‘Verdorie, de VVD heeft een anti- islam- imago’ puinhopen van Paars’

Frank de Grave: „De VVD is de allochtone stem in Amsterdam kwijtgeraakt.”
Frank Vermeulen

Vorige week gaf VVD’er Frank de Grave zijn laatste partijpolitieke functie op. Interview met een politiek dier over oude achterkamertjes, Pim Fortuyn, allochtone kiezers en nieuwe politiek. Er moeten bestuurlijke veranderingen komen. „Zodat de burger ‘ho!’ kan zeggen.”

Het had he-le-maal fout kunnen aflopen met de VVD. En het is maar nét goed gegaan. De woorden van Frank de Grave galmen na in de studeerkamer van zijn Amsterdamse huis. Hij is tegenwoordig de baas van de Zorgautoriteit, maar voor alles is hij een politiek dier („Politiek zit in mijn DNA.”) én hij is zijn hele leven beroeps-VVD’er geweest. De Grave heeft de lijsttrekkersstrijd binnen zijn partij intensief gevolgd. En hij heeft niet stilgezeten. „Ik was geladen. Emotioneel. Ik weet niet wat me overkwam. Ik heb met iedereen in de partij gebeld, om ze te vragen op Rutte te stemmen.” Achteraf denkt De Grave dat het beeld van mogelijke partijscheuring tussen de kampen van Rutte en van zijn concurrent Rita Verdonk te veel is uitvergroot. Hoewel scheuring niet ondenkbaar was, zegt hij ook. „Omdat midden in de lijsttrekkersstrijd dat debat over Ayaan ontstond.” Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) was tot de voorlopige conclusie gekomen dat het prominente Kamerlid Ayaan Hirsi Ali, lid van de VVD, haar paspoort moest inleveren, omdat zij een valse naam had opgegeven bij haar asielaanvraag in 1992. „Dat heeft ongelooflijk veel extra scherpte gegeven aan de verkiezingsstrijd. Omdat daar alles wat rauwe zenuwen kan opleveren bij elkaar kwam. Rita Verdonk de minister werd vermengd met Rita Verdonk de kandidaat-lijsttrekker. Dat was een explosief mengsel. Het cruciale moment was het VVD-congres in Noordwijkerhout op 19 en 20 mei. Daar was met spanning naar uitgekeken. Maar toen het erop aankwam, zeiden voorstanders van beide kandidaten: ‘nou is het afgelopen’. Streep. Weg van de emotie terug naar de ratio. Dat is natuurlijk van bovenaf stevig geregisseerd door vice-premier Zalm en partijvoorzitter Van Zanen, maar dat had anders kunnen lopen.”

De Grave had los van zijn voorkeur voor Rutte een ander belang bij een succesvol verloop van de lijsttrekkersverkiezing binnen zijn partij. Hij was een belangrijke motor, vier jaar geleden, achter de invoering van one-man-one-vote dat de verkiezing nu tot een politieke thriller maakte. De Grave, minister van Defensie tijdens Paars II, was na de verkiezingsnederlaag in 2002 vice-fractievoorzitter geworden. Gerrit Zalm, toen ex-minister van Financiën, was fractievoorzitter. De Grave: „Ik heb toen gezegd tegen Gerrit: ‘laat mij helpen de scherven oprapen in het land’. En ik heb toen een groot deel van mijn tijd besteed aan heel veel praten in die partij. Met al die mensen die ik natuurlijk allemaal al heel lang ken. De plaatselijke voorzitters. Ik ben overal langs geweest. Stoomafblaasbijeenkomsten. De hoofdlijn was duidelijk: er moest hoognodig iets veranderen aan de wijze waarop de VVD omging met leiderschap en interne partijdemocratie. De VVD was een hele strakke patriarchale, van bovenaf geleide partij. Er was onvoorstelbaar veel ressentiment tegen de voormalige fractievoorzitter Dijkstal. Maar daarmee ook tegen dat systeem. De voorzitters in het land hadden zoiets van: een systeem dat er toe kan leiden dat iemand als Dijkstal leider wordt, deugt niet. Ik zeg niet dat het fair was, maar het was wel de emotie. De tendens in de fractie was ook: we willen nooit meer een leider die ons zo weinig ruimte geeft.”

Dus toen dacht u aan het direct kiezen van de partijleider door de leden?

„Ja. Maar daar komt nog bij: het ledental van de VVD slonk gestaag en onafwendbaar. Van 100.000 onder Wiegel eind jaren zeventig tot nu nog geen 40.000. Ik dacht: die afname is eigenlijk ook logisch. Want wat hebben we die leden nou eigenlijk te bieden? Ze mogen contributie betalen. Leuk. En dan mogen ze een paar keer per jaar naar een zaaltje met een afdelingsvergadering een kopje koffie drinken met een kaakje. Je moet zeggenschap geven. Daar heb ik veel met Gerrit Zalm en partijvoorzitter Bas Eenhoorn over gesproken, en zij hebben die agenda overgenomen. Zij zijn drijvende krachten achter de partijvernieuwing geweest. Daar is toen op een turbulent congres toe besloten dankzij de drang van de partijelite. Dat is wel ironisch, als je ziet dat haar campagne Verdonk positioneerde als vrouw van het volk tegenover de bobo’s van het partij-establishment.”

Was die democratisering van de VVD niet ook een gevolg van de Fortuyn-revolte van 2002?

„Die heeft bij mij wel geleid tot reflectie. Maar ik vond al eerder dat het politiek systeem behoefte had aan revitalisering. Je moet je voorstellen hoe de situatie was in de herfst van 2001. De verkiezingen zouden gaan over wie de grootste werd in 2002: de PvdA of de VVD. Het CDA was nowhere to be seen. Er is in oktober 2001 een bijeenkomst geweest bij PvdA-leider Ad Melkert thuis, met Hans Dijkstal, Dick Benschop, toen PvdA-staatssecretaris voor Europese Zaken en mijzelf. Ad heeft toen voor ons gekookt. We hebben geanalyseerd dat er sleetsheid zat in de paarse samenwerking. De paarse agendapunten waren uitgewerkt. Het systeem van uitruil van thema’s in plaats van het sluiten van compromissen waar niemand tevreden over was, was de sleutel van het succes van Paars, maar moest worden herzien. We waren het erover eens dat wat betreft agenda, personen en aanpak ingrijpende veranderingen nodig waren. Het beeld van Torentjesoverleg en alles afdekken moest weg. En na de verkiezingen zouden afhankelijk van de uitslag Melkert of Dijkstal premier en vice-premier worden. We dachten de sleetsheid in de paarse samenwerking zo te keren. Dat is binnen een paar maanden weggespoeld omdat Fortuyn alles op zijn kop zette.”

Hoe beleef je zoiets als je er middenin zit?

„Het was een ongelooflijke dramatische en zware tijd. Onder je ogen breekt af waar je heel lang aan hebt gewerkt. Dat gold voor Dijkstal en Melkert nog veel heviger dan voor mij. Eerst was er verbazing: wat gebeurt hier? Wat nou puinhopen van Paars? Volgens The Economist ging het in Nederland briljant. Puinhopen?! We hadden iets van: who the hell is Pim Fortuyn. Een rabiate schrijver van stukjes in Elsevier. Beetje excentrieke professor. Je dacht tot heel lang dat je toch met elkaar goed werk had zitten leveren. Dan word je goed kwaad. We hadden hier een sinterklaaspartijtje, 5 december dus, en in die grote groep waren er mensen die zeiden: ‘wel goed die Fortuyn’. Daar werd ik boos over. Je gelooft in je werk, in wat je doet, en dan komt er zo iemand die roept: ‘het is allemaal shit’. En dan zijn er dus ook mensen in je naaste omgeving die zeggen ‘ja, dat is zo gek nog niet’. Kwaad dus. Vervolgens zie je dat verder gaan. Dan krijg je zo’n fase van cynisme en een gevoel van malaise. En dan kwam de moord op Fortuyn. Onvoorstelbaar! Je komt met een rotvaart terug van een VVD-bijeenkomst in Limburg. Zit je daar in die Trêveszaal met de andere ministers op maandagavond om elf uur ’s avonds. Toen kwamen die beelden binnen van rellen buiten, van brand in de parkeergarage onder het Plein. Overal politie. Ongelooflijk. Zo on-Nederlands, ook die agressie! Mensen die zó deden (kromt zijn rug en geeft een vuile blik). Het was in één keer van minister van een vrij succesvol kabinet naar, vier maanden later, dat alles waarin je geloofde en waarvoor je had gewerkt waardeloos was. Gefaald! Negatief! Alles tegelijk. Ruzie in de VVD. Mensen die werden bedreigd. Ik heb heel wat verkiezingen meegemaakt in Amsterdam. Voor de gemeenteraad. Overal geweest. Folderen, op markten staan. Joh, grappie. Amsterdamse humor. Stevige vraag. Grote bek terug. Allemaal leuk. Nu niet meer: vijandig. Naar. Somber, grijs en unheimisch. Je krijgt ook geen tijd daar eens even over te reflecteren want je gaat van de ene naar de andere molen. Dan komt die klap van die uitslag. Nou ja* ehh. Toen nog even dat moment: wie moet dan Dijkstal opvolgen. Nou, dat was snel duidelijk: dat moest dus Zalm worden.”

En u werd geen fractievoorzitter.

„Nee, ik was beoogd fractievoorzitter toen Zalm in 2003 terugkeerde naar het kabinet. Maar inmiddels hadden we de democratie doorgevoerd in de fractie. Een beetje slachtoffer van mijn eigen agenda. Er was een brede stroom in de fractie die een voorzitter wilde die ook power kon ontwikkelen tegenover Zalm in het kabinet. Omdat Zalm voor mij was, ontstond het beeld, alweer beeldvorming, dat ik de kandidaat was van de elite. Ik werd het niet, maar Jozias van Aartsen. Door de puzzel in de formatie, waarbij Zalm zich had gecommitteerd om twee vrouwen te leveren, bleef ik in de fractie.”

Dus toen op zoek naar een andere baan.

„Na ongeveer een half jaar ga je er eens over nadenken: ik ben nu 48. Ik heb het meer dan 21 jaar gedaan. Als Kamerlid, financieel woordvoerder, vice-fractievoorzitter, staatssecretaris, minister, wethouder, loco-burgemeester, waarnemend burgemeester. Dat is een hele mooie brede carrière, als je het zo mag noemen. Als je blijft zitten, gaan anderen zeggen: god, we moeten iets met die De Grave. Zover wilde ik het niet laten komen. Just fade away, dat leek me niets. Daar voelde ik me veel te jong voor. Veel te actief. Dus: gesprekken voeren. Je oriënteren. Daar heb ik nachten van wakker gelegen. Lastig. Bedrijfsleven, consultancy: een aantal mogelijkheden deed zich voor. Tot ik op een gegeven moment een telefoontje kreeg over die zorgautoriteit in opbouw. Dat vond ik interessant. Het blijft toch de publieke sector: volksgezondheid. En er was absoluut geen sprake van vriendjespolitiek, een benoeming door VVD-minister Hoogervorst. Ik heb gewoon gesolliciteerd.”

Nu heeft u vorige week uw laatste partijpolitieke functie opgegeven. U was voorzitter van de VVD-afdeling Amsterdam.

„Dat had ik tegen mezelf gezegd: op het moment dat die Zorgautoriteit echt begint, wil ik ook geen actieve partijpolitieke functie meer hebben. Ik vind dat ik dat niet moet vermengen. Binnenkort behandelt de Eerste Kamer het desbetreffende wetsvoorstel. Dan moet je ook in beeld zijn als voorzitter van de raad van bestuur van de Zorgautoriteit, en niet meer als VVD-commentator in Nova.”

U heeft als Amsterdams voorzitter kritiek gehad op Verdonk en Hirsi Ali, nadat de VVD de gemeenteraadsverkiezingen had verloren.

„De VVD is de allochtone stem in Amsterdam kwijtgeraakt. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2002 hadden we nog 21 procent van de Turkse stemmen in Amsterdam. Maar ondanks het feit dat we met Laetitia Griffith een allochtone lijsttrekker hadden, om het zo maar eens even te zeggen, is daar niks van overgebleven. De campaigners in Amsterdam meldden mij steeds twee dingen: niks mis met de inhoudelijke standpunten, maar de VVD heeft het imago gekregen van een anti-islampartij. Er worden dan twee namen genoemd: Ayaan Hirsi Ali en Rita Verdonk. Je kunt wel zeggen dat het Albanese toestanden zijn als de PvdA tachtig procent van de allochtone stemmen krijgt. Maar verdorie nog aan toe, wat doen wij eraan? Die vraag moet worden geagendeerd. Ik wijt de verkiezingsnederlaag niet aan Ayaan of Verdonk. Feit is dat we die allochtone stemmen zijn kwijtgeraakt. De VVD moet de ambitie hebben om ook onder die groep nieuwe kiezers een factor van betekenis te zijn. Niet alleen electoraal. Ook voor het functioneren van de politiek vind ik het niet goed als er langs etnische lijnen wordt gestemd. Dat is een punt waar de partij zich op moet richten. Daarom was ik zo blij dat Rutte gezegd heeft dat de VVD er ook is voor de Marokkaanse buurtvader.”

Kan dat met Verdonk als nummer twee?

„Dat kan prima. Ik vind dat we mét Verdonk aan die verkeerde beeldvorming moeten werken. Ik vind dat het thema hoe je de blokkade voor die groepen om op ons te stemmen kunt slopen, een inspanning moet zijn van de VVD inclusief Verdonk. Sterker, ik weet dat zij dat ook wil. En ik denk dat het kan.”

Door het duo Verdonk-Rutte?

„Nee, daar ben ik het met Kamp en Ed Nijpels eens: er is één lijsttrekker. Gedeeld leiderschap werkt niet in politieke constellaties. Dus het is de ruimte die Mark Rutte zal willen geven aan andere mensen om dat verhaal van de VVD neer te zetten. Nou kun je zeggen: dat gaat botsen. Daar hebben we binnen de VVD wel ervaring mee. Daarom is de VVD een leuke partij, en daarom zal het ook altijd mijn kluppie blijven.”

Met wie moet de VVD regeren als de verkiezingsuitslag dat straks toelaat?

„,Het is afhankelijk van de kiezerswens of de VVD straks in de regering komt. Als het de wens is van de kiezer dat de VVD in de oppositie komt, is dat ook goed. Dan kun je je hervinden, ontbronnen of juist herbronnen, daar zitten allerlei voordelen aan. Er is niets mis met oppositievoeren, belangrijke taak en verantwoordelijk. Maar! Maar je moet altijd de steun van de kiezer proberen te vertalen naar macht. Omdat je met die macht iets voor die kiezer kunt doen.

„Je merkt dat er nu sprake is van een eerste voorzichtig herstel van de coalitie. Er is nog een maandje of elf te gaan. Het gaat economisch goed. Mensen worden wat minder negatief over het kabinet. Als CDA en VVD een meerderheid hebben na mei, dan zeggen de kiezers dat dit kabinet moet doorgaan. Dat ben ik dus eens met Rutte. Ik verklaar de PvdA niet melaats. Want als CDA en VVD al dan niet met D66 de meerderheid verliezen, dan kan de grootste partij bepalen met welke partner ze dat beleid wil uitvoeren.”

Premier Balkenende gaat niet meer automatisch uit van samenwerking met de VVD.

„Ik vond het heel apart dat de minister-president het huidige kabinetsbeleid geen inzet wil maken van de verkiezingen. Maar ik vind ook dat PvdA-leider Bos voor de verkiezingen duidelijk moet maken of hij een linkse coalitie zal maken met de SP en GroenLinks als de uitslag dat mogelijk maakt. De kiezer heeft er recht op dat te weten. Ik pleit er dus voor dat politieke partijen de machtsvraag nadrukkelijk voorleggen aan de kiezers. Ik prijs Bos omdat hij zo open is geweest toe te geven zijn voorkeur geheim te houden omdat die hem te veel kiezers kan kosten. Maar dan zeg je wel tegen de kiezers: laat het maar aan mij over dat ik er verstandig mee omga. Dat vind ik een beetje jaren-zeventig-CDA-denken.”

De VVD-leden hebben nu Rutte gekozen. Maar volgens peilingen waren de VVD-kiezers voor Verdonk. Dat is een ongemakkelijke situatie.

„Daarmee kampen alle politieke partijen. Wouter Bos wilde de direct gekozen burgemeester, maar de PvdA-leden wilden dat de burgemeester door de gemeenteraad wordt gekozen. Ondertussen zijn politieke partijen allang niet meer de massaorganisaties die zij vroeger waren. De partij heeft nog een belangrijke functie voor de rekrutering en scholing van politiek personeel, als ideologische basis en inspiratiebron van politici. Maar een politiek leider moet zijn legitimatie ook buiten die partij zoeken.”

Moeten dan ook niet-leden kunnen meestemmen met lijsttrekkersverkiezingen?

„Dat is uiteindelijk onvermijdelijk. Ik ben er absoluut van overtuigd dat we op weg gaan naar primaries in dit land. Voorverkiezingen. Het is niet waar dat mensen geen belangstelling zouden hebben voor politiek. Maar mensen willen wel serieus genomen worden. En als je dat echt doet over onderwerpen waar ze wat over te zeggen krijgen, dan komen ze ook. Dat is mijn antwoord op de Fortuyn-revolutie. En ik koppel het aan een mogelijke oplossing voor de hijgerigheid van de politiek. Met al die procedures die erbij zijn gekomen. Waardoor mensen zeggen: waarom duurt het dertig jaar voordat een debat over een snelweg kan worden afgerond? Praktisch gesproken heeft een minister slechts drie jaar om wetgeving rond te krijgen. Laten we die bestuursperiode verlengen naar vijf jaar. Dan heeft een kabinet echt vier jaar om zijn programma af te maken. Tegenargument is dat de kiezer maar eens per vijf jaar kan corrigeren. Maar in ruil zouden we de burgers meer greep kunnen geven. Door hun de mogelijkheid te geven hun politieke leiders te kiezen. En als derde vernieuwing: een correctief referendum. Zodat de burger ‘ho!’ kan zeggen bij belangrijke veranderingen. Ik ben wel voor hele forse drempels om de boel stabiel te houden. Dit zijn systeemveranderingen die niet partijpolitiek gebonden zijn.”

Niet partijpolitiek? U steelt toch gewoon de kroonjuwelen van D66?

„D66 heeft die zelf aan de straat gezet. Mijn ervaring heeft me geleerd: als je een lastig probleem hebt, moet je het verbreden. Ik vind het leuk om te kijken of je verschillende thema’s aan elkaar kunt koppelen. Maar vanaf nu ben ik de Zorgautoriteit. Politiek bedrijf ik vooraan achter de schermen. Voordeel daarvan is dat ik komende dinsdag niet in de fractie te horen krijg: De Grave, wat heb je nou allemaal weer geroepen, dat is helemaal niet je terrein.”