Een rauwere Brel

Jacques Brel in 1966
Kester Freriks

Voor een tweede keer speelt Jeroen Willems Jacques Brel. Maar in ‘Brel 2’ is de vertaling van de Franse teksten nog heftiger. „Het zijn geen liedjes meer uit de jaren zestig.”

‘De bariton van Jacques Brel klinkt lager dan mijn stem”, zegt zanger en acteur Jeroen Willems. „Ik ga wat sneller de hoogte in. Ik probeer niet Brels timbre na te bootsen. Als je Brel wilt zingen, moet je hem eerst vergeten.”

Jeroen Willems bereidt zich voor op Brel 2. Heb lief! Zelfs teveel of gebrekkig. In 2004 overweldigde Willems (1962) de toeschouwers in de kleine zalen met Brel. De zoete oorlog, waarvoor hij terecht werd onderscheiden met de Louis d’Or, de belangrijkste Nederlandse theaterprijs. Brel 2 is bestemd voor de grote zaal, waar Willems dezelfde ‘intimiteit wil behouden als in de kleine zaal’. Willems: „Ik ben als de dood voor een cabarettoon in de voorstelling.”

Brel en Brel 2 hebben een vergelijkbare voorgeschiedenis. Het idee komt in beide gevallen van regisseur Rob Ligthert van het Arnhemse gezelschap Toneelgroep Oostpool. Hij wilde graag een voorstelling aan de Belgische chansonnier Jacques Brel (1929-1978) wijden. Maar dan niet in het Frans, nee, in het Nederlands. En acteur Jeroen Willems, jarenlang vast acteur van Hollandia en nu onafhankelijk, zou gaan zingen. Het kostte zowel toen als nu enige tijd voordat Willems overstag ging.

Uitgangspunt is en blijft: Jeroen Willems gaat Brel niet imiteren.

De zondagochtend na de eerste try-out in de uitverkochte Arnhemse Schouwburg zegt de zanger-acteur: „Ik wil per se in vertaling zingen, al stuit je op grote problemen. Brel kan bijvoorbeeld woorden als ‘amour’ en ‘jour’ eindeloos lang rekken. De Franse taal is rijk aan open woorden, het Nederlands telt vooral veel harde medeklinkers als de ‘p’, de ‘t’ en de ‘g’. Dus met ‘dag’ in plaats van ‘jour’ ben je meteen aan het einde van het woord. Met ‘liefde’ lukt het iets beter, dan kan ik de laatste klinker zo lang mogelijk uitstellen. Maar voor de luisteraar is het woord gevoelsmatig al voorbij.”

Brel noemde het Nederlands en zeker het Vlaams geen taal ‘maar een verkoudheid’. De vertalers van de liedteksten, Rob Klinkenberg en Peer Wittenbols, herkennen deze uitspraak. Klinkenberg: „Het Nederlands heeft inderdaad veel harde klanken in vergelijking tot het origineel. Voor alles willen we vermijden dat de sfeer teveel die van zo’n veertig jaar geleden wordt met brie, boursin en stokbrood. Hoe Brel zijn handen bewoog herinnert iedereen zich; zijn brede mond kennen we. Maar de teksten...? Het is zoals Jeroen Willems een keer tijdens een repetitie zei: ‘Nu ik de vertaling zing, weet ik wat Brel zong. De meeste mensen hebben wel idee van de sfeer van een lied, maar niet van de werkelijke betekenis’.”

In het begin van de jaren zestig klonken de chansons van Brel al in het Nederlands dankzij vertaler Ernst van Altena, die intensief met Brel samenwerkte. Liesbeth List zong Brel, maar ook acteurs, actrices en kleinkunstenaars als Corry Brokken, Lia Dorana, Jasperina de Jong, André van den Heuvel, Liselore Gerritsen en Jenny Arean. De band tussen theater en Brel is nauw, net zoals nu bij Oostpool. Voor alle betrokkenen is theater de eerste kunst, dan het zingen. Klinkenberg is dramaturg van Oostpool en Wittenbols is toneelschrijver.

Wittenbols: „Eigenlijk zijn het vooral toneelteksten van Brel. Hij voert personages op, karakters, zoals de minnaar in Madeleine, de naamloze vriend in Fernand, De radelozen (Les Désespéres), De stervende (Le Moribond) , de twee wanhopige geliefden in Schiphol (Orly), de dronken zeelui uit Amsterdam (Le port d’Amsterdam) en De dronkeman (L'ivrogne). Zijn teksten zijn een schreeuw van dronkenschap, een noodkreet van liefde of doodsangst. Daarom is het helemaal niet verwonderlijk, eerder voor de hand liggend, om Brels chansons vanuit het theater te begrijpen.”

Willems beaamt deze optiek: „Ik wil de liederen oprecht vertolken, als een echte acteur. Ook Brel nam voor elk lied een andere rol aan. Dat verraadde de toneelspeler in hem. Ik houd van snelle transformaties op het podium, zoals ik dat ook deed in de solovoorstelling Twee stemmen.”

Het vertalersduo Wittenbols/ Klinkenberg stelde zich tot taak van elk lied eerst de kern te raken, vervolgens de Nederlandse tekst te toetsen aan de ‘zingbaarheid’. Literaire vormen als rijmschema, binnenrijm, alliteratie en het gebruik van metaforen werden eerst nauwkeurig onderzocht. Wittenbols: „Daarna komt een studieuze fase. We werken niet met partituren, hoewel de chansons van Brel wel zo zijn uitgegeven. Ik herinner me de melodielijnen en dan ga ik meezingen, de lettergrepen tellen. Het werk gaat in verschillende stappen: eerst betekenis, dan het rijmschema en vervolgens de beklemtoning vaststellen. Ik geloof dat elke tijd een andere vertaling nodig heeft die aansluit bij het heersende idioom. Het zijn geen liedjes meer uit de jaren zestig, hoewel we alle bewondering hebben voor de eerste vertaler van Brel, Ernst van Altena.”

Een voorbeeld. Het droeve liefdeslied La fanette (1963) gaat over twee vrienden en het meisje Fanette. Het speelt zich af aan het strand. Opeens ziet de ik-figuur, als in een wrange toneelscène, Fanette innig gearmd met zijn vriend die haar minaar blijkt. Het noodlot van de driehoeksverhouding is compleet. In het origineel staat dat vriend en liefje langs de duinen lopen ‘comme amant et amante’. Ernst van Altena (1933-1999) vertaalde ‘als minnaars... hand in hand’.

Klinkenberg: „Dat is eigenlijk te lieflijk vertaald, en ook nogal romantisch. Ik wil graag de jaloezie hard aanzetten, en dus ben ik op de volgende versie gekomen, die ook ritmisch klopt: ‘Hij nam haar met zich mee/ Ze deden het die twee’.”

Ook Peer Wittenbols heeft een opmerkelijke verandering aangebracht in het beroemde Dans le port d’Amsterdam (1964). Volgens hem verwijst de titel niet naar de de haven van Amsterdam, of ‘Havenstad Amsterdam’, zoals Van Altena vertaalt, maar naar een café dat heet Dans le port d’Amsterdam. Wittenbols: „De kern van het lied vormt de locatie, namelijk een zeemanskroeg. Dat is de plek waar de schippers dronken worden, hun in alcohol gedrenkte nachtmerries krijgen en vergeefs hun zinnen op meiden en losbandige vrouwen zetten.”

Wittenbols vertaalt getrouw aan deze visie als volgt: ‘In café Amsterdam/ Hoor je zeemannen zingen/ Hoe hun dromen vergingen/ In de stad Amsterdam/ In café Amsterdam/ Hoor je zeemannen zuchten.’ Wittenbols vervolgt: „Ik heb Brel rauw vertaald, heftig. Zo kies ik voor ‘een fles bocht’ in plaats van ‘een glas wijn’. Het gaat om de wanhoop van het zeemansbestaan. Daar past ‘bocht’ beter bij. Bovendien heb ik Dans le port d’Amsterdam opgevat als een toneeltekst. Als je nauwkeurig leest is het net of Brel de regisseur is van de gebeurtenissen, waarover hij als zanger verhaalt. Brel als regisseur of acteur die een rol speelt vormt een passende sleutel tot zijn liedteksten. Bij het vertalen merk je ook dat Brel zich bij het schrijven de liedteksten concentreert op het zingbare. Soms voegt hij omwille van de melodie een zin of een paar regels toe. In klanktechnisch opzicht zijn de verzen onnavolgbaar. Dat gevoel voor klank in de liederen moeten wij respecteren.”

Dankzij de nauwe samenwerking tussen de zanger en de vertalers krijgt elk vernederlandst lied meteen de vuurdoop. Rob Klinkenberg: „Het grootste struikelblok bij zo’n eerste zangversie is dat je bang bent dat de vertaling net niet goed is. Maar je moet niet meteen de vertaling torpederen, wanneer het misschien niet meteen ‘pakt’.”

Voor Jeroen Willems is het vooral een zaak om zich het lied eigen te maken: „Eerst luister ik naar het lied plus de muziek, maar daarna laat ik Brel liggen en zing de melodielijnen uit mijn herinnering. Voor veel luisteraars zijn de liederen van Brel eerder Franse klankgedichten dan teksten om naar te luisteren. Nu ik de chansons in het Nederlands breng, dwing ik de toehoorder naar Brels poëzie te luisteren. Ik maak de teksten tot mijn eigendom, ik maak andere keuzes in de melodielijnen. Ik kan mijn stem niet forceren tot het timbre van Brel. Wat voor hem een cri de coeur is, is voor mij een hartenkreet die ik put uit mijn eigen sores, mijn eigen leven. Daarom moet het oprecht zijn. Je merkt meteen dat je in de fout gaat als je te mooi wilt gaan zingen.”

Brel 2. Heb lief! Zelfs teveel of gebrekkig is geen klakkeloos vervolg op Brel 1. De vertalers kiezen nu voor een meer ‘mannelijke’ kant van Brel in tegenstelling tot de liefdesverklaring aan vrouwen die inBrel. De zoete oorlog overheerste. „Brel had een sterk verlangen naar kameraadschap, cameradie, met zijn vertrouwelingen als chauffeur Georges ‘Jojo’ Pasquier die enige tijd eerder dan Brel doodging, zijn vaste geluidstechnicus en de muzikanten”, zeggen Klinkenberg en Wittenbols. „Die kant van Brel krijgt in de nieuwe solovoorstelling de nadruk. In zijn vriendenclub was voor vrouwen alleen plaats als franje. De mannen gingen in de kroeg op vrouwenjacht uit verveling.”

In een van de liederen in Brel 2 komt de boezemvriend van Fernand ten tonele die achter de lijkbaar aan loopt: ‘Zie Fernand is dood/ Zie hij is dood Fernand// Je weet ik zoek je op/ Ik zoek je op beloofd/ Op dit koude knekelveld’, zingt Willems in de vertaling van Klinkenberg. Het is een ode aan de vriendschap en tegelijk een litanie over de vereenzaming van de makker, die achterblijft. Klinkenberg: „De grote truc van deze vertaling is de stilistische weergave van het geklop van de hoeven van het paard dat de lijkbaar trekt. Ik koos voor veel harde, wat stotende medeklinkers, om dat hoefgeklepper uit te drukken.”

In de opbouw van de cyclus Brel 2 valt op hoe vaak en hoe gedreven Jacques Brel over de dood dichtte en zong. Dood en afscheid liggen dicht bij elkaar, zoals in het aangrijpende Laat me niet aleen (Ne me quitte pas) .

Aan zijn dierbaarste vriend Jojo wijdt Brel een gezongen lijkrede met het volgende refrein: „Al lig je diep Jojo, je lied wordt gehoord/ Al lig je diep, je leeft nog voort.”

Dit is een mooi eerbetoon aan de vriendschap, alsof Jojo zong en niet Brel. Volgens de vertalers klopt dit beeld. Klinkenberg: „Als ze in hun auto, een Citroën DS, reden dan suisde de wind door de ramen. Op het ritme daarvan maakten ze dan een lied.”

Le moribond (1961)

Adieu l’Émile je t’amais bien

Adieu l’Émile je t’amais bien tu sais

On a chanté les mêmes vins

On a chanté les mêmes filles

On a chanté les mêmes chagrins

Adieu l’Émile je vais mourir

C’est dur de mourir au printemps

tu sais

De stervende

vert. Ernst van Altena (1964)

Adieu Emile, je was m’n vrind

Adieu Emile, je was m’n vrind... Emile

We dronken samen vaak een pint

We dronken vaak op ons verdriet

We hebben eensgezind bemind

Adieu Emile... ik ga eraan

En sterven in ’t voorjaar is hard... Emile

De stervende

vert. Rob Klinkenberg (2004)

Adieu Emile ik zag je graag

Adieu Emile ik zag je graag mijn vriend

we deden samen met één glas

we deden samen met één lief

we liepen samen uit de pas

Adieu Emile ik ga nu dood

De dood in ’t voorjaar is wreed mijn vriend