Looking for Eric

Door Dana Linssen

Regie: Ken Loach. Met: Steve Evets, Eric Cantona, Stephanie Bishop. In: 15 bioscopen.

Zou een Nederlandse filmmaker ooit een film kunnen maken die ‘Looking for Abe’, of ‘Johan’, of ‘Marco’ (nou ja, nu misschien even niet) heet, zoals de Engelse regisseur Ken Loach heeft gedaan met Looking for Eric? Zo vol liefde voor voetbal en de camaraderie onder supporters, vol geintjes en gebbetjes, dromen en voetbalgoden en een flinke reeks fameuze doelpunten? Een hele lange solo. In de kruising. Via de lat. Met een omhaal.

Bekijk de trailer van Looking for Eric:

Want dat kon de Franse koning van Manchester United Eric Cantona, de Eric in Looking for Eric allemaal. Al zijn z’n doelpunten niet z’n beste herinneringen, vertelt hij in Looking for Eric, waarin hij min of meer zichzelf speelt. Dat zijn z’n passes, een ander de kans geven om te scoren, het onvoorwaardelijke vertrouwen in ’t team.

Postbode

Er zit trouwens nog een andere Eric in Looking for Eric. Eric de postbode, wiens leven al een jaar of wat een slecht seizoen is. Z’n twee puberende stiefzonen hebben de gang van z’n afgebladderde huis vol gestolen elektronica gepropt. Z’n dochter Sam vraagt hem op haar baby te passen, maar dat betekent wel dat hij elke dag oog in oog komt te staan met zijn ex Lily. Lily. Lily. Lily. Het meisje van z’n dromen. Dat hij in het kraambed van hun dochter in de steek liet, omdat het leven hem eenvoudigweg te beklemmend werd. En dat is het nog steeds. Hij draait in rondjes. Maar als hij eens tegen de klok ingaat, eindeloos spookrijdend op een rotonde, biedt dat ook geen soelaas.

„Ben jij weleens bij een psychiater geweest?”, vraagt hij dan ten einde raad aan de manshoge poster van Cantona in z’n gloriedagen in z’n slaapkamer. „Wanneer was jij voor het laatst gelukkig?” De flashback die volgt van Eric Cantona die na zijn lange schorsing terugkeert in het Old Trafford-stadion van Manchester United laat er geen twijfel over bestaan wanneer dat geweest moet zijn. Voor beide Erics. Want door sprookjesachtig toeval zoals dat alleen in Hollywoodfilms kan, of gewoon dankzij het roken van een doodordinaire vette joint zoals ze dat in Engelse arbeidersfilms zou kunnen, materialiseert Eric Cantona in het leven van Eric Bishop.

Cantona

Inbeelding of niet, Cantona is niet zomaar iemand: „I am not a man. I am Cantona.” Dus dat pik je wel. Vooral ook omdat Ken Loach niet zomaar een filmmaker is. Voetbalfan (van Bath City), ouwe socialist (bijna al zijn films gaan over grotere en kleinere misstanden in de arbeidersklasse), maar vooral ook humanist die al zijn personages liefdevol en waardig neerzet. In zo’n geval is er niks vreemds aan een suïcidale postbode die steun zoekt bij zijn denbeeldige vriendje Cantona. De dobbelstenen van het lot kunnen raar rollen. En hebben we niet allemaal helden en idolen nodig?

De ontstaansgeschiedenis van Looking for Eric is op zich ook een film waard. Eric Cantona die Loach benadert met een plan, en Loach die dat, samen met zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty helemaal naar zijn hand zet. Looking for Eric is geen hagiografie. Daarvoor is het verhaal te complex en te onmiskenbaar Loach. Je zou hem er zelfs van kunnen verdenken de voetbaldromende Eric losjes op zijn eigen voetballiefde te hebben gebaseerd. Met alle beroemde doelpunten, fameus-filosofische oneliners van Cantona, en al het gehakketak in de pub over de verschillen tussen Manchester United en Manchester City, en hoe het voetbal te duur werd voor z’n supporters, is het wel een film voor fans. Toegankelijk. Grappig. Met een hart. Daar win je de cup mee.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief