Heilstaat van bonen, olijven en paprika’s

Burgemeester José Sánchez Gordillo van Marinaleda. Achter hem foto’s  van Che Guevara en van Cordillo zelf.
Door Steven Adolf

Onze correspondenten in het buitenland portretteren in de serie ‘Wij scheiden ons af’ niet door de VN erkende landen. In deze vijfde aflevering over ministaten het daglonersparadijs Marinaleda in Spanje.

Het Spaanse dorp Marinaleda is alleen te bereiken via vergeten kronkelwegen in het droge heuvellandschap tussen Cordoba en Sevilla. Reizigers laten de gemeente met zijn 2.645 inwoners doorgaans links liggen.

Rijdend door de hoofdstraat blijkt al snel dat Marinaleda anders is. We passeren een lommerrijk volkspark van een indrukwekkende omvang. De straten zijn vernoemd naar Salvador Allende en Che Guevara. In het gemeentehuis hangt het geel-rood-paars van de Republikeinse vlag van Spanje.

Het verplichte portret van koning Juan Carlos ontbreekt nadrukkelijk. Het Casa de Cultura met zijn volkstheater werd eigenhandig door de dorpelingen zelf gemetseld.

In de nieuwbouwwijk ertegenover helpt de gemeente de inwoners hun eigen huizen te bouwen, zo meldt een opschrift. Muurschilderingen spreken van strijd en solidariteit tegen het corrupte kapitalisme en de macht van het geld.

Bij gebrek aan grensposten zijn we ongemerkt beland in het enige autonome gebied van Spanje waar de revolutie heeft gezegevierd: bezitloze dagloners hebben hier al ruim een kwart eeuw de macht.

„Als de wet het toeliet, zouden we een republiek stichten”, lacht de wildbebaarde burgemeester José Sánchez Gordillo (50), slechts gekleed in shorts, in zijn zelfgebouwde eengezinswoning.

Gordillo is de aanvoerder van het Eenheidscollectief van Arbeiders-Andalusisch Links Blok (CUT-BAI). Zijn partij heerst sinds de eerste democratische verkiezingen in 1979 met een absolute meerderheid. Gordillo is al 27 jaar burgemeester. Tevens is hij oprichter van de Vakbond van Landarbeiders (SOC), de grootste in het dorp en in de wijde omgeving. Communisme, anarchisme, Marx, Lenin, Ghandi zijn een aantal inspiratiebronnen. Gordillo: „Het gaat om klassenstrijd, om onze rechten in praktijk te brengen.”

De burgemeester heeft net een middagdutje achter de rug. Het is ongenadig warm in Marinaleda en vanavond is er de gemeenschapsvergadering over de werkverdeling van vrijwilligers voor het vier dagen durende dorpsfeest.

„Ontspannen is ook een recht dat we door strijd verworven hebben”, verklaart Gordillo. Aan het feest werkt hij overigens vrijwillig mee, als ober. Uit de gemeentelijke beginselverklaring: „Een ieder met verantwoordelijkheid moet de eerste zijn in het uur van de strijd en bij opofferingen, en de laatste als er voordelen behaald worden.”

Marinaleda was ooit een typisch Andalusisch dorp bewoond door miserabel levende dagloners uit het Spanje onder Franco. De landadel, de politie en de kerk waren er eeuwenlang oppermachtig, vertelt Gordillo. Met de pet in de hand je hongerloon vragen. Dat was dus mooi afgelopen na 1979.

De arbeiders hielden de landerijen en kasteel Monclova net zolang bezet tot de Hertog van Infantado door de knieën ging en 1.200 hectare van zijn land afstond voor collectieve landbouw. Het dorp richtte coöperaties op voor het verbouwen van paprika’s, tuinbonen en olijven. „We hadden een werkloosheid van 70 procent”, vertelt Gordillo. „Nu heeft het hele dorp werk.”

De dorpsvergadering werd het hoogste orgaan. Het gemeentebudget en de belastingen: de inwoners van Marinaleda stemmen er collectief over. „Nee, dat is niet volgens de Spaanse grondwet”, zegt Gordillo over het „arbeidersparlement”. Op wijk- of straatniveau worden buurtvergaderingen belegd over nieuwe bestrating of de aanleg van een parkje.

Stap voor stap is zo de arbeidersutopie verwezenlijkt: de politieke macht in handen van de volksvergadering, de economische macht bij de coöperaties, de sociale macht beheerst door de vakbond. Voor de propaganda werd ‘Radio en Televisie Marinaleda’ (RTVM) opgericht.

Het dient gezegd, Marinaleda ligt er welvarend bij. Maar er blijven subversieve elementen, zo blijkt al snel. Een oudere man die voorbij het stadhuis wandelt, vindt de burgemeester een dictator. „Erger dan Franco”, fluistert hij en kijkt schielijk over zijn schouder of niemand meeluistert. Wie „een baantje” wil, moet een deel van zijn inkomsten afstaan. Het dorp leeft van de subsidies van het regiobestuur. Vrijheid wordt beknot.

De slager trok zijn kandidatuur voor de conservatieve partij in na dreigementen dat niemand zijn worst meer zou kopen. De vier socialistische raadsleden in de oppositie wonen buiten het dorp.

En het hele ouderentehuis moet straks mee-eten op het dorpsfeest omdat de eenheidsvakbond heeft bevolen dat de verzorgers vier dagen vrij krijgen. „Utopie m’n reet.” Nee, zijn naam heeft hij liever niet in de krant.

De burgemeester haalt zijn schouders op over de kritiek. „Ik heb de verkiezingen al zeven keer gewonnen, de volksvergadering beslist, democratischer kan het niet.” Waarop hij snel overschakelt op IMF, Wereldbank en andere imperialistische gevaren.

De klassenstrijd, zegt Gordillo, is in de consumptiemaatschappij steeds moeilijker vol te houden. Mensen kijken liever naar hun plasma-tv, de jeugd speelt computergames. Het kapitalisme ligt op de loer, ook in de utopie van Marinaleda.

Het motto van Marinaleda luidt: een utopie naar de vrede.

Die ideologie past in een traditie van pogingen tot het scheppen van de ideale staat.

Vooral de negentiende eeuw kende veel socialistisch-utopistische experimenten. Utopia, van het Griekse ou (geen) en topos (plaats), is de naam van het fictieve eiland uit Thomas More’s gelijknamige roman (1516).

More greep terug op Politeia, een blauwdruk voor een ideale staat van Plato (347 v. Chr.).

Gepubliceerd in:
Over de krant