J'accuse

Door André Waardenburg

Regie: Abel Gance. Met: Romuald Joubé, Séverin-Mars, Marise Dauvray. Gezien in Stadsschouwburg, Amsterdam op 23/6. Herhaling, 24/6.

De podiumopstelling verraadt veel over de musici die live de film J’accuse begeleiden. Gitarist Gary Lucas zit helemaal links. Aan zijn voeten een batterij effectapparatuur, waar hij zich veelvuldig over buigt. Hij lijkt in het geheel niet geneigd tot enige interactie met de musici rechts op het podium, het Ensemble Cameleon.

Lucas en het ensemble speelden maar heel even samen in de bijna drie uur dat ze het podium deelden, voor de rest wisselden ze elkaar nogal steriel af. Eerst tokkelde Lucas op zijn gitaar, daarna mocht het zeven man sterke ensemble weer aan de bak. En zo ging dat de hele avond, alsof je een tennismatch bijwoonde.

Lucas en het Ensemble Cameleon maakten muziek bij de vertoning van de stille film J’accuse, de aanklacht van Abel Gance tegen de Eerste Wereldoorlog, maar eigenlijk álle oorlogen. Gance maakte hem negentig jaar geleden en monteerde enkele jaren later een kortere versie. De oerversie uit 1919 is onlangs door het Filmmuseum gereconstrueerd: het museum beschikt over de enige gekleurde kopie die er van J’accuse bestaat. Deze was het uitgangspunt van de restauratie, die werd uitgebreid met materiaal uit een aantal andere filmarchieven. De 2 uur en 46 minuten die de film nu weer duurt komt dicht bij de oorspronkelijke lengte van J’accuse.

Gance’s bittere aanklacht heeft de vorm van een melodrama. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog viert een klein Frans dorp een midzomernachtfeest. De inwoners dansen uitzinnig en de drank vloeit rijkelijk. Dichter Jean Diaz leest zijn moeder z’n gedicht ‘Ode aan de Zon’ voor uit z’n bundel Les pacifiques. Buurman François heeft net een hert geschoten dat bloedend op tafel ligt. Gance filmt de vallende druppels in close-up, een voorbode van wat komen gaat. De dronken François heeft weer eens ruzie met z’n vrouw Edith en slaat haar. Edith is de spil van het melodrama. Hoewel getrouwd met François, wordt ze begeerd door Jean. Als François hen betrapt, schiet hij dreigend een vogeltje dood. Aan het begin van de oorlog komen Jean en François in hetzelfde bataljon terecht, waar ze aanvankelijk elkaar zoveel mogelijk negeren – zoiets als de relatie tussen gitarist Gary Lucas en het Ensemble Cameleon.

De melodramatische aspecten van de film maken de film voor een modern publiek zwaar verteerbaar en zorgen voor wat ongemakkelijke momenten. Negentig jaar na de première schiet een deel van het publiek in de lach om de zwaar aangezette acteerstijl of de soms wat gezwollen tussenteksten: „Opoffering is het lot van de Franse vrouw.”

Maar barst de oorlog eenmaal los, dan wordt Jeans ode aan zon, licht en onschuld voor altijd overschaduwd door de zinloze doden in de loopgraven. De keiharde slagen op de grote trom echoën door de zaal. Dan zwijgen de kanonnen. De scène waarin de doden verhaal komen halen bij de levenden maakt de meeste indruk, mooi begeleid door een ijl strijkkwartet. Ook de vrouw die aan het eind van deel twee op haar horloge keek en ‘nog drie kwartier’ zuchtte, is stil.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief