Stopwoorden

Ewoud Sanders

Een tijdje geleden ging het in deze rubriek over diverse stopwoorden. Een keuze uit de reacties van lezers.

Er zijn stopwoorden die van alle tijden zijn, schreef ik, maar er zijn er ook die inmiddels dood, begraven en geruimd zijn, zoals wat ik wil zeggen en jokken niet. Zeg echter nooit te snel dat uitdrukkingen dood en begraven zijn, want dat komt je duur te staan. Zo blijkt wat ik wil zeggen en jokken niet nog steeds voor te komen, aldus diverse lezers. Zo schreef iemand: ,,Mijn grootmoeder (geboren 1907) gebruikt de woorden en jokken niet heel soms aan het einde van een zin om iets te benadrukken. Zelf zegt zij daarover: ‘Ik hoor het mijn grootmoeder nog zeggen.’’’

Iemand anders schreef: ,,Als iemand tegen mij zegt ‘Wat ik zeggen wil’ (en dat was gisteren nog) zeg ik automatisch er achteraan ‘en jokken niet’. Mijn moeder had tientallen van dit soort uitdrukkingen, waaronder enkele regeltjes uit gedichten, die en passant uit haar mond kwamen.’’

Een andere lezer las de genoemde uitdrukking met gemengde gevoelens. ,,Het gebeurt wel vaker dat er in de rubriek Woordhoek een woord of een uitdrukking staat waarvan ik de stellige overtuiging heb dat zoiets alleen maar in onze familie gezegd wordt. Het is vreemd – en niet altijd leuk – om te beseffen dat zoiets blijkbaar helemaal niet zo’n bijzondere uitdrukking is als ik tot dan toe gedacht had. Soms wordt het goedgemaakt als het een uitdrukking is die ook bij ons al geruime tijd niet meer gebruikt wordt en me doet denken aan mensen die het zeiden en er niet meer zijn. Zo is het ook met wat ik wil zeggen en jokken niet. Deze stoplap kan dan dood, begraven en geruimd zijn, maar niet bij ons. Door mijn vader (geboren in 1928 en overleden in 1971) werd dat vaak gezegd en ook ik (uit 1956) zeg het nog regelmatig. De uitdrukking kent bij ons een kleine variatie, namelijk: wat ik zeggen wou en liege niet. Wat mij betreft is het een mooiere versie dan die in de krant. Ik hou erg van dat soort volkomen overbodige zinnen en dat heeft wellicht met mijn vader te maken. Die overleed toen ik vijftien was. Eerlijk is vals is ook zo’n door hem gebruikte uitdrukking. Als krachtterm was voor hem het toppunt het mooie woord potster, op dezelfde manier uitgesproken – langgerekt – als godver. Ik hoor het hem zo nog zeggen, vooral dus als er iets mis ging bij zijn werk.’’

Tot slot nog één bevestiging dat wat ik wil zeggen en jokken niet nog steeds levend is. Iemand schreef: ,,Mijn vader gebruikt nog regelmatig de uitdrukking Wat ik zeggen wil en liegen niet als inleiding op iets wat hij gaat zeggen. En van het stopwoordje afijn - eveneens door u genoemd – bestaat een lange variant, die mijn vriendin een keer tijdens een vakantie van iemand heeft gehoord, namelijk:
Zo....een mug is geen vlo...
Afijn....Een koe is geen konijn...

Helemaal goed
Een Amsterdamse taalkundige stipte in zijn reactie verschillende interessante aspecten van stopwoorden en stoplappen aan: ,,Wat betreft ‘stopwoord’ is het enigszins belegen ‘stoplap’ als alternatief ook wel aardig. Misschien slaat de letterlijke betekenis daarvan ook op ‘stopwoord’: je bent wel bezig, maar het heeft in feite geen enkele betekenis. Het is bij dit soort woorden ook altijd interessant om naar andere talen te kijken. Zo heeft het Frans zowel ‘tic’ als ‘mot favori’ en het Engels zowel ‘stopgap’ als ‘filler’. De etymologie (of de verklaring) van ‘stopgap’ is mij overigens een raadsel. Wat je de laatste tijd heel veel hoort is absoluut en OK. Het eerste hoor je tegenwoordig steeds meer in de betekenis van ‘ik ben het met je eens/dat klopt, enz.’ Dus persoon A zegt: ‘Bush moet nu wel de oorlog beginnen omdat hij geen exit-strategie heeft.’ Reactie van B: ‘Absoluut.’ Ik heb de indruk dat dat invloed van het Engels is, waarin ‘absolutely’ al langer in deze betekenis voorkomt. ‘OK’ wordt steeds meer gebruikt in de betekenis van ‘Ik begrijp het.’ Dus ik vertel een student iets over nieuwe ontwikkelingen, en hij zegt: ‘OK’ Op deze manier gebruikt heeft ‘OK’ niets in zich van goedkeuring of iets dergelijks. Het is opvallend dat dit soort ‘stopwoorden’ (als je ze al zo mag noemen) een sterk discourse-achtige functie hebben. Het zijn ook vaak bijna een soort minimale responsen, vergelijkbaar met ‘hmmm’ of ‘ja’. In deze functie lijken de betreffende woorden hun eigenlijke ‘sterke’ betekenis te zijn kwijtgeraakt.’’

En dan waren er natuurlijk nog allerlei signalementen van andere stopwoorden en stoplappen. Zo schreef iemand: ,,Onder ‘helemaal goed’ hoort u zichzelf ook zeggen ‘niks meer aan doen’. Ook tamelijk modieus.’’ Iemand anders schreef: ,,Op dit moment vigeert eveneens: ‘en dan heb ik zoiets van’. Ik betrap me er op dat ik het net zo hard mee ga doen, terwijl het me bij anderen ontzettend stoort als stoplap.’’ Een lezer uit Zwolle meldde: ,,Behalve helemaal goed hoor je hier ook vaak helemaal geweldig of alleen geweeeldig. Grootste ergernis is echter dan heb ik zoiets van.De frequentie lijkt gelukkig iets minder te worden. Vooral een paar maanden geleden hoorde je het wel 100 keer per dag.’’ Er was ook nog iemand die het ironisch gebruik van ‘helemaal goed’ signaleerde. ,,Ik kende de hele uitdrukking niet, maar de dag nadat ik haar in jouw rubriek gelezen had hoorde ik de uitdrukking meteen een paar keer gebruiken. Zo gaat dat. Uit jouw verhaal begreep ik, dat je het ‘helemaal goed’ in positieve zin gebruikt. Wat ik hoorde, had juist een negatieve lading. ‘Geweldig (ook zo’n woord!) dat je het zo hebt aangepakt. Helemaal goed!’ Waarbij dus het tegenovergestelde werd bedoeld.’’

Remedie tegen stoplappen
En dan was er nog het fraaie advies om als remedie tegen stoplappen een papegaai te nemen. ,,Wil je van je stopwoorden afkomen?’’, schreef iemand, ,,Neem een papegaai! Of vraag er een voor een week of twee te logeren! ‘Nou zeg’(geïrriteerd), ‘hé dag’, ‘gaat het’ (te pas en te onpas), ‘wat een gedoe’ (moeilijke plekken voor de stofzuiger), ’helemaal goed’, ‘wat doe je?’(na een week logeren bij een erg bemoeizuchtige moeder), ‘how are you today’ (Amerikaan 3 weken in huis). Een ramp is natuurlijk een rochelaar/hoester een weekje in huis – maanden later lijkt hij nog in huis! Stopwoorden filteren - dat is het waar een papegaai de hele dag mee bezig is!’’

 

Gepubliceerd in:
Over de krant
Woordhoek