Inception
Filmregisseurs kunnen niet altijd het werk maken dat hun voor ogen staat op
het moment dat ze dat willen. Soms zitten er jaren tussen idee en
uitvoering. Daardoor kan het gebeuren dat een film uitkomt die in de
ontwikkeling van een oeuvre eerder een stap terug lijkt dan een stap
vooruit, hoezeer zo’n regisseur zich in de tussentijd ook mag hebben
ontwikkeld.
Bekijk de trailer van Inception:
Dit geldt voor Inception van Christopher Nolan. Na de superhit The Dark Knight (wereldwijde opbrengst: 1 miljard dollar) kon hij elke film maken die hij wilde. Hij stofte een tien jaar oud plan af over een spion, die in kan breken in dromen om geheimen te stelen of ideeën in iemands hoofd te planten. Die film werd Inception, een luxueuze blockbuster, die is opgenomen in zes verschillende landen (‘Mijn James Bond film’, zei Nolan) en met een hoofdrol voor Leonardo DiCaprio als de dromendief, die op zijn reizen door het onderbewuste van anderen ook op zijn eigen trauma’s stuit.
Rationele geest
The Dark Knight was niet alleen een superhit, maar ook een grote stap voorwaarts in het werk van Nolan. Zijn eerdere films werden nogal eens gehinderd door een overdaad aan controle en structuur. Nolan is een uiterst rationele geest. Uit al zijn films spreekt angst voor psychologische verschijnselen waarbij de ratio tekort schiet. In Memento (2000) was dat geheugenverlies, in Insomnia (2002) slapeloosheid, in Inception dromen. De wensfantasie van The Prestige (2006) was het ontmaskeren van de trucs van een meestergoochelaar. Uit Inception spreekt de even rationalistische wens om dromen te kunnen sturen en richting te geven, al komt de dromendief misschien bedrogen uit.
Maar het is wel zaak om chaos eerst toe te laten, voordat die kan worden bedwongen. Daar schortte het in de films van Nolan vaak aan, totdat hij in de anarchistische Joker van Heath Ledger in The Dark Knight er de perfecte vertolker vond. Het was de eerste film waarin Nolan de teugels liet vieren en zijn angst voor chaos de vrije loop liet, waarmee hij een diepe zenuw raakte in het collectief bewustzijn.
Met Inception is hij terug bij af. Geen moment ontstaat de indruk dat droomspion Dom Cobb (Dicaprio) echt de controle zal verliezen tijdens zijn duikvluchten naar het onderbewustzijn, dat hij écht niet meer in staat zal zijn om onderscheid te maken tussen droom en werkelijkheid. Het is fascinerend om te zien hoever Nolan durft te gaan in het oprekken van het populaire genre van de actieblockbuster, hoeveel van zijn eigen, cerebrale obsessies hij erin durft te stoppen, terwijl hij tegelijk de wetten van de genrefilm respecteert, maar spielerei blijft het.
Wantrouwen
Wat hij in Inception wil doen, is ook zo ongeveer het lastigste wat er bestaat. De kijker moet wat hij op het scherm ziet steeds wantrouwen, zich bewust zijn van het verraderlijke van de beelden die Nolan voorspiegelt. Als dat lukt, moet dat een unheimisch gevoel oproepen. En tegelijk moet de toeschouwer willen geloven in wat er op het doek verschijnt en zich erdoor laten meeslepen. Nolan is daar in de beste sequenties van de film inderdaad in geslaagd – zoals in de confrontaties tussen Cobb en zijn dode vrouw (Marion Cotillard) – maar lang niet altijd.
Het ligt voor de hand om in dromenmanipulator Cobb een stand-in te zien voor de filmregisseur. Voor een aspirant-filmmaker is Inception bijna te gebruiken als cursusboek: hoe bespeel ik mijn publiek? Het manipuleren van een droom en het bespelen van het bioscooppubliek is immers bijna hetzelfde. Zo is een van de uitgangspunten die Cobb hanteert: vermijd de oppervlakkige vooroordelen van de dromer (lees: filmkijker). Ofwel: vermijd controversiële politieke standpunten, die weerstand kunnen oproepen. Probeer de dromer in een diepere laag van zijn persoonlijkheid te raken. Erg geschikt daarvoor: verhalen over ouders en kinderen. Terwijl de personages uitleggen hoe ze de dromer manipuleren, zien we het tegelijk gebeuren in de film zelf, en zijn we er tot op zekere hoogte toch nog steeds weerloos tegen.
Dat is interessant en slim bedacht. Maar het is ook de min of meer particuliere thematiek van een filmmaker, die diep over zijn vak heeft nagedacht. In The Dark Knight boorde Nolan die diepere lagen van het bewustzijn direct aan, om er vervolgens een stroomstoot doorheen te sturen, in Inception praat hij er alleen maar over.
Casting
Nolan blijft de interessantste regisseur die in Hollywood actief is, in het segment van filmmakers die zich niet laten wegstoppen in het aparte hokje voor arthouse, maar films willen maken voor een breed publiek die toch persoonlijk, vernieuwend, origineel en intelligent zijn. Veel concurrentie heeft hij niet, zeker niet van generatiegenoten. Maar met Inception maakt hij hoogstens pas op de plaats.
