The Player
Het is bijna wellustig zoals de pokerspeler het casino beschrijft. De dikke gordijnen. De hoogpolige tapijten. „Die mooie, heerlijke vilten tafels, alles voelt zacht.” En nergens een klok, want de gokker mag niet uit zijn flow raken. Lawaai, tijdsbesef en daglicht houdt de casinohouder zorgvuldig buiten de deur. De ware gokker dompelt zich immers liefst onder in een virtuele wereld zonder verleden, maar met louter toekomst waarin hij architect van zijn lot is. „Als je wint, voel je goddelijke uitverkorenheid. Een vrijheid die je nergens anders voelt”, zegt hij.
Bekijk de trailer van The Player:
In The Player, onlangs als beste Nederlandse documentaire van het IDFA bekroond, verkent filmmaker John Appel de roes van het gokken. De gokker speelt altijd Russische roulette, zet zichzelf op het spel, stelt hij. Alleen aan de rand van het ravijn ervaart hij zijn roes. Valt hij erin, dan geeft hij geen krimp: ook dan kan hij geluk voelen. Een pokeraar vertelt hoe hij alles kwijtraakt en van zijn laatste 14 gulden een pizza koopt, de lekkerste die hij ooit at. „Ik voelde me naakt alsof ik pas geboren was, een bijna religieus moment.” Net zoals Dostojevski het opschreef in zijn autobiografische novelle De Gokker: „Wat ben ik nu? Een nul. Wat ben ik morgen? Morgen herrijs ik misschien uit het graf en leef ik weer!”
Getalenteerd
De 51-jarige John Appel geldt vooral sinds zijn André Hazes-documentaire Zij Gelooft in Mij (1999) als een van de meest getalenteerde documentairemakers van Nederland. Met The Player (De Speler) bevestigt hij die status. Aanleiding is het leven van zijn dertig jaar geleden overleden vader dat hij al op de Filmacademie wilde verfilmen. Vader Appel was een succesvol makelaar die elke zondag op de renbaan van Duindigt te vinden was, en later elke dag in het casino van Zandvoort. Appel begint met zijn enige brief van pa, toen die in de ogen van zijn 19-jarige zoon een deerniswekkend figuur was geworden: 62 jaar, berooid en ziek. Vanuit het ziekenhuis stuurde vader hem twintig cheques om de medische kosten bij elkaar te gokken. Vader claimde indertijd het ei van Columbus te hebben gevonden, een „ongelofelijk succesvol” systeem. Het bleek een belegen truc: verdubbel de inzet bij verlies, hetgeen werkt als je ongelimiteerd kan inzetten en bij winst meteen stopt. Voor de ware gokker is dat uiteraard geen optie.
The Player is een persoonlijke documentaire, een populair genre waarin de filmmaker met voice-over het eigen verleden belicht. Dat leidt vaak tot zelfbevlekking, maar Appel blijkt gelukkig niet uit op een afrekening, doet nooit larmoyant of gewichtig. The Player lijkt eerder een oprechte poging gokverslaving te doorgronden. Hoewel het woord verslaving Appel matig bevalt. Hij ziet gokken als een levensstijl, een verknochtheid aan artificiële spanning voor mannen die het alledaagse te lauw is. Dat eindigt in schaamte, treurnis en eenzaamheid.
Gokkersportretten
John Appel laat dat zien met drie gokkersportretten: bookmaker Harry Engels, oplichter Harry Hofland en een pokerspeler. In dat trio weerspiegelt zich zijn vader, samen met hem vormen zij een mozaïek van de gokkerziel. Die blijft voor de niet-gokker onpeilbaar, maar wordt in The Player wel inzichtelijk. Het gaat niet zozeer om winst of verlies, maar om het inzetten, liefst torenhoog. Als het balletje rolt, de paarden draven, de kaarten worden gedeeld, beleeft de gokker zijn high. Staat de uitslag vast, dan is hij al postcoïtaal.
Vader Appel verdiende en verspeelde fortuinen, ging sjoemelen tot hij de Belastingdienst over de vloer kreeg. Maar zelfs dat kan een kick zijn. Ook in de echte wereld bleef vader hardnekkig inzetten, zelfs als dat louter verlies kon opleveren. Zo parkeerde hij bij Duindigt zijn Mercedes steevast illegaal, om de spanning of dat een boete zou opleveren. Of gaf hij een volstrekte vreemdeling zijn autosleutels, waarna zijn Mercedes total loss in de Velsertunnel opdook. Daarin staat hij niet alleen. „Mijn eerste arrestatie was zo’n kick. Nieuw, dus spannend”, zegt oplichter Harry Hofland.
De echte held van The Player is Harry Engels, een bookmaker met lijzige dictie die altijd een grap paraat heeft en een kwartetspel ex-vrouwen op tafel kan leggen. „Langzame paarden en snelle vrouwen, dat heeft me het meeste geld gekost”, zucht hij. Hij doet John Appel het meest aan zijn vader denken: „Net zo’n grappenmaker en net zo ondoorgrondelijk.” En net zo eenzaam, en net zo ongelukkig. Engels denkt dat John Appel nooit een gokker wordt. Hij heeft vrouw en gezin, speelt op zeker. Engels: „Maar in mijn leven is alles onzekerheid, dat is zeker.” En dat is de kick.
