauwelt over het recept voor bechamelsaus en Mohito’s. Zo blijft Che op afstand van de totalitaire dictatuur die hij op Cuba hielp vestigen. Maar evenmin bezondigt Soderbergh zich aan goedkope heroïek. Als Che heldhaftig overkomt: dat was hij. Maar helden sterven niet altijd voor de goede zaak.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief