'Voetbal is oorlog' is wel degelijk van Rinus Michels

Ewoud Sanders

Heeft Rinus Michels nu wel of niet 'voetbal is oorlog' gezegd? Diverse lezers hadden daar herinneringen aan. En er is, eindelijk, een onweerlegbare bron opgedoken.

Zo schreef Jurjen Keessen: ,,Om toch nog even terug te komen op voetbal is oorlog: volgens u heeft Rinus Michels dat waarschijnlijk niet gezegd. En aangezien u van alles hebt nagezocht, kenners hebt gesproken en ook Michels zelf volhield dat hij van niets wist, is dat een heel verdedigbaar en redelijk standpunt.

Alleen, ik zie en hoor het hem nog zeggen, in een tv-interview rond het wereldkampioenschap van München. Misschien heeft hij er zelfs "meneer" achteraan gezegd, dat weet ik niet meer. En dat is natuurlijk het hele punt: het is al meer dan dertig jaar geleden, we weten niet meer wie de interviewer was en of die nog leeft, de band is natuurlijk direct gewist en het menselijk geheugen is notoir onbetrouwbaar (ook en zelfs dat van Rinus Michels).

Als Michels het toen wel heeft gezegd, moet minstens een klein miljoen anderen het ook hebben gehoord, wat kan verklaren dat zoveel mensen denken dát hij het zei. Maar al die mensen (voorzover nog in leven) gaan u vast niet ook schrijven wat ze zich nog menen te herinneren. En als Michels het nou gewoon niet gezegd wilde hebben, dan kunnen we hem dat toch wel gunnen?’’

Volgens Marten Buschman zei Michels een en ander bij een andere wedstrijd: ,,Naar mijn herinnering kwam de vraag van een Nederlandse tv-interviewer na de gewonnen wedstrijd tegen Brazilië (halve finale) in het 1974-tournooi. Die vroeg zoiets van 'lijkt het niet op oorlog'? Dit naar aanleiding van de schandelijke overtreding van een Braziliaan op Neeskens.

Die Braziliaan is er toen uitgestuurd en de Nederlandse teamarts had het ook nog over 'gedrogeerd' zijn. En toen heeft Michels in mijn herinnering 'voetbal is oorlog' gezegd. Misschien wel met het woord 'maar' er voor. Ik ben benieuwd waar deze zoektocht op uit komt.’’

Welnu, lezers van de papieren editie van deze krant hebben het wellicht al gelezen, maar de bron is nu eindelijk toch gevonden, dankzij Menno de Galan uit Amersfoort. Aangezien deze rubriek ook lezers heeft die alleen de webeditie van de krant lezen, neem ik de ingezonden brief van De Galan hier over: ,,In zijn taalcolumn op de achterpagina heeft Ewoud Sanders de uitdrukking 'voetbal is oorlog' van Rinus Michels onder de loep genomen. Heeft hij dit ook werkelijk gezegd, vraagt Sanders zich af, om tot de conclusie te komen dat dit waarschijnlijk niet het geval is: ‘Ik houd het erop dat Michels het inderdaad nooit zo heeft gezegd.’

Daarin heeft hij gelijk, maar in een interview met John le Noble van het Algemeen Dagblad op 10 maart 1971 zegt Michels het wel bij benadering: ,,Topvoetbal is zoiets als oorlog. Wie netjes blijft, is verloren.’’

Ik heb het oorspronkelijke stuk er nog bijgezocht, om de context te kunnen beoordelen. De vraag van John le Noble luidt: ,,In een interview met de Haagsche Post heeft u weleens gezegd dat een goede prof eigenlijk de robotvoetballer zou moeten benaderen.’’

Michels antwoordt zuchtend, aldus John le Noble. Michels zegt: ,,Jawel, maar zo’n woord moet je niet uit zijn verband lichten. Ik heb daarmee willen zeggen dat een speler alle karaktereigenschappen die hij in het dagelijks leven heeft, maar die schadelijk kunnen zijn voor zijn spel, van zich af moet zetten. Hij moet zich (sic) kunnen omschakelen tot een primitief wezen. Een frontsoldaat kan zich ook niet permitteren om als een normaal denkend mens te handelen. Hij moet zijn persoonlijkheid los kunnen laten en hij moet vergeten wie hij is en wat hij doet. Anders wordt hij mesjokke. Topvoetbal is net zoiets als oorlog. Wie te netjes blijft, is verloren.’’

Michels zelf heeft altijd over de uitspraak ‘voetbal is oorlog’ gezegd: ,,Uit zijn verband gerukt. Ben ik twintig jaar ten onrechte mee achtervolgd.’’ Het kan zijn dat hij daar zelf zo over dacht, maar inmiddels moeten we vaststellen dat hij het wel degelijk heeft gezegd. Dat ,,Topvoetbal is net zoiets als oorlog’’ niet identiek is aan ,,voetbal is oorlog’’ doet daar niet veel aan af. Michels gebruikte indertijd kennelijk graag oorlogsmetaforen (zijn bijnaam luidde niet voor niks De Generaal) en dit sluit daar naadloos bij aan.

Er is ook geen reden om aan te nemen dat John le Noble Michels verkeerd heeft geciteerd. Immers, we kennen dit standpunt van Michels ook uit een van zijn eigen columns. Op 25 december 1970 – krap drie maanden voor het interview met John le Noble in het Algemeen Dagblad – schreef Michels in het voetbalweekblad 1-0: ,,In zijn werk moet de topvoetballer veel van zijn persoonlijkheid, van zijn mens zijn, thuis en in de kleedkamer achterlaten. Omdat het spelen van een wedstrijd (aan de top) een primitieve zaak is. Om de weerstanden te overwinnen zijn allerlei agressieve eigenschappen nodig. Zoals bij een soldaat aan het front. […] Wat de man in menselijk opzicht minder wordt, wint hij aan gevechtskracht.''

Kortom, de zaken zijn nu eindelijk duidelijk. Michels heeft gezegd: ,,Topvoetbal is net zoiets als oorlog.’’ De uitspraak stond niet weggemoffeld in de kolommen, maar haalde ook de kop in het Algemeen Dagblad. Vervolgens is deze uitspraak een eigen leven gaan leiden, iets waar Michels niet blij mee was, zeker niet nadat de voetbalsport almaar geweldadiger werd.

Tot slot: dat zo’n uitspraak een eigen leven gaat leiden is heel gebruikelijk. Churchill heeft nooit gezegd ,,I have nothing to offer but blood, sweat and tears’’ maar ,,I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat’’ (Al wat ik te bieden heb is bloed, hard werk, tranen en zweet’’). Desondanks is ,,blood, sweat and tears’’ gevleugeld geworden door Churchill.

Zo is het ook met Michels: ,,voetbal is oorlog’’ gaat terug op De Generaal, of hij daar nou naderhand blij mee was of niet.

P.S. Voor meer details over ,,I have nothing to offer but blood, sweat and tears’’ zie het prachtboek van Jaap Engelsman Bekende citaten uit het dagelijks taalgebruik (Den Haag: Sdu 2004).

 

Gepubliceerd in:
Woordhoek