Van de Bunt voelt zich niet gehandicapt

Door Marcel Abrahams

Na bijna twee decennia topsport zet langlaufster Marjorie van de Bunt (33) een punt achter haar loopbaan. Met tien medailles op drie Paralympics was ze zeer succesvol. ,,Met wilskracht kun je veel bereiken.''

TERNEUZEN, 3 APRIL. Als mensen aan haar vragen of ze gehandicapt is, antwoordt Marjorie van de Bunt steevast ontkennend. Dat deed ze als klein meisje al, ofschoon ze zag dat haar leeftijdsgenootjes met bepaalde handelingen minder moeite hadden dan zij. Als ze op de atletiekvereniging weer eens gewonnen had, wist iedereen hoe dat kwam: omdat ze haar linkerarm op een bepaalde manier naar binnen had gedraaid. Ze noemde het haar geheime wapen. ,,Wanneer ben je gehandicapt? Ik droeg laatst kunstnagels waardoor ik mijn bloes niet kon openmaken. Moet ik mezelf dan invalide noemen?''

Van de Bunt heeft een zogenoemde Volkmann contractuur, waardoor haar linkerarm tien centimeter korter is dan de rechter. Haar pols staat vast in een hoek van negentig graden, waardoor ze haar onderarm, pols en hand slechts in beperkte mate kan bewegen. Het gevolg van een val op vijfjarige leeftijd, gedurende een autoloze zondag. De dokter mat haar een te vast gipsverband aan, waardoor een aantal zenuwen bekneld raakte. Sindsdien gaat ze met een beperking door het leven.

Desalniettemin mag Van de Bunt zich de succesvolste Nederlandse Paralympische deelnemer aller tijden noemen. Ze nam deel aan de Olympische Spelen van Lillehammer, Nagano en Salt Lake City en won in totaal tien medailles: tweemaal goud, vier keer zilver en evenzovele malen brons. Als langlaufster en als biatlete behoort Van de Bunt al sinds 1994 tot de wereldtop. Onlangs werd ze onderscheiden als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Waarom is ze zo succesvol? ,,Mijn techniek is erg goed, ik pik aanwijzingen snel op. Bovendien ben ik fysiek en mentaal sterk. Met wilskracht kun je nu eenmaal veel bereiken. Verder ben ik gebiologeerd door langlaufen, ik kijk vaak naar video-analyses van een wedstrijd. Het is natuurlijk ook een voordeel dat mijn ouders goede atleten zijn geweest. Dankzij hen heb ik een passie voor sport.''

Kenners roemen haar doorzettingsvermogen en wilskracht. De afgestudeerde ergotherapeute leefde goedkoop om in de winter in het buitenland te kunnen trainen. Ze verhuisde zelfs eens naar Noorwegen om een betere langlaufster te worden. In Naerbo, zo'n vierhonderd kilometer van Lillehammer, werd ze conditioneel sterker. Ze leerde er schieten, waardoor ze een jaar later goud won op de biatlon tijdens de Spelen in Lillehammer. Het was de eerste gouden medaille voor een Nederlandse paralympiër. In de aanloop naar de Paralympics van Salt Lake City trainde ze dertig uur in de week, soms driemaal per dag. Ze trainde op rolski's, liep hard en fietste veel. ,,Ik houd van trainen, alleen dan kun je succesvol zijn. Langlaufen heeft een groot deel van mijn leven bepaald. Mijn lijfspreuk was altijd: eerst presteren met langlaufen, plezier maken kan later ook nog.''

Als 14-jarige reageerde Van de Bunt op een oproep van de Nederlande Ski Vereniging, die trainingen organiseerde voor talentvolle langlaufers. Een jaar later werd ze al opgenomen in de nationale jeugdselectie. Van de Bunt hield zich opvallend goed staande tussen valide sporters, maar zag bijtijds in dat ze kon uitblinken tijdens wedstrijden voor sporters met een gebrek. ,,Daar had ik geen problemen mee. Toen ik merkte dat ik tijdens het langlaufen beter presteerde met één stok dan met twee stokken, vond ik dat wel zo prettig. Met een tweede stok aan mijn linkerhand raakte ik altijd uit balans.'' In 1993, kort na haar besluit om zich te mengen tussen minder valide sporters, won ze direct tweemaal goud op het EK voor aangepaste sporten in het Duitse Baiersbronn. ,,Vanaf dat moment wist ik dat ik dat er meer mogelijk was. Uiteindelijk hebben mijn inspanningen zich geloond.''

Ofschoon Van de Bunt met dertien verhuizingen in twaalf jaar offers moest brengen voor haar sport, had ze haar loopbaan als langlaufster voor geen goud willen missen. ,,Ik ben in veel landen geweest en heb mooie momenten beleefd. In 1989, tijdens het WK langlaufen voor validen, keken maar liefst 80.000 mensen toe. En ik heb ooit meegedaan aan een EK in Siberië. De vlucht daar naar toe was een crime. Onder mijn voeten werden kapotte onderdelen vervangen. Eenmaal aangekomen maakte ik kennis met de inheemse bevolking. Daar stond ik dan, gadegeslagen door mannen met bontmutsen en gouden tanden.

Nu ze als moeder van twee kinderen stopt met sporten, ligt een bestuursfunctie in het verschiet. Een rol in de atletencommisie van NOC*NSF wellicht? ,,Daar zou ik goed over na moeten denken. NOC*NSF zou zich best mogen inzetten om jongeren voor langlaufen of de biatlon te interesseren. Nederland is een echt voetballand, het zou leuk zijn als andere sporten populairder worden.''