Still Walking

Door Dana Linssen

Eindeloos worden er wortels geschrapt, ramenassen in schijfjes gehakt, bonen gepeld en gedelibereerd over het beste recept voor maïstempura. Eten is leven en bij gebrek aan leven kunnen we altijd nog eten.

In het etmaal dat de nieuwste film van de Japanse filmmaker Kore-eda Hirokazu (1962) duurt, is er na de maïstempura nog sushi, en crèmedonuts en ijs, en dan moet de echte maaltijd nog worden opgediend. Al dat voedsel dat zo achteloos door de film heen wordt gestrooid maakt Still Walking rijk, levendig en vitaal. Deze film is er om het bestaan te vieren.

Trailer van Still Walking:

Still Walking volgt in de beste traditie van het Japanse familiedrama de wederwaardigheden van een uiteengevallen gezin met volwassen kinderen dat eenmaal per jaar bijeenkomt om de voortijdige dood van oudste zoon en broer Junpei te herdenken. Het wordt nooit helemaal duidelijk wat er vijftien jaar eerder is gebeurd. Er is de suggestie van zelfmoord, maar ook van een leven dat hij heeft gered, en zelfs de gruwelijke vraag of die twee levens wel tegen elkaar opwegen. Dat is een rode draad: waarom zou je brieven schrijven die niemand leest, vraagt stiefkleinkind Atsushi. En je ziet zijn nieuwe vader en grootvader denken: en waarom zou je jaar in jaar uit iemands dood herdenken als er na dit leven misschien wel helemaal niks is?

Er is oud zeer en nieuwe pijn en kleine generatiekloofjes die zo kunnen zeuren en schrijnen terwijl ze verder niks te betekenen hebben. Behalve dat ze er zijn.

Kore-eda baseerde de film op de roman die hij kort na de dood van zijn beide ouders schreef om in het reine te komen met het schuldgevoel dat hij, een afwezige oudste zoon, te weinig contact met hen had gezocht.

En natuurlijk is zijn film een ode aan het werk van grootmeester Ozu, wiens Tokyo Story (1953) de oerversie is van alle Japanse familiedrama’s en op wiens werk de laatste jaren door zoveel toonaangevende filmmakers overal ter wereld wordt teruggegrepen. Al is Still Walking een Tokyo Story in omgekeerde volgorde: weliswaar gaat het over traditie versus vooruitgang, stad en platteland, maar ditmaal zijn het zoon Ryota en zijn echtgenote die aan het begin van de film de lange treinreis aanvaarden die hen uiteindelijk het herinneringenlandschap van hun jeugd zal doen binnenrijden. Hoe effectief dat beeld ook vijftig jaar na dato nog is, niks geen valse romantiek bij Kore-eda. Zuster Chinami komt gewoon met haar man, de autoverkoper, in hun spiksplinternieuwe SUV. Sneller.

Met die complexe ontstaansgeschiedenis in het achterhoofd werkt het louterend om te zien hoe licht en terloops Still Walking is. Eigenlijk is elke beeld een klein, bijna niet ter zake doend stilleven: van een bosje bloemen op een tafel in de avond, van een kast, een portret in een lijstje, een deur in de gang, alsof alle dingen in het ouderlijk huis een soort geheugencellen zijn waarin de gemeenschappelijke geschiedenis van deze mensen is opgeslagen.

Alsof de levenden daar als een soort intermediairs tussen de doden leven. En door net zoals zijn grote voorbeeld Ozu vernuftig gebruik te maken van de visuele mogelijkheden die zo’n Japans huis biedt met al z’n schuifdeuren en doorkijkjes, kan Kore-eda heel veel over de onderlinge verhoudingen tussen deze mensen vertellen, zonder er één woord aan vuil te maken.

Van Kore-eda zijn we gewend dat zijn films melancholisch gadeslaan hoe de tijd overgaat in vergetelheid en hoe we met behulp van onze herinneringen koppig proberen om dat proces te stoppen. Nederlandse filmliefhebbers zijn in de gelukkige omstandigheid dat ze Kore-eda’s speelfilms vanaf zijn fictiedebuut Maborosi (1995) tot en met het waar gebeurde relaas over in de steek gelaten kinderen Nobody Knows (2004) hier in de bioscopen hebben kunnen leren kennen. Zijn nieuwste, en meest persoonlijk film Still Walking heeft het vermogen om een nieuw en breder publiek aan te spreken dan die trouwe basis van bewonderaars van de Aziatische contemplatieve film.

Om te beginnen natuurlijk omdat iedereen er zijn vader, zijn moeder, zijn broer en zijn zus wel enigszins in herkennen zal. Maar er is meer, al moet je daar misschien een beetje je best voor doen. Hoe meer je erin slaagt je verlangen naar plot en logica te laten varen en je over te geven aan de vanzelfsprekendheid van de observaties, hoe meer je met een glimlach beloond wordt voor de kwikzilverige misère van deze met de moed der wanhoop geleefde levens.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief