Fantastic Mr. Fox
„Ik begrijp hier even de subtekst niet.” „Ik zei het ook bij wijze van
existentialisme.”
Geen dialoog die je snel aantreft in kinderfilms. Al oogt hij als een Tsjechische poppenfilm uit de jaren zeventig, Fantastic Mr. Fox is een sprookje voor volwassenen. Hoewel je kinderen, anders dan recentelijk bij de kindernachtmerrie Where the Wild Things Are, niet thuis hoeft te laten. Veel zal hun ontgaan, maar de film werkt op meer niveaus. Als duel tussen een slimme vos en drie gemene boeren, en ook als een melancholiek portret van een troebel, liefdevol gezin.
Bekijk de trailer van Fantastic Mr. Fox:
Regisseur Wes Anderson, bekend om zijn hypergestileerde films over verknipte clans als The Royal Tenenbaums en The Darjeeling Limited, volgt in zijn eerste animatiefilm in grote lijnen het verhaal van Roald Dahl. In diens Fantastic Mr. Fox (1970) gaat brutale kippendief Mr. Fox elke nacht op strooptocht bij de boeren Boggis, Bunce en Bean, „one fat, one short, one lean”. Als het getergde trio in blinde woede met graafmachines zijn vossenhol omploegt, is het hele bos in gevaar. Tijd voor een list.
Andersons eigen obessies
Dat verhaal is dun voor een speelfilm, dus kon Anderson met de zegen van de erven Dahl zijn eigen obsessies in Dahls Britse herfstlandschap injecteren. Dahls wat amorfe vossengezin – sluwe pa, adorerende ma, gezichtloze welpjes – belast hij met zijn favoriete problemen: gepreoccupeerde vader, kritische moeder, rancuneus kind, rare vrienden, jaloezie, klein verraad en verzoening. De zijige, zelfingenomen Mr. Fox heeft maar één zoon: Ash, een onzekere puber die broeit van ressentiment tegen zijn o zo fantastische vader en snakt naar zijn liefde. De zaak wordt op scherp gesteld als neef Kristofferson komt logeren: galant, sportief en bedroefd, zoals Andersons alfamannetjes zijn. Het is eenzaam aan de top.
Fox’ plundertochten bij Boggis, Bunce en Bean blijken het gevolg van een midlifecrisis. Uit liefde voor zijn vrouw Felicity heeft Mr. Fox zich ooit neergelegd bij een gezapig bestaan als columnist, tot het gezin verhuist naar een beukenboom en de nabijheid van al die kippen, ganzen en cider te veel wordt. Maar lopen de zaken uit de hand, dan is Mr. Fox in zijn element: met waagstukken, nipte ontsnappingen en listen kan hij ervoor zorgen dat iedereen „betoverd, onder de indruk en licht geïntimideerd is”. Zo ziet hij het graag.
Anderson betoont zich in Fantastic Mr. Fox opnieuw een meesterlijk stilist. De esthetiek is bewust rudimentair; koket onhandige kunstmatigheid. De schokkerigheid van stop-motion animatie versterkte hij nog door de poppetjes twaalf in plaats van 24 maal per seconde te bewegen. De camera staat iets verder weg dan normaal, waardoor Mr. Fox’ wereld iets heeft van een landschap voor modeltreinen, de knusse priegeligheid ademt van oude Britse illustraties met beertjes voor de open haard en thee drinkende poesjes. Wat fraai schuurt met de moderne stadsneuroses van vos, das en buidelrat.
Weduwe Dahl
Om zichzelf onder te dompelen in de Roald Dahl-sfeer logeerde Wes Anderson met zijn vriend Noah Baumbach twee weken bij weduwe Dahl toen ze het script schreven. Dat vertaalt zich in vorm: het bureau van Mr. Fox is een kopie van dat van Dahl en de idioot complexe sport whack-bat is een parodie op het oer-Britse cricket. Maar Fantastic Mr Fox speelt zich niet af in de heldere, moralistische wereld van Dahl, maar het wazige, capricieuze universum van Anderson, bevolkt door introverte types die elkaar moeten accepteren, want niemand verandert ooit. Wat in Andersons gewone films soms iets opgelegds excentriek heeft, komt in deze magische wereld van kunstgras en papier-maché helemaal tot zijn recht.
