Hoe eet je een tompoes?

Freek Schravesande

Henk Koolen, in het clubcircuit beter bekend als Dj Stamppod, won onlangs zestien tompoezen. Begin september verloopt zijn laatste tegoedbon, en dus stelde hij de prangende vraag: „Hoe eet je een tompoes? Alle lagen tegelijk is onmogelijk, omdat dan de vulling tussen boven- en onderkant wordt uitgeperst. Maar laag voor laag lijkt me ook niet de bedoeling van de bedenker.”

Op de vele internetfora die over dit onderwerp bestaan, worden verschillende mogelijkheden aangedragen. De meeste deelnemers aan de discussies kiezen voor de gemakkelijkste weg: eet de verschillende onderdelen gescheiden op en bewaar het lekkerste – voor velen de roze glazuurlaag – voor het laatst.

Sommigen breiden de methode uit door de pudding uit het middengedeelte uit te smeren op zowel de boven- als de onderkant.

Maar daarmee is het belangrijkste probleem nog niet onopgelost. De juiste smaaksensatie, die pas komt bij het eten van alle onderdelen tegelijk, wordt immers nog steeds niet ervaren. Online encyclopedie Wikipedia stelt daarom enkele alternatieven voor: leg bijvoorbeeld de tompoes op zijn kant, waardoor de pudding beter op zijn plaats blijft. Of perforeer eerst met de tanden van het gebaksvorkje de bovenlaag en prik daarna voorzichtig met de zijkant van het vorkje door het gebakje.

Keuzes genoeg, dus. Maar wat is de juiste? We vragen het de Haagse patissier Roel van Everdingen, verkozen tot Banketbakker van het Jaar 2007. Van Everdingen hoorde de meest inventieve oplossing kort geleden. „Scheid de bovenkant van de onderkant en leg de onderkant óp de oorspronkelijke bovenkant. Met een vorkje kun je nu makkelijk alle lagen in één keer bereiken.” Onoplosbaar probleem, erkent ook Van Everdingen, lijkt echter wat te doen met de slagroom die bovenop de oorspronkelijk glazuurlaag zat. „Die eet je dan toch maar als eerste op.”

Hoe eet Nederlands beste banketbakker overigens zelf zijn tompoezen? „Eerst de slagroom bovenop, dan de glazuurlaag en daarna, met een vorkje, de pudding en de bodem. Tja, traditie hè.”