Three Monkeys
Het laatste beeld is van ongewone zeggingskracht. Een man kijkt vanaf het balkon roerloos naar de horizon, waar onweerswolken naderen. Droevig, verlangend; wie zal het zeggen. Alles beweegt: schepen op de zee, een trein op de rails, auto’s op de snelweg. Behalve de man.
Three Monkeys van de Turkse regisseur Nuri Bilge Ceylan is een duister, hypnotiserend portret van een gesloten, bewegingloos gezin in een stad vol beweging. In hun muffe appartement draaien ze als schimmen om elkaar heen, verraden elkaar, doorzien dat, klampen zich aan elkaar vast. Want de drie aapjes van de titel, dat zijn horen, zien en zwijgen. Zo potten vader Eyüp (Yavuz Bingol), moeder Hacer (Hatice Aslan) en zoon Ismael (Rifat Sungar) hun gevoelens al heel lang op. Elk woord is er één teveel, bedreigt de status quo.
Trailer van Three Monkeys:
Regisseur Nuri Bilge Ceylan is geen vrolijk mens, zo bleek onlangs ook uit een interview in Cultureel Supplement. Als filmmaker tovert hij de kijker beeldpoëzie voor die in zijn compromisloze melancholie vergelijkbaar is met de Russische meester Aleksandr Sokoerov, wiens voorkeur voor dreigend grommende onweersluchten hij deelt. En net als bij Sokoerov lijken zijn films meer mainstream te worden. Na een aantal autobiografische films bevolkt hij Three Monkeys met fictieve karakters en een plot dat draait om misdaden en lijken. Three Monkeys is vreemde thriller waarin alle actie buiten beeld plaatsvindt. De camera registreert de afloop: een dood lichaam op straat, een blauw oog. En toch bouwt Ceylan met lange close-ups en stiltes een wurgend soort suspense op.
Het is een film die je echt op een groot doek moet zien: voor de televisie raak je afgeleid, verlies je het geduld. En dan mis je echt iets. Met een woord als meesterwerk moet een recensent zuinig zijn. Hij mag het hooguit een keer of drie per jaar gebruiken; als een film als Three Monkeys voorbij komt, die in Cannes een Gouden Palm won voor beste regie.
Het draait dus om een gezin van drie. Vader Eyüp werkt als chauffeur voor de zelfingenomen politicus Servet, die op een avond slaperig een voetganger doodrijdt. Servet vraagt zijn chauffeur dan om tegen betaling de schuld en de celstraf op zich te nemen. Maar terwijl vader in de cel zit, raakt de richtingloze zoon Ismail in problemen. Hij wil een auto kopen om geld te verdienen als taxichauffeur, moeder Hacer bezoekt het kantoor van politicus Servet voor een voorschot. En valt meteen voor de zweterige charme en de praatjes van deze laffe bullebak. „Ik ben een heel gevoelig mens. Ik huil om het minste of geringste.”
Servet is een steen in de stille vijver van dit gezin dat al zolang om elkaar heen draait dat er tussen hen niets geheim kan blijven. Eyüp beseft Hacers overspel al wanneer hij in de gevangenis hoort dat zijn vrouw Servets kantoor bezocht. De rode pornolingerie die ze draagt als hij vrijkomt, wekt nog meer wantrouwen. Eyüp begeert zijn vrouw en wil haar vermoorden, hij twijfelt tussen wurgen en de liefde. Verraad roept om wraak, maar wraak is het einde.
De verdiensten van deze film zijn eenvoudig aan te wijzen. De zorgvuldige kaders, die Ceylans achtergrond als fotograaf verraden, met karakters die net te ver naar de rand van het beeld overhellen. De gemanipuleerde beelden met groenige nachten, gebleekt daglicht en binnenshots in smoezelig bruin, grijs en groen. Alles lijkt gefilmd door een zonnebril, behalve het daglicht dan. En toch glinstert Three Monkeys bijna, alsof hij niet op een wit doek maar op leer wordt geprojecteerd. En dan de soundscape, die de geluiden van de stad isoleert en dichterbij haalt: een krijsende vogel, een kreet, hondengeblaf. Het versterkt de atmosfeer van benauwdheid en isolement.
Bovenal zit het hem in de filmische manier waarop Ceylan zijn verhaal vertelt. Zijn karakters spreken weinig: ze zeggen het met een knikje of een trillend ooglid tijdens een van die vele talmende close-ups. De running gag, een popliedje dat als ringtoon op het mobieltje van moeder haar onvervulde verlangen accentueert, krijgt gaande de film steeds meer diepte: „Ooit smelt je hart als een kaars/En staat de wanhoop voor jouw deur/En wacht daar als een slaaf.”
Het onverwerkte trauma, een zoon die ooit verdronk, blijft onbesproken. Vader en de andere zoon verzorgen zijn graf; als zij over leven of dood beslissen, doemt zijn druipende schimmetje op, in een ooghoek of een halve droom. Een magisch-realistisch element dat een breuk vormt in de atmosfeer, maar zonder woorden van alles uitlegt. Zoals slechts enkele woorden genoeg zijn om over leven of dood te beslissen: „Doe niet zo gek. Kom naar binnen.”
En daarna kunnen de ramen weer dicht, de vitrages weer naar beneden.
