Korte geschiedenis van
NRC Handelsblad

Ite Rümke

NRC Handelsblad is voor het eerst verschenen op 1 oktober 1970. De nieuwe avondkrant is ontstaan uit een fusie van twee oude, noodlijdende dagbladen: de 'Nieuwe Amsterdamsche Courant' het Algemeen Handelsblad uit 1828 (oprichter J.W. van den Biesen) en de Nieuwe Rotterdamsche Courant (oprichter Henricus Nijgh) uit 1844.

In de jaren zestig van de vorige eeuw ging het slecht met 'de pers'. De televisie brak door, met in haar kielzog de televisiereclame. Landelijke adverteerders kozen massaal voor het nieuwe medium. Dag- en weekbladen verloren een groot deel van hun inkomsten. Uitgevers moesten flink bezuinigen. Er werden titels opgeheven en persconcentraties waren aan de orde van de dag.

In 1964 besloten de uitgevers van de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad de twee dagbladondernemingen samen te voegen tot de Nederlandse Dagbladunie NV (NDU). De gelijknamige kranten zouden echter zelfstandig kunnen blijven. In 1967 richtten NDU en het Telegraafconcern een technisch samenwerkingsverband op, Unitel. Hoewel journalistiek niet werd samengewerkt, haakten veel lezers van zowel NRC als Handelsblad toch af. Zij wilden in geen enkel opzicht verbonden zijn met een krant die in de Tweede Wereldoorlog een kwalijke rol had gespeeld. Het Unitel-avontuur werd al na enkele maanden gestaakt.

In 1969 waren de verliezen van NRC en Handelsblad torenhoog opgelopen. De oplages waren verder gedaald, de advertentie-inkomsten waren verder teruggelopen, de lonen en papier- en drukkosten waren fors gestegen.

 

Objectief

Commercieel gezien was een fusie onvermijdelijk. Maar redacteuren van de beide kranten boden weerstand. Hoewel de kranten inhoudelijk meer overeenkomsten dan verschillen vertoonden, was er sprake van een groot cultuurverschil tussen 'Amsterdam' en 'Rotterdam'. De Amsterdammers wilden vooral verslag doen van maatschappelijke en culturele ontwikkelingen, in de gistende 'provo-tijd' van eind jaren zestig. De Rotterdammers waren vooral geïnteresseerd in (Haagse en internationale) politiek en economie.

Wat beide kranten gemeen hadden, was het streven naar een zo objectief mogelijke berichtgeving, zij het dat die een beetje traag was. Van eigen verslaggeving was met name bij de NRC nauwelijks sprake. Het nieuws rolde hier van de telex en werd – door de redacteuren gecorrigeerd en van de juiste punten en komma's voorzien – in de krant gezet. De redacteuren schreven daarnaast hun eigen analyses, doorgaans zonder de redactie te verlaten. Wel muntte de NRC uit in parlementaire verslaggeving en bijdragen van buitenlandse correspondenten. Beide kranten hadden een 'bijlage' op zaterdag, waarin plaats was voor 'human interest'-verhalen.

NRC en Handelsblad richtten zich van oudsher op een liberaal lezerspubliek en raadden hun lezers tegen verkiezingstijd aan op de VVD te stemmen. Het Algemeen Handelsblad ontwikkelde zich in de tweede helft van de jaren zestig meer tot een modern-liberale krant, mede onder invloed van enkele redacteuren (H. Gruyters, H.A.F.M.O. van Mierlo), die betrokken waren bij de oprichting van de nieuwe partij D'66.

 

Kwaliteitskrant

Begin 1970 was er geen ontkomen meer aan fusie. De hoofdredacties van NRC en Handelsblad ontwikkelden binnen enkele maanden een formule voor de nieuwe krant. De formule was geënt op voorbeelden uit het buitenland (The Times, The Guardian, de Süddeutsche Zeitung) en op ideeën die de redactie van het Algemeen Handelsblad al eerder had ontwikkeld maar niet had kunnen uitvoeren.

De nieuwe krant moest een 'kwaliteitskrant' worden (van het Engelse quality paper), voor lezers met hoger en middelbaar onderwijs. De krant zou de primeur niet schuwen en niet terugdeinzen voor actieve journalistiek, die uiteraard snel en betrouwbaar moest zijn. Nieuws, analyse en opinie zouden strikt worden gescheiden. Voorts moest de krant een 'paper of record' worden: belangrijke redevoeringen en documenten zouden integraal worden overgenomen. De schrijfstijl zou levendig en 'concies' moeten zijn.

Ook in vormgeving zou de nieuwe krant er anders moeten uitzien. De verschillende rubrieken, zoals binnenland, buitenland, opinie, kunst, sport en economie, zouden elk hun vaste pagina's krijgen - een noviteit in die dagen.

De opmaak ging van zeven naar acht kolommen. De nieuwe krant kreeg de voor de hand liggende naam 'NRC Handelsblad'. Op de Amsterdamse markt werd korte tijd de naam 'Handelsblad NRC' gevoerd, maar dit gekunstelde onderscheid werd al na enkele maanden opgeheven. De eerste ontzuilde krant van Nederland werd in de herfst van 1970 een feit.

 

Rotterdam

De redactie van NRC Handelsblad werd gevestigd aan de Witte de Withstraat in Rotterdam, op een kleine vestiging in Amsterdam na. De keuze voor Rotterdam had vooral een technische reden. In tegenstelling tot het Handelsblad beschikte de NRC over drukpersen die een oplage van rond de 100.000 exemplaren konden drukken. Het motto van de krant 'Lux et Libertas' (Licht - in de filosofische zin van Verlichting - en Vrijheid) kwam van het Algemeen Handelsblad.

De beginselen van de nieuwe krant zijn vastgelegd in het eerste commentaar, verschenen op 1 oktober 1970. Deze beginselen gelden ruim dertig jaar later nog onverkort: 'De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma.' De krant onderhoudt geen bijzondere banden met politieke of maatschappelijke organisaties en staat in beginsel wantrouwend tegenover iedere collectiviteit, 'hetzij staat, partij of voetbalclub'. Ronduit wordt gesteld dat 'wij ons richten tot een publiek dat bereid is na te denken'. Meningen zullen dan ook niet worden opgedrongen.

 

Eerste jaren

NRC Handelsblad kreeg in 1970 een driekoppige hoofdredactie, bestaande uit mr. J.L. Heldring (NRC), H.J.A. Hofland (Handelsblad) en drs. A. Spoor (Handelsblad). In augustus '72 werd Spoor de enige hoofdredacteur. Spoor werd in 1983 opgevolgd door W. Woltz, onder meer ex-correspondent in Londen, waarna in 1990 dr. B. Knapen aantrad. Knapen was onder meer ex-correspondent in Bonn en adjunct-hoofdredacteur. Vanaf 1996 was mr. F.E. Jensma hoofdredacteur. Jensma was eerder onder meer correspondent in Brussel en chef van het Zaterdags Bijvoegsel. Sinds eind 2006 is B. Donker hoofdredacteur.

De eerste jaren ging het niet goed met de nieuwe krant. De oplage daalde van 106.000 exemplaren in 1970 tot ruim 88.000 in 1974. Maar vanaf midden jaren zeventig schoot 'de tijdgeest' te hulp. De samenleving raakte 'ontzuild', emancipatie en individualisering zetten door. Steeds minder mensen kozen hun krant op grond van hun protestantse, katholieke of socialistische achtergrond. Het katholieke dagblad De Tijd, inmiddels gefuseerd met De Maasbode, werd opgeheven. Veel lezers bekeerden zich of tot de Volkskrant (inmiddels geen spreekbuis meer van de Katholieke Volkspartij en de katholieke vakbeweging), of tot het neutrale NRC Handelsblad, dat hun de gelegenheid bood een eigen mening te vormen.

 

PCM

In 1977 was de oplage van NRC Handelsblad, met ruim 100.000, terug op het niveau van 1970. Tien jaar later, in 1987, werd de grens van 200.000 abonnees gepasseerd.

Eind jaren zeventig en in de loop van de jaren tachtig werd NRC Handelsblad een steeds 'bredere' krant. Al sinds 1970 bestond het Cultureel Supplement, opgericht onder leiding van mr. K.L. Poll, het allereerste aan kunst en cultuur gewijde katern van Nederland. Vervolgens werden bijlagen als Wetenschap & Onderwijs, Mens & Bedrijf en Boeken toegevoegd. De rubriek Opinie werd in 1984 uitgebreid van één naar twee pagina's.

Nieuwe bijlagen werden ook opgericht in de jaren negentig, waaronder de bijlage Profiel (sinds 1996), waarin wekelijks een actueel onderwerp wordt uitgediept. (In januari 2002 kreeg deze bijlage een andere naam, Thema.) NRC Handelsblad is sinds 1995, als eerste landelijk dagblad, ook actief op internet. In 1999 werd de krant verrijkt met een maandelijks magazine M. Sinds januari 2002 verschijnt op zaterdag de bijlage Leven &cetera, over "mensen, mode en media".

NRC Handelsblad is eigendom van PCM Uitgevers NV, dat in 1995 de Nederlandse Dagblad Unie (NDU) heeft gekocht van Reed Elsevier. Door deze overname verkeert NRC Handelsblad met vrijwel alle Nederlandse landelijke dagbladen (de Telegraaf uitgezonderd) in hetzelfde concern.

 

Protest

De redactie van NRC Handelsblad bestaat op dit moment uit circa tweehonderd redacteuren, tegenover enkele tientallen in 1970. De meeste redacteuren werken in Rotterdam-Alexanderpolder, waarheen de redactie in 1988 onder protest is verhuisd vanuit Rotterdam-centrum. Kleinere vestigingen zijn er in Amsterdam en Den Haag. De hoofdredactie telt vijf leden. NRC Handelsblad beschikt over een groot netwerk van buitenlandse correspondenten.

De oplage van NRC Handelsblad stabiliseert zich sinds eind jaren negentig omstreeks 270.000.

 

Gepubliceerd in:
Over de krant