Journalistieke normen en waarden

Gedragsregels voor redacteuren en medewerkers van NRC Handelsblad maken deel uit van het Stijlboek. Hieronder de lemma’s over journalistieke normen en waarden.

Aandelenbezit redacteuren

Redacteuren mogen aandelen hebben. De leden van de redactie Economie behoren hun aandelenportefeuille bij de chef te melden. Desgewenst volgt inzage door de hoofdredactie.

Anonieme bron, gefingeerde naam

Het achterhouden van de identiteit van een bron is alleen toegestaan indien de bron ernstige beroepsmatige of fysieke schade zou kunnen oplopen bij het bekend worden van zijn naam (zoals ontslag of bedreiging met geweld). Het moet gaan om informatie die niet op een andere manier kan worden verkregen. De juistheid en de controleerbaarheid ervan zijn bepalend voor de vraag of de informatie afgedrukt kan worden. De hoofdredacteur en de rubriekschef moeten weten wie de bron is, uit een oogpunt van rechtsbescherming van de krant. Is er eenmaal anonimiteit gegarandeerd, dan moet deze worden beschermd. De lezer moet duidelijk zijn hoe en waarvoor een anonieme bron is gebruikt en waarom de identiteit is achtergehouden. Uiterste terughoudendheid is geboden want verificatie wordt erdoor belemmerd en manipulatie van de verslaggever wordt makkelijker.

Anonieme bron, gefingeerde naam

Het achterhouden van de identiteit van een bron is alleen toegestaan indien de bron ernstige beroepsmatige of fysieke schade zou kunnen oplopen bij het bekend worden van zijn naam (zoals ontslag of bedreiging met geweld). Het moet gaan om informatie die niet op een andere manier kan worden verkregen. De juistheid en de controleerbaarheid ervan zijn bepalend voor de vraag of de informatie afgedrukt kan worden. De hoofdredacteur en de rubriekschef moeten weten wie de bron is, uit een oogpunt van rechtsbescherming van de krant. Is er eenmaal anonimiteit gegarandeerd, dan moet deze worden beschermd. De lezer moet duidelijk zijn hoe en waarvoor een anonieme bron is gebruikt en waarom de identiteit is achtergehouden. Uiterste terughoudendheid is geboden want verificatie wordt erdoor belemmerd en manipulatie van de verslaggever wordt makkelijker.

Anonieme informatieverschaffing

Het achtergrondgesprek waarvoor journalisten met enige regelmaat door allerlei instanties worden uitgenodigd (of waarvoor zij zichzelf aanmelden), is een vorm van anonieme informatieverschaffing. De in zo'n gesprek verschafte gegevens kunnen wel worden gebruikt, maar niet worden toegeschreven. Het is dus zaak ze elders te verifiëren.

Betaalde informatie, chequeboekjournalistiek

De krant ziet af van vraaggesprekken of informatie waarvoor een honorarium wordt verlangd. Op deze regel bestaan geen uitzonderingen. Het aanbieden van een attentie (fles, boek, bloemen) is geen vergoeding, maar een aardigheidje dat soms passend is. Tegemoetkoming in onkosten (reizen, communicatie, verblijf) die een geïnterviewde maakt, is beperkt mogelijk, na overleg met de rubriekschef of hoofdredactie.

Bronnen in het buitenland

Om snel en doelmatig te kunnen werken zal een correspondent of verslaggever in het buitenland zwaarder leunen op de berichtgeving van de plaatselijke media. Het is nu eenmaal niet mogelijk om al het werk van de plaatselijke pers nog eens over te doen. Feiten en uitspraken die algemeen bekend zijn, kunnen zonder bronvermelding worden overgenomen. Oorspronkelijke stijlbloempjes, redeneringen, uitspraken, gedachten en uitspraken van publieke figuren in exclusieve interviews behoeven wel bronvermelding. Uiteraard is het volledig uit den boze om beschrijvingen en uitspraken uit reportages over te nemen en daarmee de indruk te wekken dat deze informatie ter plaatse is ingewonnen. Het overnemen van gegevens is een hulpmiddel; het doel van uitzending van een eigen man of vrouw naar het buitenland blijft de zelfstandige nieuwsgaring. Dezelfde regels, en een minstens zo grote voorzichtigheid, dienen in acht te worden genomen bij het schrijven van achtergrondartikelen over buitenlandse zaken aan het bureau in Nederland. Een citaat of sfeerbeschrijving kan het stuk verlevendigen, maar wanneer dit aan een vreemde bron is ontleend, dient dat vermeld te worden.

Bronvermelding

Degelijkheid en volledigheid van de bronnen zijn essentieel. Het compleet vermelden van de bronnen is een toets voor de plaatsbaarheid van het stuk, ook als bij eindredactie blijkt dat een meer summiere vermelding van de bronnen volstaat. Bronverantwoording moet altijd ín het stuk. Een noot onder een stuk bevat alleen extra broninformatie: een internetadres, informatie over prijs en verkrijgbaarheid, andere literatuur. Vuistregel: het gebruik van algemeen bekende informatie uit andere media is toegestaan, maar originele formuleringen of exclusieve uitspraken van derden moeten altijd met bron worden vermeld. Criterium: geen verstoppertje spelen met de lezer. Standplaats, perspectief en herkomst van de verslaggever en zijn informatie moeten steeds helder zijn. Pas bij diplomatieke of politieke verslaggeving op voor de 'echoput'. Baseer een stuk nooit uitsluitend op anekdotes, feiten en opvattingen die in kleine kring zonder bronvermelding aan elkaar worden doorverteld en daaraan geloofwaardigheid ontlenen. Hier loert het gevaar van collectief plagiaat en geruchtvorming. Exclusief nieuws uit een andere krant, weekblad, tijdschrift, radio of televisie moet in beginsel worden nagetrokken voordat we het zelf afdrukken. We vermelden de naam van dat andere medium, ook als we ons een exclusief bericht 'eigen' hebben gemaakt door reacties te vragen. Ook bij twijfel aan de exclusiviteit van de primeur vermelden we de herkomst uit het andere medium ruimhartig.

Cadeaus en reizen

Cadeaus, reizen of andere materiële gunsten van politici, ondernemingen of particulieren worden niet aanvaard. Cadeaus die meer zijn dan een attentie, worden teruggestuurd. Een gesponsorde reis kan alleen worden aanvaard indien de bestemming op eigen gelegenheid moeilijk kan worden bereikt of aan het daaraan verbonden programma anders niet kan worden deelgenomen. We bieden dan aan de kosten voor onze deelname te betalen. Indien dat niet mogelijk is, kan alleen met toestemming van de rubriekschef of hoofdredactie de reis worden gemaakt. Recensenten mogen gratis toegangskaarten, boeken en cd's aannemen en desgewenst ook houden.

Embargo op informatie

Een embargo is een overeenkomst dat bepaalde informatie pas na een afgesproken tijdstip openbaar gemaakt mag worden. Het embargo moet worden aanvaard om geldig te zijn. Meestal gebeurt de aanvaarding echter stilzwijgend. Als er een handtekening wordt verlangd, dan aanvaardt de hoofdredacteur, of in zijn plaats de rubriekschef het embargo. De weigering van een embargo moet kenbaar gemaakt worden aan de nieuwsverschaffer. De krant blijft zo vrij om nieuws te garen en te publiceren. Zo niet, dan is het embargo geldig. Een embargo mag niet preventief worden gebruikt door een nieuwsverschaffer die zo een exclusieve afspraak met een ander medium wil beschermen. - een embargo dient zich over dagen of weken uit te strekken; - een embargo wordt slechts aanvaard bij informatie over nieuws dat nog moet ontstaan; - het embargo heeft alleen betrekking op informatie die tot dusver onbekend was; - het embargo vervalt zodra de betreffende informatie uit andere bron bekend is geworden. De meeste embargo's kunnen niet als zodanig worden gekwalificeerd.

Etnische afkomst

Vuistregel is dat iemands etnische afkomst alleen vermeld wordt, als dat voor het bericht van belang is of tot beter begrip dient.

Hoor en wederhoor

Fair play, de gelegenheid geven tot reageren. Eén van de bestaansredenen van de krant, namelijk het bieden van volledige en evenwichtige informatie. Veel nieuws krijgt pas betekenis door de context, respectievelijk door tegenspraak. Belangrijkste middel om het streven naar objectiviteit gestalte te geven. Wederhoor geeft de lezer de gelegenheid zelf een oordeel te vormen. Wederhoor zorgt voor debat. Wederhoor voorkomt fouten. Wederhoor mag nooit in het bericht ontbreken als er ernstige kritiek, beschuldigingen of vergaande kwalificaties in staan. (Wederhoor in deze gevallen ontslaat de schrijver echter niet van een zelfstandig oordeel over de vraag of zo een bericht wel mag worden afgedrukt.) Wederhoor mag ook later worden gevraagd of uitgewerkt, in een opvolgend bericht of reportage, als de eerste reacties alleen oppervlakkig konden zijn.



Initialen, gefingeerde naam, bijnaam

De identiteit van justitiële verdachten en veroordeelden wordt alleen aangegeven met initialen. De krant is neutraal ten opzichte van justitie. Met naam in de krant is een sanctie op zichzelf en kan daaraan dus afbreuk doen. Sekse, woonplaats, beroep en afkomst alleen vermelden als deze relevant zijn. Wanneer de persoon zo bekend is dat initialen absurd zijn, vermelden we wel de volledige naam. Hebben zij er zelf geen bezwaar tegen, dan vermelden we ook de naam. Geen bijnamen, tenzij deze algemeen bekend zijn of relevant zijn voor het nieuws. Niet louter voornamen gebruiken. Geen fictieve namen, tenzij dat om stilistische redenen onontkoombaar is. Maar wees terughoudend. Een artikel met fictieve namen wekt bij veel lezers de indruk ook een fictieve inhoud te hebben. Blijf altijd dicht bij de bron: gebruik dan liever neutrale termen als dader, man, vrouw en dergelijke. Als fictieve namen toch worden gebruikt, vermeld dit onder het stuk en verantwoord de reden. Vergelijk anonieme bron.



Inzage

Een nieuwsbericht wordt nooit vooraf ter inzage gegeven aan de bron. Bij andersoortige artikelen kan inzage worden afgesproken. Is er geen afspraak dan staat het de redacteur vrij alsnog inzage aan te bieden. Inzage is aan te bevelen als het een gecompliceerde kwestie betreft en de redacteur niet zeker is over de correcte weergave van de feiten. De wijze waarop de feiten uiteindelijk in de tekst worden vermeld, is echter de verantwoordelijkheid van de redacteur. Op een verzoek of een eis om inzage van de tekst vóór publicatie behoeft niet ingegaan te worden. Afspraken betreffen altijd de aangehaalde woorden van de betrokkene, nimmer de context en nimmer de aangehaalde woorden van anderen. Als de redacteur een citaat niet wil veranderen, moet hij zijn gelijk aannemelijk maken met een bandopname of een letterlijke notitie uit het gevoerde gesprek. Daarbij is niet alleen het letterlijk gezegde van belang maar ook de betekenis van het gezegde binnen de context van het artikel. Indien redacteur en geïnterviewde het niet eens worden over de juiste bewoordingen en schrappen van de passage het artikel zou ontkrachten, beslist de redacteur in overleg met de rubriekschef of de hoofdredacteur. Een vetorecht ('autoriseren') is in strijd met de eigen verantwoordelijkheid van de journalist en mag niet gegeven worden. Wie toch zo'n afspraak maakt moet zich er aan houden.



Nevenfuncties van redacteuren

Voor alle activiteiten, ook onbezoldigde, die naar concurrentie zwemen of waardoor afbreuk kan worden gedaan aan de onafhankelijke positie van de krant, moet toestemming gevraagd worden. Er mag geen geregelde arbeid worden verricht voor andere kranten, weekbladen of persbureaus zonder een schriftelijk akkoord van directie en hoofdredactie. Deze toestemming kan alleen worden geweigerd als het om een concurrerend orgaan gaat, als de journalist hierdoor niet meer volledig aan zijn arbeidsverplichtingen zou kunnen voldoen of als de aard van het andere medium niet passend is. Voor het meewerken aan radio en televisie mogen hoofdredactie en directie altijd toestemming weigeren (CAO Dagbladjournalistiek). In de praktijk volstaat een brief van de hoofdredacteur die 'mede namens de directie' toestemming geeft. Wie in een toegestane nevenfunctie gebruik wil maken van zijn artikelen uit de krant heeft daarvoor aparte toestemming nodig. Wie in een toegestane nevenfunctie belangrijke informatie opdoet, is verplicht deze eerst aan de krant aan te bieden.



Off the record

Nieuws dat off the record (vertrouwelijk) is verstrekt, kan niet worden gepubliceerd, tenzij het door twee andere bronnen, waarvan liefst één on the record (openlijk) wordt bevestigd. Twee anonieme bronnen is te weinig. Eén anonieme bron en een openlijke bevestiging is een grensgeval. Omschrijf de anonieme bron zo nauwkeurig mogelijk. Geef aan op welke manier de bron bij het onderwerp betrokken is en welke rang of positie deze bron heeft. Pas op voor rangeninflatie. Een ministerie kent maar een zeer beperkt aantal 'hoge ambtenaren'. Een anonymus mag alleen in de krant indien hij door zijn kennis gekwalificeerd is. Dus iemand 'die het omstreden document onder ogen heeft gehad', 'die getuige was van het incident'. Gebruik nooit de algemene term welingelicht. Bij 'diplomatieke bronnen' hoort een plaatsbepaling: 'in Den Haag', 'in Brussel', 'bij de NAVO'. Gebruik alleen het meervoud als er verscheidene bronnen zijn.



Open vizier

Wanneer wij van anderen vragen met naam en toenaam voor hun mening uit te komen, spreekt het vanzelf dat wij hen ook met open vizier benaderen. Dat wil zeggen: een verslaggever maakt zijn komst en het doel daarvan bekend aan degenen over wie hij wil schrijven. De belangrijkste uitzondering op deze regel betreft openbare bijeenkomsten en publiek aangeboden diensten. Het kan nuttig zijn om een politieke vergadering in den lande bij te wonen en na te gaan of de lijsttrekker daar dezelfde boodschap brengt als in Den Haag. Vergelijk undercover.



Plagiaat

Niet toegestaan: met opzet andermans werk overschrijven met de bedoeling dat als eigen werk te presenteren. Journalistieke hoofdzonde die het aanblijven als redacteur of medewerker bij de krant automatisch op het spel zet. Vuistregel: het gebruik van algemeen bekende informatie uit andere media (het publieke domein) is toegestaan, maar originele formuleringen of exclusieve uitspraken van derden moeten altijd met bron worden vermeld. Criterium: geen verstoppertje spelen met de lezer. Standplaats, perspectief en herkomst van de verslaggever en zijn informatie moeten helder zijn. Een correspondent of verslaggever in het buitenland mag leunen op plaatselijke media, maar dan wel op basis van eigen weging. Het moet de lezer duidelijk zijn wanneer en hoe dat gebeurt en in welke mate. Ook hier geldt dat oorspronkelijke informatie van en over publieke figuren in exclusieve artikelen bronvermelding behoeft. Doel van het correspondentschap is en blijft eigen nieuwsgaring.



Politieke activiteit van redacteuren

Redacteuren mogen lid zijn van een politieke partij. Het aanvaarden van functies in of namens een partij is echter niet wenselijk, en is voor leden van de Haagse redactie, de hoofdredactie, commentatoren en sommige redacteuren in ieder geval uitgesloten. Wanneer een redacteur zich in de openbaarheid op een of andere manier sterk vereenzelvigt met een politiek standpunt, vraagt de hoofdredactie hem of haar niet meer over de betreffende kwestie in de krant te schrijven.



Privacy

We publiceren uit onszelf geen bijzonderheden over iemands privé-leven, tenzij het privé-gedrag van publieke figuren een sterke invloed heeft op hun beroepsmatig functioneren of wanneer zij hun positie gebruiken om particulier voordeel te behalen. Ook kan een persoonlijke omstandigheid een politiek relevant feit worden. Het eigen handelen van de betreffende persoon of zijn politieke groepering is dan belangrijk voor de vraag of we daar aandacht aan besteden. Het ligt anders als de persoon zelf zijn persoonlijke omstandigheden openbaar maakt. Privé-omstandigheden die door tussenkomst van andere media openbaar worden, zijn alleen publicabel indien er een nieuwsaanleiding is, de bron wordt verantwoord, het nieuws wordt gecontroleerd en de relevantie aannemelijk is.



Undercover

Undercover journalistiek werk verrichten is bij NRC Handelsblad niet toegestaan. Alleen indien de informatie op geen enkele andere manier kan worden verkregen en er een zwaarwegend algemeen belang mee is gediend, kan de hoofdredactie daarop een uitzondering maken. Vergelijk open vizier.



Vermelding van huidskleur en ras

We vermelden alleen iemands etnische afkomst als dat voor het bericht van belang is of tot beter begrip dient. We schrijven Marokkanen of joden en niet Marokkaanse mensen of joodse mensen. Als het van belang is of tot beter begrip dient, omschrijven we de huidskleur door naar ras, nationaliteit of geografische herkomst te verwijzen. Bijvoorbeeld zinnen als: ,,Martin Luther King is een zwarte Amerikaan.'' ,,Witte Veder is een indiaan.'' ,,Bouterse is een creool.'' In de welzijnswereld bestaat de neiging iedereen zwart te noemen die niet specifiek blank is. Daar doen wij niet aan mee. Als de huidskleur relevant is, beschrijven we wat we zien. We schrijven overigens niet over witte mensen, maar over blanken. We conformeren ons verder aan het heersende maatschappelijke gebruik. Wanneer de Amerikaanse zwarte bevolking niet langer zwart genoemd wil worden (zo is ook het woord neger in onbruik geraakt), maar met een ander woord zoals Afrikaanse Amerikanen, dan gaan wij die term ook gebruiken. Tot dat moment blijft het zwart.

Gepubliceerd in:
Over de krant