Wie is de uitvinder van de moderne veterstrik ?

Eppo König

„Wie heeft de veterstik uitgevonden?”, vraagt Linda van Wieringen namens de ouders van de kinderen op De Holm, de enige basisschool in het Groningse Den Andel. De kinderen in groep 1 en 2 gaan op voor het veterstrikdiploma en dat houdt „de gemoederen” voor het schoolhek bezig.

„Een strikvraag”, zegt woordvoerder Ben de Vries van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) in Amersfoort. Als dé uitvinder van de veterstrik al bestaan heeft, is hij lastig te traceren – ook niet bij het Octrooicentrum Nederland.

„Wat we wel weten, is dat mensen al heel lang schoeisel binden”, vertelt Anya Steenbakkers van het Nederlands Leder en Schoenen Museum in Waalwijk. In de prehistorie bond men lappen dierenhuid om de voeten met touw of leer. De Grieken en de Romeinen strikten hun enkellaarsjes (krepis en calceus) op het scheenbeen. In de Middeleeuwen was de puntige poulaine populair, die wel werd gestrikt om te voorkomen dat de drager er over struikelde.

„Gevlochten, geknoopte, geregen of omgeslagen veters, het kwam allemaal voor”, zegt De Vries van de RACM. „Maar het is geen bewijs voor het gebruik van de moderne strik met twee lussen.” Historische schoenen zijn niet altijd bruikbaar als bron. „In Dordrecht zijn al dertigduizend schoenen opgegraven. Daar zaten veters bij, maar los.”

De vroegste aanwijzing voor de moderne veterstrik dateert van eind zeventiende eeuw, volgens De Vries. „Ook linten werden gestrikt, onder rokken, broeken, jasjes. Je ziet het op oude prenten en schilderijen. Een jolige modeperiode.”

Dat juist de „platte knoop met twee slippen” de evolutie heeft overleefd, is omdat hij simpel is, denkt knopenexpert Jan van den Ouwelant van het Havenmuseum in Rotterdam. „Knopen is als klussen met een gereedschapskist. Je hebt de juiste knoop nodig voor de klus.”

Toch kent Van den Ouwelant nog een betere: „Gewoon een touwtje met een blokje hout eraan, dat je door een gaatje steekt: de houtje-touwtje.”