Buddenbrooks

Door Coen van Zwol

Van Buddenbrooks , de ideeënroman uit 1901 van de 25-jarige Thomas Mann, kun je een mooie miniserie maken. Voor een bioscoopfilm bevat het te veel: personages, geschiedenis, observaties, ideeën.

Trailer van Buddenbrooks:

Buddenbrooks beschrijft de ondergang van een koopmansgeslacht uit Lübeck in de negentiende eeuw. Dat stond voor de verdringing van de patriciërs-koopliedenstand door de kapitalistische bourgeoisie: de vulgaire Hagenströms met hun scherpe ellebogen. De Buddenbrooks zijn stadsadel, ze maken hun privéleven ondergeschikt aan dynastieke belangen. Al gaat dat wel steeds moeizamer, wat Mann niet tragisch vond: zelf was hij immers een artiest die weigerde in het familiebedrijf te treden. Mann zag het eerder als een sociale wetmatigheid: omdat de Buddenbrooks zo beschaafd zijn, verliezen ze scherpte als kooplui. Beschaving en decadentie zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Televisiemaker Heinrich Breloer, ook al een zoon die artiest werd en geen zakenman, is een Thomas-Mannfanaat; in de miniserie Die Manns, ein Jahrhundertroman, mengde hij virtuoos film en documentaire. Buddenbrooks, zijn eerste bioscoopfilm, beperkt zich tot drie generaties. Johannes (Armin Mueller-Stahl) doet zijn handelshuis over aan zijn zwaarmoedige zoon Thomas (Mark Waschke), die door plicht wordt gedreven. Thomas huwt een kille Hollandse: van zijn muzikale zoon Hanno maakt zelfs plichtbesef geen koopman. Intussen vlucht broer Christian (August Diehl) in drank en hypochondrie en mislukken het huwelijk van zus Tony (Jessica Schwarz). Zo ligt ongemerkt de bijl al aan de stamboom.

Tweeënhalf uur is lang, toch lijkt Breloer na de statige introductie de finale af te raffelen. Het is te weinig tijd om Mann recht te doen, net genoeg voor een solide drama over een generatiefrictie en noodlot. Visueel is Breloer minder sterk dan als acteursregisseur. Historie wekt hij tot leven met geijkte middelen: een bal om de hoofdrolspelers te introduceren, interieurs vol kant, korsetten en kaarslicht, herhaalde buitenshots van torenspitsen en de Holstentor van Lübeck - de VVV is hem dankbaar. Onheil kondigt zich aan met zwarte wolken, onweer en open waaiende ramen. Dan weet je het wel, zeker als Thomas mompelt: „als het huis klaar is, volgt de dood.”

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief