Agora
Het hevige debat van de laatste jaren over de waarden van religie versus de
waarden van de Verlichting bereikt met Agora van de Spaanse regisseur
Alejandro Amenábar de bioscoopzaal. Er zijn geen prijzen te winnen voor het
beantwoorden van de vraag aan welke kant de regisseur zelf staat. Amenábar
stelt zich in dit droge, schematische filmtraktaat ferm op in de hoek van de
Verlichting.
Bekijk de trailer van Agora:
Daar bevinden zich de goeden in Agora, dat zich afspeelt in Alexandrië in de derde eeuw na Christus. Voorop gaat de filosofe Hypatia (Rachel Weisz) die met behulp van de ratio en experimenteel de geheimen van het heelal tracht te ontraadselen. Zij ondervindt daarbij ernstige tegenwerking van de slechten: fanatieke christenen, getooid met donkere baarden en dito hoofdbedekking, die niet toevallig associaties oproepen met het actuele schrikbeeld van de moslimextremist. De christenen zijn vooral door rancune gedreven slaven, die met hun ‘slavenmoraal’ hun gram willen halen op de Romeinse elite; Amenábar kent zo te zien zijn Nietzsche. De slechten winnen: de legendarische bibliotheek van Alexandrië gaat aan plundering en brandstichting ten onder en het christendom wordt de van bovenaf opgelegde staatsgodsdienst.
Dan is de film nog maar op de helft en eigenlijk wel zo ongeveer klaar. Maar Amenábar is zo overtuigd van zijn gelijk dat hij hetzelfde punt gewoon nog een keer maakt. Agora heeft een curieuze, tweedelige structuur, die de ideeën weerspiegelt over de kosmos, die Hypathia in de mond gelegd krijgt. De strijd begint gewoon opnieuw, nu tussen christenen en joden. En weer delven wetenschap en ratio het onderspit. Daarna kunnen de donkere Middeleeuwen aanbreken en moet de wereld duizend jaar wachten op het licht van de Renaissance.
Geen drama
Zo’n al te eenvoudig schema is historisch aanvechtbaar, maar leent zich bovendien nauwelijks voor echt drama. Geen drama zonder een dilemma, maar daar doet dit manicheïstische epos niet aan. Wat ook niet bepaald helpt is dat de heldin Hypathia, als overtuigd stoïcijn, elke tegenslag (moord, doodslag, plundering) gelaten en evenwichtig opneemt. De dogmatische tweedeling in goed en kwaad duidt vooral op onderschatting van de kijker. Dat steekt temeer in een film die juist een lofzang wil zijn op het intellect en de vrije geest.
Amenábar heeft sfeervolle, intieme films gemaakt als Abre los ojos (1997), The Others (2001) – films die overigens bol staan van bovennatuurlijke elementen – en Mar Adentro (2004). Dat ligt hem duidelijk beter dan het brede canvas van Agora, waarin de personages alleen maar grote historische ontwikkelingen belichamen, zonder een eigen leven te leiden.
