Adriaan Hiele beantwoordt vragen over geld
Adriaan Hiele beantwoordt vragen op het terrein van persoonlijke financiën. Heeft u een vraag of wilt u reageren op de op deze website beantwoorde vragen, stuur dan een e-mail naar hiele@nrc.nl.
Elke zaterdag schrijft Hiele een column in het katern E van NRC Handelsblad, een overzicht hiervan is te vinden in het digitaal krantenarchief.
Bijstand en erfenis in Amsterdam
Enkele weken geleden overleed mijn moeder en liet mij haar huis na. Ik zit in de bijstand en vraag me af vanaf welk moment ik daar geen recht meer op heb. Is dat op het moment van overlijden, van de aanvaarding van de erfenis of van de verkoop van het huis? De notaris weet het niet, want de gemeenten voeren de wet niet precies gelijk uit. Hij weet evenmin hoe dat in Amsterdam gaat.Ik wil mijn erfenis pas doorgeven aan de Sociale Dienst wanneer het huis verkocht is, om te vermijden dat ik uit de computer wordt gehaald. Daar heb ik slechte ervaringen mee. Een baantje lijkt de oplossing. Daar ben ik al langere tijd mee bezig. Tevergeefs, want ik loop tegen de zestig en dan wordt het moeilijk.
Mijn kinderen en ik hopen eindelijk een beetje armslag te krijgen, maar zoals het er nu naar uitziet, moet ik uit de bijstand en kan ik van de erfenis tot mijn 65ste op bijstandsniveau leven. Dat stelt niets voor. Je krijgt waarschijnlijk geen huursubsidie meer, geen kwijtschelding gemeentelijke belastingen, misschien moet je het ziekenfonds uit.
(L. van der C.)
De bijstand is een noodvoorziening voor mensen die niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. U kunt dat (tijdelijk) wel, na de verkoop van het huis. Maar dat lijkt me niet het moment dat de Sociale Dienst aanhoudt, anders kunt u de verkoop lang uitstellen. De aanvaarding van de erfenis lijkt me een logischer moment. U kunt de regels die de Amsterdamse Dienst aanhoudt navragen, lezen in de brochures of op internet. Dat geldt ook voor de andere zaken die u noemt. Het goede nieuws is dat de bijstand uitgaat van uw persoonlijke situatie, waar de notaris ook op doelt. Dus u moet bij de Dienst te biecht voor een passende regeling.
Lenen van je vader
Ik heb een vakantiehuisje gekocht, deels gefinancierd met de overwaarde van mijn huis en deels met een lening van 50.000 euro van mijn vader. Ik ben enig kind en mijn moeder leeft niet meer. Hoe moet ik deze lening verantwoorden aan de fiscus? Moet er voor deze lening een notariële akte komen?(A. van A.)
Veel fiscaals zit er niet aan, mits het een normale zakelijke lening is. De lening valt als schuld in uw box 3. Het is verstandig om samen met uw vader de lening en de voorwaarden op papier te zetten, voor het geval dat.
WW en samenwonen
1. Als ik vanuit mijn WW-situatie met mijn (werkende) vriendin ga samenwonen (huren of kopen), moet zij dan ook een deel van mijn uitkering betalen?2. En als ik vanuit de WW in de bijstand kom?
3. Wat als zij met pensioen gaat, heeft dit consequenties voor haar?
(J. B.)
1. Neen. 2. Ja, waarschijnlijk ontvang u geen bijstand meer. 3. Neen.
NVM is slechter dan het KNMI
Ik wil graag een opmerking maken over uw antwoord van 10 oktober over de cijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars, de NVM. U vergelijkt deze met de cijfers van het KNMI. Ik kan U vertellen dat ze nog slechter zijn. Tot mijn verbazing las ik bij de technische toelichting dat het NVM géén gemiddelde verkoopprijs publiceert, maar de mediane (middelste waarneming van een verzameling prijzen) meting van de verkoopprijzen! Iedereen die op de middelbare school wiskunde heeft geleerd, weet dat de gemiddelde prijs en de mediane behoorlijk kunnen verschillen.
Terwijl iedereen het heeft over gemiddelde prijzen, laat het NVM deze incorrectie rustig rondbazuinen. Kennelijk hebben ze er geen belang bij dat het grote publiek de echte gemiddelde verkoopprijs weet. Eigenlijk is het regelrechte volksverlakkerij.
(P.G. van den Berg)
Heel nuttig dat u hier op wijst, maar u zet wel zwaar aan. Je hebt als koper of als verkoper te maken met de prijs van jouw pand, los van wat de NVM-cijfers zeggen. Het volk wordt niet verlakt. Zowel de mediane als de gemiddelde prijs zeggen mij niet zoveel.
Navordering privé gebruik auto
De staatssecretaris van Financiën beantwoordt vragen van het lid Dezentjé Hamming-Bluemink over het standpunt van een kennisgroep van de Belastingdienst. Hieronder staan integraal de vragen en antwoorden opgenomen.
Vragen
1 Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem van 25 februari 2003, nr. 01/3009?
2 Is het standpunt van de inspecteur over het begrip catalogusprijs in art. 42 Wet IB 1964 in die zaak naar uw oordeel een standpunt dat precedentwerking zou kunnen hebben? Zo neen, waarom niet?
3 Is dit standpunt dan tot stand gekomen met inachtneming van de procedurevoorschriften van het Besluit van 15 juni 2001, BNB 2001/392? Zo neen, waarom is dit niet gebeurd?
4 Wordt het standpunt van de inspecteur gedeeld door de desbetreffende kennisgroep?
5 Deelt u het standpunt van de inspecteur? Zo neen, hoe kan dan in de toekomst vermeden worden dat de rechter zich moet uitspreken over een juridisch standpunt van de Belastingdienst dat door u niet onderschreven wordt?
Antwoorden
De procedure betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. Belanghebbende had bij zijn aangifte geen bijtelling privé gebruik auto toegepast. Nadien is gebleken dat dit ten onrechte was en is de navorderingsaanslag opgelegd met een boete van 50 % van de verschuldigde belasting. Voor het Hof is duidelijk geworden dat de inspecteur van een onjuiste cataloguswaarde is uitgegaan. De aanslag en de boete zijn, met inachtneming van de door het Hof toegepaste vermindering van de aanslag zelf, in stand gehouden.
De inspecteur had bij het opleggen van de navorderingsaanslag en voor het Hof kennis kunnen hebben van het juiste begrip cataloguswaarde zoals dat uit het besluit van 15 december 2000, nr. RTB 2000/3235M, kenbaar is. Als antwoord op vraag 12 in dat besluit is aangegeven dat als cataloguswaarde van een auto voor de toepassing van de autokostenfictie geldt, de prijs van een nieuwe auto van het desbetreffende merk en type in het jaar waarin de auto is uitgebracht. Dit is de nieuwprijs, inclusief BTW en BPM en inclusief de waarde van belangrijke accessoires, zoals deze voorkomt in de prijscourant van de Nederlandse importeur of fabrikant. Het andersluidende standpunt van de inspecteur heeft gezien het vorenstaande geen precedentwerking.
(Persbericht 2003-240, 14 oktober 2003)
