Vincere

Ida Dalser (Giovanna Mezzogiorno) probeert Mussolini (Filippo Timi) te kussen tijdens een demonstratie in een scène uit de film <i>Vincere</i>.

Door André Waardenburg

Regie: Marco Bellocchio. Met: Giovanna Mezzogiorno, Filippo Timi, Corrado Invernizzi. In: 12 bioscopen.

Een jonge vrouw kijkt gefascineerd toe hoe een man zijn publiek provoceert tijdens een politieke bijeenkomst. Hij windt zijn horloge op, legt het op het podium en zegt dat als hij over vijf minuten niet is geraakt door de bliksem God niet bestaat. De voorste rij geestelijken reageert geschokt en lichte rumoer gaat door de zaal. De minuten tikken voorbij. De man wacht zelfverzekerd. De vrouw aanschouwt het ademloos. De camera concentreert zich op haar ogen die zich niet van de antiklerikale provocateur kunnen losmaken.

Bekijk de trailer van Vincere:

De man die de zaal en God uitdaagt is de jonge Benito Mussolini. Het is 1907. Mussolini is dan een linkse activist en socialistische vakbondsleider met snor. De vrouw die hem gebiologeerd aanstaart is Ida Dalser. Dan springt de film naar 1914. De tegen de koning demonstrerende Mussolini is op de vlucht voor de politie. Ida helpt als hij zich wil verschuilen. Achter een pilaar kussen ze elkaar gepassioneerd, waarbij Ida liefdevol haar hand op zijn hoofdwond legt. Als hij weer wegrent, zit het bloed aan haar vingers. Het is het begin van een intense liefdesrelatie die abrupt tot een einde komt als blijkt dat Mussolini al een vrouw en kinderen heeft. Dat Ida zwanger van hem is, doet er niet toe. En ook al heeft ze al haar geld geïnvesteerd in zijn nieuwe rechtse krant Il Popolo d’Italia, ze wordt door hem afgedankt. Als Ida weigert zich er stilletjes bij neer te leggen, stopt de inmiddels fascistische leider haar in een inrichting en zijn zoontje in een klooster. Ze is een lastpak die zijn politieke carrière in de weg staat.

Waargebeurd

De Italiaanse film Vincere (‘Winnen’) vertelt het weinig bekende, maar waargebeurde levensverhaal van Ida Dalser. Ze kon zich niet losmaken van ‘Il Duce’ en streed haar leven lang voor erkenning van haar zoon en hun huwelijk, waarvan onduidelijk is of het echt is voltrokken. De film laat zich hier niet over uit en het trouwboekje is ook nooit teruggevonden. Haar irrationele, volhardende fascinatie voor de dictator is een mooi symbool voor de blinde liefde tussen het Italiaanse volk en zijn toenmalige leider – en wellicht ook de huidige, Berlusconi.

Wat Vincere werkelijk bijzonder maakt, is de manier waarop Bellocchio zijn verhaal verteld. Nagespeelde scènes worden afgewisseld met boeiend archiefmateriaal uit de jaren twintig en dertig. Veelal gebruikt hij historische bioscoopjournaals, maar in een van de beste scènes zien we afwisselend beelden uit een film over de kruisiging van Christus en een in de Eerste Wereldoorlog gewond geraakte Mussolini die er in het ziekenhuis naar kijkt. De montage laat er geen misverstand over bestaan: de lijdende Mussolini ziet zichzelf als verlosser van het Italiaanse volk.

Naarmate Vincere vordert, wordt de muziek van Carlo Crivelli steeds operatesker. Wat begint met muziek die doet denken aan vroege Strawinsky en de impressionisten – het zijn tenslotte de jaren twintig – eindigt met opera-aria’s en religieuze muziek. Het melodramatische gehalte wordt bijna ondraaglijk als we zijn aanbeland in fascistisch Italië. Beeld en geluid illustreren op perfecte wijze hoe bombastisch en vol pathetiek het Italiaanse volk en zijn leider zijn geworden. Vincere gaat in de finale volledig over the top, met scènes vol regen en onweer, maar het is een stijl die naadloos aansluit bij een hysterische, oorlogszuchtige natie vol grootheidswaan.

Stille tragiek

Bovendien vormen deze brallerige sequenties een mooi contrast met de stille tragiek van Ida Dalser die in een prachtige scène op het hek van de inrichting klimt en haar vingers uitsteekt naar de vallende sneeuw. Het is eventjes stil. Ook in haar hoofd. Maar ze kan de gedachte aan Il Duce niet uitbannen. De hysterie keert terug.

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief