Regeren zonder vooruitzien

Herman Staal

Na de val van het tweede paarse kabinet afgelopen dinsdag rijst de vraag wat Paars heeft betekend voor Nederland. Kwamen er meer banen? Is de belastingaangifte een- voudiger geworden en de kinderopvang aantrekkelijker? 'Politici worden lui van te veel geld.' Onder professoren. (Uitgebreide artikelen waarin hoogleraren de balans van Paars opmaken zijn te lezen op www.nrc.nl/paars.)

Nog nooit was Nederland zo welvarend. Nog nooit was het politieke onbehagen zo groot. Nog nooit dreigde een regeringscoalitie zo'n grote verkiezingsnederlaag te lijden. Wachtlijsten, files, onveiligheid, asielzoekers, anonieme onderwijsfabrieken en bijna een miljoen arbeidsongeschikten. Het zijn de onopgeloste problemen waar het tweede kabinet-Kok níet over viel. Het viel over een gebeurtenis die plaatshad toen Paars nog geen jaar aan de macht was: het niet voorkomen van de ruim zevenduizend doden na de val van Srebrenica in de zomer van 1995.

,,De regering'', zei premier Kok bij het aantreden van Paars I, ,,wil de burger nadrukkelijker betrekken bij de publieke zaak.'' Om dat te bereiken beloofde hij de invoering van een correctief referendum, een onderzoek naar wijzigingen van het kiesstelsel, en ,,vergroting van de invloed van de burger op de politieke machtsvorming''. Hij beloofde veiligheid en rechtshandhaving ,,beter inhoud te geven'', kondigde aan dat het vreemdelingentoezicht ,,meer prioriteit'' zou krijgen, zei dat ,,de creativiteit en de professionaliteit van de schoolleiding en leraar'' essentieel was. En hij verklaarde te zullen investeren in ,,een leefbare toekomst''.

Investeren kon Paars. Economisch ging het land en kabinet voor de wind. En er kon, met het CDA voor het eerst in zijn bestaan in de oppositiebanken, een begin worden gemaakt met het regelen van immateriële zaken als euthanasie en het homohuwelijk. Winkels mochten ook op zondag en 's avonds open. Vier jaar later, bij de presentatie van Paars II, sprak Kok weer hoopvolle woorden. Hij zei opnieuw te willen werken aan ,,nieuwe vormen van democratisering van het bestuur''. En: ,,De burger vraagt (...) niet alleen om invloed, maar ook om resultaat.''

Na acht paarse jaren hangt een grauwsluier over de sociaal-liberale samenwerking. De coalitie krijgt van alle kanten de schuld van alle problemen in de samenleving. Op die onvrede inspelend stevent nieuwkomer Pim Fortuyn af op een historisch succes onder het motto: Paars laat niets dan puinhopen achter. Kok zelf noemde de kritiek op zijn kabinetten ,,een beetje raadselachtig''. Hij vindt dat van acht jaar Paars ,,een karikatuur'' wordt gemaakt.

Is de brede kritiek op de kabinetten-Kok gerechtvaardigd? Op die vraag geven 23 hoogleraren antwoord. Eensgezind stellen ze vast dat de kritiek in hoge mate terecht is. ,,Paars I heeft een vliegende start gemaakt, maar tijdens Paars II is het ingezakt'', zegt Arjen Witteloostuyn, hoogleraar algemene economie in Groningen. Dirk Frieling, hoogleraar regionale stedenbouw in Delft: ,,Paars heeft alle tijd opgesoupeerd aan procedures en overleg. Iedereen is jarenlang zoetgehouden met papieren verhalen. Er zijn geen keuzes gemaakt.'' Siebren Miedema (christelijk onderwijs en godsdienstpedagogiek, Vrije Universiteit): ,,Het vak van leraar heeft geen status meer. De scholen zijn vies. De verarming van het onderwijs heeft gigantische vormen aangenomen.''

Volgens de hoogleraren zijn op verschillende terreinen halfslachtige maatregelen genomen: scholen moesten zelfstandiger worden, maar kregen ook meer controle. Verzekeraars kregen in de zorg meer verantwoordelijkheid maar niet de vrijheid om die rol te vervullen. Privatiseringen of liberaliseringen (Schiphol, Nederlandse Spoorwegen) werden ingezet, maar niet afgemaakt of deels teruggedraaid.

Wel degelijk is er waardering voor het financieel en sociaal-economische beleid van Paars. Werk, werk, werk was hét regeringsmotto. Er kwamen ruim een miljoen banen bij. ,,Dat is echt ongelooflijk'', erkent Jan van Ours (algemene economie, Tilburg). De bloeiende economie, een begrotingsoverschot, een nieuw belastingstelsel - allemaal successen waarvoor lof wordt geuit. Maar onmiddellijk volgt de kritiek. ,,Er zijn te veel problemen afgedekt met geld. Politici worden lui van te veel geld'', verwoordt Hugo Keuzenkamp (toegepast economisch onderzoek, Universiteit van Amsterdam) de mening van veel collega's. Keuzes om de structurele problemen op te lossen zijn niet gemaakt. Niet in de zorg, niet in het onderwijs, niet op justititieel gebied, niet in de inrichting van het land. De regering heeft nooit duidelijk gemaakt wat zij nu eigenlijk met Nederland wilde.

• WERK EN ECONOMIE

Economisch ging het goed onder Paars. De werkloosheid daalde, het besteedbaar inkomen per gezin steeg. Coen Teulings (algemene economie, Rotterdam) erkent dat het niet alleen de gunstige wereldeconomie was die de Nederlandse economie liet groeien. ,,We zijn de witte raaf van Europa. Daar kun je niet omheen. De Duitse economie van nu is vergelijkbaar met de Nederlandse uit 1982.'' Toch vinden de ondervraagde hoogleraren dat ,,Paars heeft geoogst wat anderen hebben gezaaid'', zoals Lans Bovenberg (algemene economie, Tilburg) het zegt.

Het geheim van de Nederlandse economie is sinds begin jaren tachtig toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen. Dat was volgens Bovenberg een onbedoeld gunstig effect van het Akkoord van Wassenaar uit 1982, waarin vakbonden en werkgevers loonmatiging ruilden tegen arbeidstijdsverkorting. De gedachte was het werk te spreiden over meer mensen, maar vooral bij vrouwen raakte deeltijd in zwang. Zij hielden zo de arbeidsmarkt 'ruim', waardoor de lonen gematigd werden. Daardoor kreeg volgens de economen de Nederlandse economie een extra slinger toen begin jaren negentig de wereldeconomie rap begon te groeien. Paars stimuleerde het, volgens Jan van Ours (algemene economie, Tilburg). Maar Bovenberg vindt dat te weinig gedaan is voor een betere combinatie van arbeid en zorg. Jonge ouders, de 'spitsuur-generatie', werken onder hoogspanning. Ouderen zijn juist steeds vroeger uitgerangeerd. ,,In geen enkel land is de verhouding tussen de arbeidsdeelname van mensen boven en onder de vijftig zo scheef.''

Frank den Butter (algemene economie, VU Amsterdam) is positiever over het sociaal-economische beleid, maar op één punt is ook hij zeer negatief. De WAO is ,,niet fraai verlopen.'' Andere economen sluiten zich hierbij aan. De economische situatie bood de kans dit probleem op te lossen, maar PvdA en VVD durfden niet. Bovenberg miste vooral de laatste twee jaar het elan om structurele problemen aan te pakken. Paars werd slachtoffer van het eigen succes: als je via lastenverlichting in de private sector investeert, blijft de publieke sector achter. ,,De enorme welvaartsgroei heeft voor krapte gezorgd in zorg en onderwijs.''

Oogsten wat anderen zaaiden. Dat geldt volgens de hoogleraren ook voor het op orde brengen van de overheidsfinanciën, begonnen onder de kabinetten-Lubbers (1982-1994). Gerrit Zalm zette met zijn Zalmnorm die trend door. De financieel-economische doelstellingen van Paars waren duidelijk: kwalificeren voor de Economische en Monetaire Unie, de begroting op orde brengen en een nieuw belastingstelsel. Dat is gelukt, zegt Hugo Keuzenkamp (toegepast economisch onderzoek, UvA). Maar het overschot op de begroting is nog te klein. ,,Als je het in deze enorm goede jaren niet voor elkaar krijgt fors in de plus te eindigen, wanneer dan wel?'' Tegelijk vindt hij dat ,,met het vele geld structurele problemen opgelost hadden kunnen worden, zoals die in de zorg, bij de spoorwegen, Schiphol, het verkeer.'' ,,Door wat meer belasting te innen'', zegt zijn collega Witteloostuyn, hadden we meer geld gehad voor zorg en onderwijs. Keuzenkamp en Bovenberg vinden dat Paars te weinig ruimte liet voor marktwerking, en privatiseringen niet heeft afgemaakt.

De belastingherziening was ,,het paradepaardje van Paars'', vindt Leo Stevens (fiscale economie, Rotterdam). ,,Allemaal verbeteringen. Er zijn interessante en nuttige knoppen in het stelsel aangebracht. Het is nu nog een kwestie van fine tunen.'' Wel zegt Stevens over de 'belasting'-staatssecretarissen Vermeend en Bos: ,,Had wat meer tijd genomen, dan hadden er minder onvolkomenheden in gezeten.'' En één hoofddoelstelling is niet bereikt: vereenvoudiging van het stelsel.

• VEILIGHEID

Veel geld, weinig visie - dat gaat volgens de ondervraagde hoogleraren ook op voor het veiligheidsbeleid. De kabinetten Kok hebben veel geïnvesteerd in celcapaciteit en nieuwe agenten, constateert Henk van de Bunt (criminologie, Rotterdam en VU). ,,Alleen al voor extra politie wordt 360 miljoen euro per jaar uitgegeven. Tegelijkertijd heeft Paars verzuimd de vraag te beantwoorden hoe die extra capaciteit moet worden ingezet.''

Jan Leyten (burgerlijk procesrecht, Nijmegen) is evenmin lovend over het criminaliteitsbeleid. Minister Korthals (Justitie) heeft op de winkel gepast en op incidenten gereageerd. ,,Dat is een onnozele manier van criminaliteitsbestrijding. Je ziet het aan die klopjacht op de bolletjesslikkers. Het is duidelijk dat die nauwelijks enige bijdrage leveren aan de invoer van harddrugs.'' De noodmaatregelen om hen op te sluiten noemt hij ,,zo'n typisch voorbeeld van reageren op hysterie in de Tweede Kamer en de publiciteit, zonder visie op de werkelijke oorzaken van het probleem.''

VVD'er Korthals Altes, medio jaren tachtig minister van Justitie, had die nu ontbrekende visie wél, vindt Van de Bunt. Korthals Altes' nota Samenleving en Criminaliteit uit 1985 is nog altijd richtsnoer voor justitie. Maar die visie is niet verder ontwikkeld. ,,Kijk naar het softdrugsbeleid'', zegt Van de Bunt. De eerste paarse Justitieminister, Sorgdrager (D66), kondigde aan het coffeeshopbeleid te regelen. Maar haar opvolger Korthals (VVD) gaf vorig jaar aan geen millimeter te willen bewegen. ,,Dat is de prijs die Paars betaalt voor haar beleid: de twee tegenpolen in het kabinet, VVD en PvdA, moesten tevredengesteld worden.''

Het softdrugsbeleid is naar de mening van Frank Bovenkerk (criminologie, Utrecht) ontspoord. Was Nederland in het verleden vooral importland van softdrugs en chemische drugs, nu geldt het internationaal als exportland, zonder dat justitie greep krijgt op de organisaties die daar achter zitten. ,,Het zijn vooral allochtone Hollanders die achter die handel zitten.'' Bovenkerk noemt het positief dat justitie vanaf midden jaren negentig minder gefocust was op illegale drugshandel en meer op andere criminele fenomenen als wapenhandel.

Leyten mist eveneens een verantwoord drugsbeleid. ,,Terwijl de toename van de criminaliteit grotendeels toe te schrijven is aan drugsgerelateerde delicten, zoals moord of berovingen. Het beleid van de afgelopen jaren is er één geweest van onmacht.''

• ONDERWIJS

Meer vrijheid voor scholen. Dat was het belangrijkste doel in het regeerakkoord van 1994 voor het onderwijs. Paars is hierin geslaagd, zegt Wim Meijnen (onderwijskunde, UvA). ,,Maar curieus genoeg heeft de Onderwijsinspectie meer bevoegdheden gekregen. Tegen scholen wordt gezegd: jullie moeten een professionele organisatie worden, maar we gaan wel extra controleren.''

In '94 moest minister Ritzen (PvdA) bezuinigen op het onderwijs, terwijl net een grote vernieuwing was ingevoerd: de basisvorming. Dit programma voor de eerste drie jaar van de middelbare school was bedoeld om verschillen tussen leerlingen te verkleinen. Maar het heeft ze juist benadrukt, zegt Jan Terwel (onderwijspedagogiek, VU). ,,Juist de minder slimme leerlingen hebben last van de ongelukkige basisvorming, waar leraren niet op berekend waren.''

Het kabinet wilde besparen op de studiebeurzen en voorkomen dat leerlingen schooldiploma's 'stapelden', na het mavo naar het havo en dan het vwo. Dat laatste heeft Paars effectief aangepakt, zegt Terwel (onderwijspedagogiek, VU). ,,Zit je op een laag onderwijsniveau, dan blijf je altijd op een laag niveau.'' In 1998 kon weer worden geïnvesteerd. De onderwijsbegroting steeg met miljarden, vooral te besteden aan meer leraren. Maar het lerarentekort was nog nooit zo groot. Zo is in het basisonderwijs in één jaar tijd het aantal vacatures bijna verdubbeld tot 600 vorig jaar. ,,Achteraf had Paars eerder moeten ingrijpen'', zegt Meijnen. ,,Maar in 1994 was nog niet te voorspellen dat de arbeidsmarkt zo overspannen zou worden.''

Paars kondigde aan de klassen te verkleinen en besteedde hier miljoenen aan. Inmiddels is het aantal basischoolleerlingen per klas licht gedaald, van 25,7 leerlingen per groep in 1995 tot 24,4 in 2001. Verder moesten scholen fuseren. Het aantal middelbare scholen daalde drastisch. Een school telt gemiddeld 1.427 leerlingen. Terwel: ,,Fuseren kan goed uitpakken, omdat het krachten kan bundelen en doorstroming van scholieren kan verbeteren. Maar de overheid heeft schaalvergroting gestimuleerd op financiële gronden, niet op grond van een pedagogische visie. En nu pas komen we erachter dat veel scholen anonieme leerfabrieken zijn geworden.''

Ook het hoger onderwijs moest op de schop. Zo voert minister Hermans vanaf september de bachelor/masterstructuur in. ,,Daarin zie je de typisch paarse manier van denken'', zegt Arjo Klamer (kunst- en cultuurwetenschappen, Rotterdam). ,,Een idee wordt zonder visie ingevoerd. Hermans wil het hoger onderwijs meer aansluiten op de rest van de wereld. Prima, maar tot nu toe verandert hij alleen de namen van de academische titels.''

• GEZONDHEIDSZORG

Het geld voor gezondheidszorg is de afgelopen acht jaar met bijna 50 procent gestegen. Toch zijn de wachtlijsten lang, is de werkdruk hoog en de zorg voor ouderen en gehandicapten verschraald.

Toen Paars aantrad, wilde het kabinet niet veel extra geld in de zorg stoppen, ondanks de vergrijzing. Volgens Ernst Roscam Abbing (organisatie van de gezondheidszorg, Nijmegen) heerste ,,een depressieve houding'' na het debacle over de zogeheten stelseldiscussie, die vóór 1994 was aangezwengeld. ,,Het idee was: er valt in de zorg toch niets te regelen.'' Maar onder druk van de wachtlijsten moesten in 1998 politieke keuzes worden gemaakt: de regering beloofde de tekorten onder het medisch personeel weg te werken, het imago van de sector te verbeteren en het zorgstelsel te moderniseren. Roscam Abbing: ,,Nu hadden we wel geld, maar ontbrak het aan personeel om de wachtlijsten daadwerkelijk op te lossen.''

Door de vergrijzing, de technologische vooruitgang en de hogere eisen die patiënten stellen neemt de vraag naar zorg toe constateert Cor Spreeuwenburg (integratie voor chronische zieken, Maastricht). ,,Pas de laatste jaren is daar écht aandacht voor.'' Volgens hem ,,zit het hart van minister Borst op de goede plek, maar heeft ze haar beleid in de afgelopen twee kabinetten onvoldoende uitgewerkt''.

Frans Rutten (economie van de gezondheidszorg, Rotterdam) vindt dat Borst weinig doortastend was met de invoering van een nieuw zorgstelsel. Concurrende zorgverzekeraars moeten de spil van de gezondheidszorg worden, waarbij verzekerde patiënten het voor het zeggen moeten krijgen. Rutten: ,,Verzekeraars hebben wel meer verantwoordelijkheid gekregen om de kosten van de zorg te dragen, maar er is verzuimd hun vrijheid te geven om die rol echt te kunnen vervullen. De minister blijft zich in detail met de zaken bemoeien waardoor er feitelijk nog te veel aanbodregulering is.'' Roscam Abbing vindt het juist jammer dat de minister weinig trouw is gebleven aan haar kritische houding over marktwerking. ,,Voordat ze minister werd, zei ze: marktwerking is leuk bedacht, maar zolang er wachtlijsten en andere tekorten zijn, zal het niet werken.''

Wat is wel tot stand gebracht? Rutten ziet ,,weinig zaken die er positief uitspringen''. Spreeuwenberg signaleert dat in de palliatieve zorg is geïnvesteerd. ,,We bekommeren ons veel meer om mensen die op sterven liggen.''

• RUIMTELIJKE ORDENING

Van de paarse plannen om Nederland beter in te delen is weinig terechtgekomen, zegt Riek Bakker (stedenbouwkunde, Eindhoven). De ruimte is verder versnipperd: ,,Het landbouwareaal wordt kleiner, hier wordt wat gedaan aan waterbeheer, daar komen wat woningen, daar bedrijventerreinen. Maar hoe dat samenhangt, daar hebben we het niet over.''

Toch was een betere verhouding tussen bebouwing, natuur en landbouw, en betere verbindingen over weg en spoor, de opdracht die Paars II zich had gesteld. De Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening had die samenhang moeten regelen, maar de ondervraagde professoren oordelen vernietigend over dit pièce majeure van Paars II, dat nog in de Tweede Kamer 'hangt'. ,,Allemaal gepraat'', oordeelt Bakker. ,,Paars heeft van Nederland een puur postzegelland gemaakt'', zegt Jan Douwe van der Ploeg (rurale sociologie, Wageningen).

Nadat Paars I kwam met een schets over 'Nederland in 2030', heeft Paars II zijn tijd besteed aan nieuwe beleidsnota's, zonder tastbaar resultaat, meent Dirk Frieling (regionale stedenbouwkunde, Delft). Hij spreekt van het ,,failliet van de beleidsnota's''. Intussen heeft Paars de projecten laten uitvoeren waarover besloten was door vorige kabinetten: Tweede Maasvlakte, Betuwelijn, Hoge Snelheidslijn (HSL). Alleen bij Schiphol, met de aanleg van de vijfde baan, is ,,goed doorgepakt'', vindt Frieling. Het gemak waarmee minister Netelenbos (Verkeer) na ,,heroïsche strijd'' afstand deed van het rekeningrijden door tolpoorten vinden de hoogleraren ,,schokkend''.

Volgens Rob Kloosterman (economische geografie en planologie, UvA) zijn de problemen in de Randstad zo nijpend dat gedurfde denkoefeningen nodig zijn: ,,Stel dat we een hek zouden zetten om de Randstad en daar alleen nog gaan verdichten, wat gebeurt er dan?''

Voor Van der Ploeg heeft vooral het ministerie van Landbouw, dat het platteland moet behouden, een ,,onduidelijke rol'' gespeeld. In het eerste kabinet-Kok was nog aandacht voor het platteland, onder Paars II is alles ,,vastgelopen en gefrustreerd''. Dat geldt ook voor het mestoverschot, vindt hij.Dat lijkt opgelost maar is het niet. ,,De mest wordt nu direct geïnjecteerd in de grond. Je ruikt het niet meer, maar de grond wordt er sneller arm van. En uiteindelijk heb je meer kunstmest nodig.''

• NEDERLAND EN DE WERELD

Echt paars buitenlands beleid valt na acht jaar nauwelijks te bespeuren. ,,Dat is ook niet zo verwonderlijk'', zegt Bart Tromp (internationale betrekkingen, Amsterdam en Leiden). ,,Want het is eigen aan Buitenlandse Zaken dat het niet zozeer beleid uitzet maar vooral op de lopende zaken let.'' Fred van Staden (internationale betrekkingen, Leiden) gaat een stap verder: de combinatie van PvdA en VVD was ,,een belemmering voor een samenhangend buitenlands beleid''. De atlantische richting van de VVD stond tegenover de meer Europese oriëntatie van de PvdA; het pragmatisme van de VVD tegenover het idealisme van de PvdA. Ook in internationale handelskwesties stonden ze vaak tegenover elkaar.

Tromp noemt als voorbeeld waarbij Paars een scheve schaats reed de sancties tegen Oostenrijk, nadat de partij van de rechtsradicaal Haider in de regering kwam. Volgens Tromp begaf Kok, die voorop liep, zich op een glibberig juridisch pad. ,,Het was ook uit democratisch oogpunt een heel gevaarlijke koers.''

Vooral onder Paars II lukte volgens Van Staden weinig meer. Tromp meent dat Paars steken heeft laten vallen bij het Europees beleid. Vooral PvdA-staatssecretaris Benschop (Europese Zaken) mikte op informele afspraken met andere lidstaten van de Europese Unie om de samenwerking te bevorderen. ,,Dat was een verkeerde koers, want Nederland heeft als klein land juist meer aan de versterking van de Europese Commissie en de andere Europese instellingen.''

Eén buitenlandse gebeurtenis heeft Paars tot het einde achtervolgd: het drama van Srebrenica. Van Staden meent dat het kabinet met zijn ontslag zeer laat zijn verantwoordelijkheid nam. Maar Nederland heeft leergeld betaald. ,,Sinds 1995 zijn we een stuk zakelijker en minder gretig geworden met vredesmissies.'' Tromp vindt de val van het kabinet ,,wonderlijk''. Veel internationale kranten reageerden positief. Maar volgens Tromp kijken ook veel buitenlandse waarnemers meewarig naar Nederland dat zich zeven jaar na de val van de enclave ,,nog altijd handenwringend en kermend wentelt in het drama van Srebrenica''.

 

Met medewerking van Harm van den Berg, Birgit Donker, Egbert Kalse, René Moerland, Froukje Santing, Floris van Straaten, Guus Valk en Jos Verlaan.