J'ai tué ma mère

Door Peter de Bruijn

Regie: Xavier Dolan. Met: Xavier Dolan, Anne Dorval. In: 6 bioscopen.

Voor het maken van een goede film zouden toch een paar simpele vuistregels te vinden moeten zijn. Dat een film vooral met visuele middelen moeten overtuigen, bijvoorbeeld, en dat er niet te veel in mag worden gepraat. Of dat een film zichzelf niet mag herhalen, dat elke scène en situatie het verhaal een stap verder moet brengen. Of dat de filmmaker zich niet al te zeer moet wentelen in zijn eigen lief en leed, maar een vorm moet zien te vinden die zijn persoonlijke autobiografie overstijgt.

Bekijk de trailer van J'ai tué ma mère:

Juist. En vervolgens komt er een film uit die met al die regels de spot drijft, die dus eigenlijk niet kan werken, maar toch volledig is geslaagd. J’ai tué ma mère (‘Ik heb mijn moeder gedood’) van de twintigjarige Canadese regisseur Xavier Dolan bestaat voor het grootste deel uit uitgesponnen dialogen, die zich ook nog eens voornamelijk binnenskamers afspelen (het lijkt wel toneel), de filmmaker herhaalt zichzelf met verve, en hij wentelt zich gretig in het materiaal dat naar zijn zeggen uit zijn eigen leven gegrepen is.

Ruzies

Dolan schreef en regisseerde de film en speelt zelf ook de hoofdrol. J’ai tué ma mère gaat over de uiterst moeizame verhouding van de exuberante, creatieve en volledig op zichzelf betrokken 16-jarige Hubert Minel (Dolan zelf) en zijn goedburgerlijke, alleenstaande moeder Chantale, (een ondankbare, maar zeer goed gelukte rol van Anne Dorval). Moeder en zoon raken keer op keer verzeild in ruzies van epische proporties, die even theatraal, kleinzielig en schaamtevol zijn als ruzies in werkelijkheid kunnen zijn. Vijftig jaar na Who’s afraid of Virginia Woolf? van Edward Albee is het nog altijd bijzonder om mensen geloofwaardig ruzie te zien maken in een film.

De film is zo goed omdat vorm en inhoud perfect samenvallen. J’ai tué ma mère is wijdlopig, egomaan en gespeend van relativeringsvermogen, zeker, maar welke puberteit is dat niet? Omdat dit een film is over een heftig beleefde adolescentie mag de film al die eigenschappen hebben, ze zijn misschien zelfs een voorwaarde om tot het hart van de adolescentie door te dringen, waar Dolan wonderbaarlijk in is geslaagd; een adolescentie die extra gecompliceerd is door zijn homoseksualiteit.

Vraag is of het bij uitstek narcistisch is als iemand ook zijn lelijke kanten zo uitgebreid durft te etaleren. Of overstijgt dat het narcisme juist? Hoe dan ook, adolescenten herkennen veel in dit beeld dat tegelijk de nukken als de enorme potentie en de vrijheidsdrang van hun levensfase centraal stelt; een potentie die eigenlijk niet groter kan zijn, omdat die nog zo ongevormd is. De jongerenjury van het Rotterdams filmfestival koos J’ái tué ma mère uit als beste film.

Autobiografisch

Bovendien zit er toch meer afstand in de film dan op het eerste gezicht het geval lijkt te zijn. Cruciaal is dat Dolan het scenario baseerde op een autobiografische roman, die hij als jonge tiener schreef, daarvan op zijn zeventiende een scenario maakte, en weer drie jaar later hiervan een film afleverde. Hij zit tegelijkertijd middenin de problematiek die hij beschrijft, en hij staat erboven, of tenminste naast. De zwart-witscènes waarin Hubert zijn videodagboek inspreekt lijken misschien op de dagboekkamer van Big Brother, maar schijn bedriegt: onder het rauwe, authentieke puberleed gaat raffinement schuil.

Dolan laat de moeder alleen zien door de ogen van Hubert en zijn beeld is dodelijk. De meeste ouders willen vermoedelijk graag een kind dat het verder schopt dan zijzelf hebben gedaan. Maar wie echt te maken krijgt met een kind dat zich met zoveel verwarring, maar ook zo meedogenloos ontworstelt aan zijn milieu zoals Hubert in J’ai tué ma mère, wacht geen eenvoudig lot. Dolan schildert de puberteit van een jongen die simpelweg te begaafd en te sterk is voor de kleine wereld van zijn ouders. Zo’n zelfbeeld getuigt van eigenliefde. Maar hij heeft nog gelijk ook. Zijn film is het bewijs.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief