La fille du RER
La fille du RER, de nieuwe film van de Franse regisseur André Téchiné, is voortdurend in beweging. De film is gebaseerd op een waargebeurd incident in 2004, toen een jonge vrouw in Parijs aangifte deed van een antisemitische aanslag in de trein, inclusief snijwonden en op haar buik getekende hakenkruisen, een voorval dat ze volledig bleek te hebben verzonnen. De lichte verwondingen had ze zichzelf toegebracht, de hakenkruisen zelf getekend.
De plaats waar de aanslag zou zijn gepleegd, is voor Téchiné niet zonder betekenis. De personages in de film zijn zich voortdurend aan het verplaatsen: niet alleen per trein, maar ook op rolschaatsen, tussen vliegveld en hotel, van een net opgeleverd appartement in de stad naar een buitenhuis, en van een buitenwijk naar het centrum van de stad.
Trailer van La fille du RER:
Dat geldt voor de hoofdpersoon, Jeanne (Emilie Dequenne), maar ook voor haar moeder Louise (Catherine Deneuve) en voor de Joodse advocatenfamilie van Samuel Bleistein (Michel Blanc), die haar uiteindelijk te hulp schiet.
Al die voortdurende bewegingen en veranderingen leveren een contrasterend behoefte op aan een eigen, vastomlijnde identiteit, gezien en gekend worden, iemand zijn. Dat geldt in extreme mate voor Jeanne, die zich, als noodgreep, een nieuwe identiteit aanmeet als Joods slachtoffer. Maar haar waan past in deze tijd.
Waarom grijpt ze juist naar een Joodse identiteit? Omdat die tenminste nog altijd een zekere ‘beschermde’ status heeft en nog niet volledig is gedemystificeerd en gedeconstrueerd. Daarom is juist dit verhaal zo aanlokkelijk voor Jeanne, die de nieuwsberichten volgt over de (werkelijke) toename van antisemitische incidenten in Frankrijk, en met betraande ogen naar een documentaire over de Holocaust op televisie kijkt.
Het verhaal van de familie Bleistein en hun omgang met religie en geschiedenis, die ook zijn moeizame kanten kent, maar tenminste een authentieke basis heeft, vormt de tweede lijn van de film. Maar die komt minder goed uit de verf dan het verhaal van Jeanne, haar moeder (Deneuve wordt met de jaren alleen maar beter), en haar vriend Alex, die worstelaar is.
De film is opgesplitst in twee delen: „De omstandigheden” is de titel van het eerste deel en laat zien hoe het meisje tot haar wanhoopsdaad kwam. De film staat uitgebreid stil bij haar prille verhouding met de dominante Alex; een relatie die abrupt en schokkend ten einde komt, wat een deel van haar ontreddering kan verklaren.
Het tweede deel van de film heet „De gevolgen”. Het verzonnen incident appelleert aan de angsten van de Franse burgerij voor de allochtone jeugd; de media gaan ermee aan de haal en de politici willen niet achterblijven. Jeanne ontvangt zelfs een steunbetuiging van de Franse president, zonder dat hij eerst de moeite neemt uit te zoeken wat precies de feiten zijn.
Tussen die twee delen ontbreekt een hoofdstuk: „De daad” of „Het motief”. Téchiné heeft ervoor gekozen om daar alleen op een indirecte manier zijn licht over te laten schijnen. Met een fijn gevoel voor ironie brengt de regisseur Jeanne steeds in situaties waarin ze zich moet legitimeren of identificeren: ze moet haar paspoort laten zien als de politie controles houdt bij de metro; als ze op zoek is naar een baan dient ze haar CV te overhandigen; ze ondertekent sollicitatiebrieven die haar moeder heeft geschreven en, uiteindelijk, een openbare spijtbetuiging voor haar leugens, die is gedicteerd door advocaat Bleistein. Maar wie ze werkelijk is, daarvan heeft ze niet het flauwste benul. Alleen door te liegen bestaat ze, voor even, echt.
Ook de verwondingen die ze zichzelf toebrengt, wijzen daarop: snijden is vaak een manier voor meisjes om een gevoel van onwerkelijkheid te doorbreken. Dat Téchiné in het midden laat wie ze is en wat Jeanne precies drijft, is volstrekt functioneel. Als ze geen raadsel was voor zichzelf, had ze niet gedaan wat ze deed.
