White Lightnin'
Zo af en toe duikt er een film op die zo vreemd en fris is, dat je wel drie
keer met je ogen moet knipperen om je ervan te verzekeren dat het echt een
film is. White Lightnin’ van debutant Dominic Murphy is zo vuig
en voos als rock-’n-roll behoort te zijn. Waargebeurd, maar schaamteloos
fabulerend. Scatologisch. Blasfemisch. Een mix van horror en tragedie.
Bekijk de trailer van White Lightnin':
Hoofdpersoon Jesco White, een clog dancer uit de Amerikaanse Appalachen, is in Amerika een cultheld. Clog dancing is een volkse vorm van tapdansen, misschien nog wel in de verte verwant aan onze klompendans (clog = klomp), waarbij de danser met zijn voeten op een houten plaat de meest uitzinnige ritmes stampt en roffelt.
Fenomeen
Maar White is vooral zo’n fenomeen omdat zijn leven zich laat vertellen als één lange hellevaart en permanente psychose. Dat doet regisseur Murphy dan ook verlekkerd. In wezen is White Lightnin’ niets anders dan een plaatjesboek, een cartooneske parade van gekken en outcasts, met voice-over en anekdotes, gescheiden door steeds langer aanhoudende stukken zwart, alsof de black-outs van White’s zuipen, snuiven en spuiten steeds langer aanhouden en zijn leven inderdaad alleen uit die oplichtende flitsen van wit bestaat.
De film krijgt na verloop van tijd ook zelf een hallucinogene werking. Dat plaatst White Lightnin’ in de traditie van andere ontregelende bioscoopervaringen als Henry: Portrait of a Serial Killer of C’est arrivé pres de chez vous,
Psychobilly
Net zo gestoord als Jesco White is psychobilly-legende Hasil Adkins, die de muziek verzorgde (en in een klein rolletje als waanzinnige buurman in het bos te zien is). De soundtrack, die klinkt alsof The Cramps en Nick Cave een duivelspact hebben gesloten, is het echte geheime wapen van de film.
