Kroonprinselijk paar sluit succesvol bezoek aan Ghana af

Door onze redacteur Mark Duursma

Willem-Alexander en Máxima hebben op hun eerste gezamenlijke officiële bezoek, aan het West-Afrikaanse Ghana, de goede wederzijdse relaties tussen beide landen weten te verstevingen.

ACCRA, 18 APRIL. Ons bezoek is geslaagd, zei kroonprins Willem-Alexander gisteren aan het slot van het officiële bezoek samen met Máxima aan Ghana, en dat kan moeilijk worden ontkend. Doel van het bezoek was het bevestigen van de warme banden tussen Ghana en Nederland, naar aanleiding van 300 jaar onafgebroken diplomatieke relaties tussen de twee landen. Gezien alle goede bedoelingen die de afgelopen vier dagen van beide kanten zijn uitgesproken, kunnen de relaties er weer 300 jaar tegen.

Vooral voor fotografen was het een dankbare reis. Het bezoek aan het vroegere Nederlandse fort Elmina en de ontvangst door de koning van de Ashanti waren zeer fotogeniek. Zoals verwacht stonden er in Kumasi, de Ashanti-hoofdstad, honderden schoolkinderen langs de route met Nederlandse vlaggetjes te zwaaien en was de ontvangst een indrukwekkend spektakel met rijk uitgedoste chiefs, veel muziek en langdurige introducties. Alsof de tijd stilstond, vond Willem-Alexander. De Ashantehene, de koning van de Ashanti, komt in juni naar Nederland en zal dan groots worden onthaald in Amsterdam-Zuidoost, waar veel Ghanezen wonen.

Voor Willem-Alexander en Máxima was Ghana een aantrekkelijke eerste gezamenlijke bestemming: geen netelige politieke kwesties, geen ambitieuze doelstellingen, slechts de viering van warme banden door middel van ontvangsten, gesprekken en rondleidingen. En passant kon de prins ook nog een pan-Afrikaanse waterconferentie openen en sluiten. Voor de Ghanezen was de eerste officiële reis van het echtpaar een primeur die in geen toespraak tot de Royal Highnessess William Alessander en Massima onvermeld bleef.

Het enige 'lastige' punt, het gedeelde slavernijverleden, werd door Ghanese sprekers zelden aangeroerd en door Willem-Alexander in Elmina in enkele algemene termen afgeserveerd. In Ghana ligt het onderwerp gevoelig, omdat het de etnische verschillen in het land raakt: Ashanti ruilden overwonnen stammen uit het noorden voor wapens met de West-Indische Compagnie.

Nederlandse journalisten kwamen uitgebreid op het onderwerp terug bij de korte persontmoeting gisteren. Ja, het bezoek aan het handelsfort (slavenfort wilde hij het niet noemen) was indrukwekkend en je moet weet hebben van het verleden, zei Willem-Alexander. Maar, zo bleef hij benadrukken, we moeten vooral naar de toekomst kijken.

Op de vraag of hij vindt dat Nederland zich voldoende bewust is van het eigen slavernijverleden, antwoordde hij dat hij als historicus vindt dat het historisch besef in het algemeen meer aandacht mag krijgen. Het geschiedenisonderwijs hoeft volgens Willem-Alexander niet te worden aangepast. ,,Ik heb zelf veel over ons slavernijverleden gehoord op de middelbare school. Dat onderdeel is gedekt, denk ik.'' De kritiek dat zijn verklaring in Elmina erg summier was, had Willem-Alexander nog niet gehoord. ,,Wat ik in Elmina heb gezegd, is geheel in lijn met wat minister Van Boxtel vorig jaar in Durban heeft gezegd.''

Wat begon met diplomatieke betrekkingen - overigens tussen de Ashanti en de WIC, niet tussen Ghana en Nederland - is vandaag een hechte ontwikkelingsrelatie. In 2002 ontvangt Ghana 20 miljoen euro aan hulp vanuit Nederland, dat met name bestemd is voor gezondheidszorg en milieu. Tot twee keer toe was president Kufuor in toespraken opmerkelijk open over de eenzijdigheid van deze relatie. John Kufuor, president sinds begin 2001 na het langdurige regime van Jerry Rawlings, maakt een zeer aimabele indruk. Zijn bijnaam is GG, de Gentle Giant, volgend op de JJ van Rawlings: Junior Jesus.

Het Nederlandse belang bij een goede relatie gaat verder dan de grote Ghanese gemeenschap in Nederland. Als een van de weinige stabiele en democratische landen in West-Afrika kan Ghana een voorbeeldfunctie vervullen voor de regio, bijvoorbeeld als het gaat om vrijheid van meningsuiting, omgang tussen de verschillende etnische groepen en de strijd tegen corruptie.

De jeugd speelt hierbij een sleutelrol, benadrukte Willem-Alexander, zeker omdat de helft van de Ghanese bevolking jonger is dan 21. Het Nederlandse bedrijfsleven in Ghana beloont, via een competitie die in Ghana veel aandacht kreeg, jongeren met goede businessplannen. De sponsoring door Nederlandse bedrijven, rijkelijk aanwezig in Ghana, was tijdens het bezoek goed zichtbaar. Zo werd de Indonesische rijsttafel van het staatsbanket verzorgd door het lokale Golden Tulip Hotel, een Nederlandse keten. In de kranten waren de advertenties waarmee bedrijven het paar welkom heetten omvangrijker dan de redactionele aandacht.

Máxima kende Afrika voorheen alleen als toeriste. Anders dan in Nederland speelde ze in Ghana een ondergeschikte rol, ze was er als 'vrouw van'. Zichtbaar trots verwees Willem-Alexander meermalen naar 'my wife', en ook bij een persvraag naar Máxima's toekomstige titel was ze ,,mijn koningin, maar dat was ze altijd al''. De dienende rol lijkt Máxima goed af te gaan, ze lijdt er althans niet zichbaar onder.

Het enige programma-onderdeel van Máxima alleen was een gesprek met vertegenwoordigers van vrouwenorganisaties. Vlak daarvoor was ze verbaasd over en geïnteresseerd in het bestaan van vrouwenbesnijdenis in Ghana's islamitische noorden, tegenover kunstenaar Glen Turner die zich daar met zijn schilderijen tegen keert. Máxima gaat zich niet per se verdiepen in de positie van vrouwen in ontwikkelingslanden, zei ze desgevraagd. Ze is zich aan het oriënteren.

Willem-Alexander (,,Ik ben gek op Afrika'') lijkt de liefde voor Afrika van zijn grootvader en vader - met wie het ,,boven verwachting goed'' gaat, meldde hij gisteren - te hebben geërfd. Ondanks de warmte en de soms langdurige ceremoniële sessies, bleef hij steeds alert en geïnteresseerd. Bijkomend voordeel is dat hij in deze omgeving door lengte en blonde haardos al bij voorbaat opvalt. In Afrika krijgt Willem-Alexander zijn koninklijke uitstraling cadeau.