Liefde van alleen de ziel

door Elsbeth Etty

Wellust was niet de basis van het huwelijk tussen de homoseksuele schrijver Louis Couperus en zijn nicht Elisabeth Baud. Maar ze voeren er beiden wel bij.

Nog voordat er ook maar in de verste verte sprake was van het tegenwoordige homohuwelijk werd over Louis Couperus al de grap gemaakt dat hij getrouwd was `met een nicht'. Daar was geen woord aan gelogen. Elisabeth Baud, de echtgenote van Nederlands grootste romancier, was familie: haar beide grootmoeders waren zusters van Couperus' vader. Ze trouwden in september 1891. Louis was 28 jaar oud en Betty – zoals ze genoemd werd – bijna 24. Het huwelijk baarde opzien, want als er iemand in Den Haag rondliep die overduidelijk homoseksueel was, dan was het de schrijver van Eline Vere. Zelfs de Amsterdammer Van Deyssel, die hem nooit ontmoet had, noemde Couperus `een freule'.

Trouwde hij met zijn nichtje om een dekmantel te hebben voor het bedrijven van de herenliefde en zo ja, wist Elisabeth dat ze als camouflage diende? Het antwoord is bekend uit Louis Couperus. Een biografie van Frédéric Bastet. Couperus wílde helemaal geen huwelijk, al was het maar omdat hij als beginnend schrijver onmogelijk de kost kon verdienen voor twee personen. Het liefst wilde hij bij zijn ouders blijven wonen: beschermd en vooral goedkoop. Maar toen hij na een psychische crisis en onder toenemende druk van zijn omgeving aan een huwelijk moest geloven, was Betty Baud de enige optie. Van kind af aan was deze in Batavia geboren patriciërsdochter praktisch zijn zuster geweest en bovendien de enige vrouw die hem kon boeien. Aan een ander nichtje schreef hij over Betty dat zij `een ziel van exquize fijnheid' bezat.

En Elisabeth? Volgens Bastet heeft zij nooit over Couperus' `androgyne geaardheid' willen praten. Uit haar mond heeft hij dus niet kunnen vernemen hoe het was om de echtgenote te zijn van een man die van `onnatuur' werd beticht. Niettemin is hij ervan overtuigd dat juffrouw Baud precies wist wat ze deed toen ze met haar feminiene neef trouwde en hij maakt dat in zijn biografie aannemelijk aan de hand van passages uit Couperus' romans. Zo zegt de op Couperus gelijkende Hugo in Metamorfoze over de Elisabeth-achtige Emilie: `We voelen groote vriendschap voor elkaâr. We kennen elkaâr van onze kinderjaren af, maar zóó houden we niet van elkaar.' Duidelijk is dat `zóó' staat voor seksueel. Nu is het gebruiken van literair werk als biografische bron even riskant als omstreden, maar in sommige gevallen kan deze methode wel degelijk opheldering verschaffen over biografische verborgenheden.

Strengste recensent

De rol die het ongewone huwelijk met zijn nicht speelt in Couperus' romans rechtvaardigt ten volle de tentoonstelling Elisabeth Couperus-Baud, de vrouw achter de schrijver, die vandaag is geopend in het Louis Couperus Museum in Den Haag. Volgens Eugenie Boer, samenstelster van de catalogus bij deze expositie, heeft Couperus zijn enorme productiviteit bovendien vooral te danken aan Elisabeths steun en stimulans. Zij verzorgde de correspondentie en imposant is de stapel manuscripten die ze voor haar man in het net schreef. Ze bekritiseerde die manuscripten ook, zoals blijkt uit een brief van Couperus aan zijn uitgever Veen, waarin hij haar de `strengste recensent die ik heb' noemt.

Ook reisden ze samen de halve wereld af. Voor hem nam ze genoegen met een leven in hotels en pensions. Zelfs heeft ze het opgebracht om in Nice aan de Avenue Beaulieu 8 (later Avenue Maréchal) een familiepension te runnen. Voortdurend probeerde ze bij te dragen aan het inkomen, onder andere met het vertalen van boeken. Haar eerste vertaling, op 25-jarige leeftijd en dus kort na haar huwelijk met Couperus, was Oscar Wilde's The Picture of Dorian Gray, dat de Nederlandse critici `door en door ongezond' vonden.

Oorspronkelijk literair werk heeft ze ook geschreven. Op de tentoonstelling wordt behalve aan haar vertalingen die voor het eerst bijeengebracht zijn bijzondere aandacht besteed aan haar debuut Een galavoorstelling, in 1890 onder de auteursnaam Betty op voorspraak van Couperus gepubliceerd in het tijdschrift Nederland. Op latere leeftijd heeft ze van verscheidene romans van haar echtgenoot toneelbewerkingen gemaakt.

Stimuleren en recenseren deed Elisabeth haar neef al voordat ze getrouwd of zelfs nog maar `geëngageerd' waren. In de tijd dat Couperus werkte aan zijn debuutroman Eline Vere zag hij zijn lievelingsnichtje regelmatig. Nadat hij in 1886 M.O.-examen Nederlands had gedaan, maar geen zin had om voor de klas te gaan staan, gaf hij haar en twee andere meisjes literatuurles. In het voorjaar van 1888 gingen die lessen geleidelijk aan over in voorleessessies met commentaar van de toehoorsters. Louis begon namelijk te reciteren uit zijn debuut dat nog datzelfde jaar in Het Vaderland als feuilleton zou worden gepubliceerd. De drie meisjes mochten commentaar leveren en de jonge schrijver beloofde dat hij dit zou verwerken.

Als we in Emilie uit Metamorfoze trekken van Elisabeth herkennen (zoals Bastet in zijn biografie aannemelijk maakt) is het zelfs mogelijk dat zij het was die Couperus aanspoorde tot het schrijven van Eline Vere in de vorm die het boek uiteindelijk heeft gekregen: `Begin dan ook opnieuw, moedigde zij hem aan... Waarom zoû je niet kunnen schrijven ons leven, ons gewone leven van jonge mensen, dat wat je om je heen ziet, wat je iedere dag zelf leeft.'

Niet alleen voor Couperus was het huwelijk met Elisabeth een uitkomst, ook de jonge bruid voer er wel bij. De grootmoeder bij wie ze aan de Sophialaan inwoonde, was net weduwe geworden. Was ze ongetrouwd gebleven, dan had Elisabeth conform de conventies voor grootmama moeten blijven zorgen en mee moeten verhuizen naar Baarn, waar de oude dame zich terugtrok.

Is dat de reden geweest om dan maar liever met Louis te trouwen, ook al was er aan hem op seksueel gebied geen lol te beleven? Volgens Bastet niet. In zijn visie hield Elisabeth van Couperus en wilde ze hem beschermen voor het lot dat de personages Frank, Eve en Bertie uit Metamorfoze had getroffen. Als uitgesproken homoseksueel probeerde Bertie een wig te drijven in de relatie tussen zijn jeugdvriend Frank en diens geliefde Eve. Frank vermoordt hem en pleegt vervolgens samen met Eve zelfmoord. Elisabeth zou Couperus, die nadat hij zijn homoseksualiteit had onderkend tot diepe radeloosheid was vervallen, met dit huwelijk hebben willen behoeden voor suïcide.

Zonder wellust

In Een verlangen, geschreven kort voor hij zich met Elisabeth verloofde, heeft Couperus duidelijk gemaakt dat niet zijn homoseksualiteit zijn belangrijkste probleem was, maar het feit dat hij niemand kon liefhebben. Er was `noch man, noch vrouw, die bij hem dat onwederstaanbaar, onherroepelijk, noodlottig verlangen had opgewekt zich te geven, zich te ontsluiten, zich te openen (...)'. Hij wilde slechts liefhebben `met liefkozingen zonder wellust, met zoenen van ziel'.

In zijn verlovingstijd begon hij aan Extaze, waarin Taco Quaerts Cécile van Even liefheeft `met alleen zijne ziel'. Zijn geliefde moest voor hem blijven `eene vrouw die geen vleesch was, die niets verlangde van de aarde (...) die alleen ziel zoû wezen, zusterziel der zijne'. Cécile smachtte juist naar het aardse, maar schikte zich in de door Quaerts verlangde totale onthouding. Dat was waarschijnlijk precies zoals het huwelijk van Louis en Elisabeth eruit zou gaan zien: een mariage blanc. In zijn biografie voert Bastet een bron op die ervan overtuigd is dat Couperus voor honderd procent impotent was.

Hoe Mevrouw Louis Couperus, zoals ze in haar tijd werd genoemd, dit heeft doorstaan weten we niet, maar uit de op de tentoonstelling geëxposeerde brieven van Couperus valt wel het een en ander op te maken. In het voorjaar van 1900, Elisabeth was 33 en bijna tien jaar getrouwd, schreef Couperus aan zijn uitgever: `Mijn vrouw loopt iets beter, maar is erg neerslachtig en heeft melancholieke buien.' Dankzij `suggestie en hypnose' van ene Dr. Bende, kwam daar na een paar maanden enige verbetering in, zodat de bezorgde echtgenoot aan zijn nichtje Constance kon meedelen dat Betty veel beter was. `Verbeeld je, het was geen reumatiek, maar het waren zenuwen, van louter nerfjes kon zij niet lopen, de arme doedel.' Bastet maakt hieruit op dat Elisabeth aan een ernstige depressie leed die hij onder andere verklaart uit `het voor altijd moeten afzien van het krijgen van kinderen'. Een paar jaar eerder, op haar 28ste, was ze ook al zo ziek geweest dat ze niet meer kon werken (`ze souffreert tegenwoordig een beetje aan haar ogen', schreef Couperus erover) en de vele kwalen waaraan ze leed duurden zolang zij met Couperus getrouwd was.

Niettemin overleefde Elisabeth Baud haar echtgenoot vele jaren. Hij stierf in 1923, zij zong het uit tot 1960. Veel is er over haar periode van weduwschap, die langer duurde dan haar huwelijk, niet bekend. Des te verrassender is de aandacht die op de Elisabeth Baud-tentoonstelling en in de bijbehorende catalogus ook aan die episode wordt besteed. Behalve brieven, foto's en allerlei parafernalia uit hun huwelijksleven, zoals twee stoelen en een prullenbak, Couperus' reiskoffer en een vrouwelijk reiskostuum uit het fin de siècle, zijn er bijvoorbeeld foto's en beschrijvingen van het pension aan de Haagse Prins Hendrikstraat 23 waar ze haar laatste jaren in stille armoede sleet.

In 1904 had Couperus alle rechten op zijn boeken aan Veen verkocht, met als gevolg dat Elisabeth daar als weduwe geen royalties over kreeg. Albert Vogel heeft beschreven hoe zij eind jaren vijftig als stokoude vrouw op de première van een van zijn Couperusvoordrachten arriveerde: in een bontje `dat heel erg naar mottenballen stonk'. Duidelijk een geval van `grandeur dechue' en hoe vaak had Couperus niet over vergane glorie geschreven.

De weduwe Louis Couperus stierf op 92-jarige leeftijd. Op de tentoonstelling ontbreekt de overlijdensadvertentie niet, evenmin als de foto van de gedenkzuil op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag waar zowel de as van Couperus als van Elisabeth is bijgezet.