Franse voetballegende Eric Cantona over ‘Looking for Eric’
Eric Cantona (43) stopte op 31-jarige leeftijd abrupt met voetballen om acteur te worden. Dat lijkt hem zowaar te lukken. ‘Ik ben blij dat ik de kans kreeg om te trainen.’
Amsterdam, 16 september. Hij doet het echt, Eric Cantona. Denkt bij elke vraag diep na, formuleert dan bedachtzaam een filosofisch getoonzet, wat plechtig antwoord in zijn dikke Franse accent. Of hij als voetballer bewust met zijn imago speelde? „Niet bewust, ik leefde voor mijn passie, voor het spel.” Pauze, Cantona staart lang naar het art-decoplafond van theater Tuschinski. Dan: „Wie kan zijn imago controleren? Niemand reageert hetzelfde op je, iedereen heeft zijn eigen leven, voorkeuren, smaken.”
Ex-voetballer Eric Cantona (43) is in Amsterdam voor de promotie van de film Looking for Eric. Een legende is de Fransman met name in het Verenigd Koninkrijk, waar hij zich met zijn briljante vondsten, koninklijke uitstraling – het kraagje altijd omhoog – en emotionele explosies zowel geliefd als onmogelijk maakte. Cantona sloeg medespelers, verdubbelde een schorsing van één maand eens door de leden van de tuchtcommissie één voor één ‘idioot’ toe te sissen, verdween uit het Franse elftal nadat hij de bondscoach een stuk stront noemde en velde een scheldende fan van Chrystal Palace in 1995 met een karatetrap. Waarop hij 120 uur taakstraf kreeg en een schorsing van negen maanden, die hij gebruikte om trompet te leren spelen. Dat levert een mooie scène op: Cantona die er onbeholpen op los toetert. Toch een mens? Welnee, Cantona.
Status
God, de Koning, dat was Cantona voor fans van Manchester United. Hij bevestigde die status door de pers te prikkelen met raadselachtige aforismen. Zo beperkte hij ooit een persconferentie over zijn karatetrap tot een soort haiku: „Waarom volgen de meeuwen de vissersboot? Omdat ze verwachten dat er sardientjes uit worden gegooid.” De meeuwen, dat waren journalisten, de vissersboot Cantona, zo leek de exegese. „Ach, ik wilde gewoon zeggen dat ik het spektakel rond mijn karatetrap overdreven vond”, zegt hij nu.
Nadat hij Manchester United tussen 1992 en 1997 viermaal kampioen had gemaakt, stopte Cantona op 31-jarige leeftijd abrupt met voetballen. Deze ‘minor art’ interesseerde hem niet meer: hij wilde acteren. Sindsdien speelde Cantona strandvoetbal, exposeerde hij zwart-witfoto’s van stierengevechten en kreeg hij steeds substantiëlere rollen. Franse critici nemen hem serieus sinds zijn rol van politieman met boulimie in Le Outremangeur (2003). Binnenkort staat hij op het toneel en verschijnt een cd van zijn tweede echtgenote, waarvoor hij de teksten schreef. Met zijn Renaissanceman-allure loopt Cantona het risico dat hij voor serieel dilletant doorgaat. „Maar ik ben niet bang voor risico. Ik wil mezelf verrassen, dat zeg ik ook in de film.”
Zichzelf
In Looking for Eric speelt Cantona zichzelf. Hij verschijnt als fata morgana uit de marihuanadamp wanneer depressieve postbode Eric Bishop radeloos nadenkt over zijn vastgelopen leven. Grote Eric helpt kleine Eric: Cantona ontpopt zich tot mental coach met volzinnen als „hij die alle gevaren voorziet, gaat nooit de zee op.” Cantona: „Eric's leven is een chaos, ik belichaam zijn laatste restje zelfvertrouwen. Alleen in mijn gestalte luistert hij nog naar zijn eigen goede raad.”
Hoe is het je eigen imago te spelen?
Niet zo moeilijk. Als publiek persoon weet je dat je een imago projecteert. Zo'n imago werkt alleen als het dicht bij jezelf is, anders lijk je een muppet die door iemand wordt bediend. Niemand vertelde mij hoe me te gedragen of te kleden, ik was vrij. De Cantona van de film, dat ben ik echt zelf.”
De film begon met uw idee over een fan die Cantona volgt als hij in 1992 van Leeds naar Manchester United overstapt, sociale zelfmoord.
„We benaderden Ken Loach om voor een film over de relatie tussen fan en idool. Idolen hebben fans nodig, maar waarom hebben fans een idool nodig? Omdat ze hem op cruciale momenten inspireren, zoals boeken, vrienden, herinneringen dat ook doen. Dat uitgangspunt beviel Loach, maar hij ontwikkelde een ander verhaal. En dat beviel mij weer. In het bijzonder al die grappen die ze over mijn imago maken.”
Had u zelf ooit een idool?
„Natuurlijk niet! Hoewel ik wel mensen bewonder. En dan neem je ideeën van ze over, imiteer je onbewust hun zinnen, poses. Zo wordt iemand een deel van jezelf.”
Als voetballer school er iets theatraals in u. Met name dat kraagje, of hoe u doelpunten vierde.
„Daar dacht ik vooraf niet over na, dus dat was geen theater. Ik heb nooit een doelpunt op dezelfde manier gevierd, want elke goal was een nieuw gevoel.”
Er moet toch al iets van acteur in u hebben gezeten?
„Voetballers vermaken net als acteurs samen het publiek. Maar sommigen zijn meer bevriend met de camera dan anderen. Ik ben niet bang voor de camera, mag hem graag omdat ik graag iets creëer.”
U acteert nu twaalf jaar, wat heeft u geleerd?
„Eerst dacht ik: camera is camera, die ken ik. Maar zo werkt het niet. Je bent niet jezelf, je moet een karakter exploreren. Waarom zegt hij dit, waarom draagt hij die jas? Dat is nadenken, uitproberen. Net als bij sport krijg je vertrouwen door training. Ik ben blij dat ik de kans kreeg om te trainen.”
