Joy
De babykleertjes waarin ze te vondeling is gelegd heeft Joy al zo vaak
uitgevouwen en zacht in haar handen gehad dat ze smoezelig en versleten zijn
geworden. De kleertjes zijn alles wat ze van haar moeder heeft. En van
zichzelf. Van iemand die ze een paar uur in haar leven is geweest. Kind van,
dochter – voordat ze een weeskind werd dat opgroeide in tehuizen en vooral
voor zichzelf moest leren zorgen.
Bekijk de trailer van Joy:
Na Bluebird (2004) en Het zusje van Katia (2008) is Joy het slotdeel in een trilogie die regisseur Mijke de Jong de afgelopen jaren maakte over opgroeiende meisjes. Haar veelgeroemde scènes-uit-een-afgelopen-huwelijk Tussenstand (2007) valt daar een beetje buiten, maar is juist wel de film waar Joy stilistisch het meeste bij aansluit. Zeer gedisciplineerd en consequent, met een uitgebeende plot en in felgetint widescreen (close-ups van haren die veel te blond zijn, nagels die giftig fluoresceren) volgt de film Joys hopeloze zoektocht naar haar verloren moeder.
Portret van obsessie
Het maakt de film tot het portret van een obsessie. Joy zoekt haar moeder, maar ze weet al lang niet meer waarom ze dat doet. Ze zoekt en verliest haar vriendje en bijna haar beste vriendin die hoogzwanger is. Ze zoekt vooral om zichzelf niet te hoeven vinden.
Mijke de Jong filmt dat gegeven rigide en intens. Het filmdoek wordt de huid van Joys gezicht waarachter je haar hart hoort bonken en haar adem kloppen. Dit meisje is en blijft voor altijd op de vlucht.
