Speeddaten voor kunstenaars en architecten
New York, 30 sept. ‘Pecha kucha’ is een fenomeen onder getalenteerde architecten en ontwerpers. In sneltreinvaart eigen werk presenteren. „Dit is internet in zijn achteruit."
Kunstenaars, architecten, grafisch ontwerpers, bedenkers van computerspelen – zo vaak staan ze niet samen op één podium. En al helemaal niet met de bedoeling van elkaar te leren, geïnspireerd te raken en tegelijkertijd niet vermoeid te worden met ellenlange uiteenzettingen.
Pecha kucha biedt dat alles, en het slaat aan. Overal ter wereld worden nu avonden georganiseerd met een serieus podium om dankzij een strakke tijdslimiet in sneltreinvaart werk te presenteren. Vorige week vond de eerste pecha kucha-avond (Japans voor ‘prietpraat’) in New York plaats.
Het was een succes, zonder reclame vooraf kwamen vijfhonderd vakgenoten kijken. New York is niet de eerste stad waar de avonden in een behoefte lijken te voorzien. Na het begin in Tokio, inmiddels drie jaar geleden, worden in bijna dertig steden regelmatig bijeenkomsten georganiseerd. Van Sydney tot Sjanghai, van Rio de Janeiro tot Rotterdam. Nog eens zeventig anderen volgen de komende weken.
„Het is een culturele raket, klaar om op te stijgen”, schrijft de South China Morning Post.”Perfect voor culturele grazers met een steeds kortere aandachtsspanne”, vindt The Times uit Londen.
Organisator van het eerste uur, de Britse architect Mark Dytham uit Tokio, was voor de eerste New Yorkse avond ingevlogen. Volgens hem hebben jonge getalenteerde architecten, ontwerpers en vormgevers nauwelijks een podium voor hun werk. „Galeries staan niet open voor onbekende, getalenteerde kunstenaars”, zegt Dytham. „En wil je in een tijdschrift dan moet je met de eindredacteur naar bed.”
Het concept is afgestemd op het zap-tijdperk. Iedere voordracht bestaat uit twintig dia’s die elk exact twintig seconden te zien zijn. Na zes minuten en veertig seconden is het voorbij. „Geef mensen met een creatief beroep een microfoon en ze blijven maar praten. Ze denken dat alles wat ze doen interessant is”, zegt Dytham. „Dat is het vaak niet. Na zes-minuut-zoveel moet je dus weg.”
Het grootste bewijs voor het succes van het concept werd dit jaar tijdens de Londense Biënnale geleverd. In een uitverkochte zaal met 1.500 bezoekers vond de grootste pecha kucha-avond tot nu plaats. Ook hier werden ‘grote namen’ toegevoegd om het niveau hoog te houden en beginners een kijkje in de keuken te geven. Architect Rem Koolhaas zou in Londen spreken, maar hij zegde op het laatste moment af.
„We willen jonge kantoren een kans geven, maar ook bekende kunstenaars over hun werk horen”, zegt Florian Idenburg. De 31-jarige Nederlandse architect werkte eerder in Tokio en zag daar pecha kucha groot worden. Nu werkt hij in New York en organiseerde hij de eerste avond. De locatie is opzettelijk niet op een gevestigde plek, wel in stadsdeel Queens in de Spartaans ingerichte Bohemian Hall and Beer Garden.
Ook in New York waren er bekende architecten bij, en bleek duidelijk dat het systeem soms ontwrichtend is voor de gevestigde orde. Andrew Klemmer, prominent architect en medeverantwoordelijk voor de renovatie van de New Yorkse Piermont Morgan Library en de Guggenheim-musea in het Spaanse Bilbao en New York, wilde met zijn dia’s laten zien welke mensen er nodig zijn voor een geslaagde renovatie. Maar halverwege de twintig afbeeldingen stoorde Klemmer zich zo aan het pratende publiek dat hij maar stopte met zijn uitleg – terwijl de dia’s hun eigen ritme aanhielden. „Ik laat júllie wel praten en van deze prachtige foto’s genieten.” Hij stapte van het podium af, toeschouwers gniffelden.
Dat is het moment waarop Florian Idenburg naar de microfoon loopt en een beroep doet op de regels. „Ik denk dat je hier moet blijven staan. Andy?”
Het concept mag nieuw en snel zijn, toch was de eerste pecha kucha in New York niet vrij van belegen kunstenaarsclichés. „Dit speelt met het idee van camouflage”, zegt de een. Een ander: „het interessante effect verbergt zichzelf bijna”. Of: „dit is een fictionele reconstructie van wat er had kunnen zijn”.
De voordrachten zijn gevarieerd, origineel en het publiek geeft graag commentaar. Ontwerpster Sarah Oppenheimer leest bijvoorbeeld serienummers voor van de non-descripte houten voorwerpen die ze maakte. „Bingo!”, roept een toeschouwer.
Cynthia Leung en Beverly Liang laten foto’s zien van het modetijdschrift Dear Reader dat ze ontwerpen. Inclusief een rijtje Chinese moeders. „Jullie moeten raden van wie we ons modegevoel hebben.”
Kate Orff laat aan de hand van haar e-mail-inbox zien hoe uitputtend communiceren het soms is tussen ontwikkelaars, architecten en opdrachtgevers. En Christian Jankowski vertelt aan de hand van dia’s van een hersens etende vrouw over zijn horrorfilms. Zijn dia’s gaan te snel voor de hoeveelheid aan informatie die hij kwijt wil. „Oh, dat is het alweer”, schrikt hij na zes minuten.
„Avonden zoals dit zijn internet in zijn achteruit”, zegt Dytham. „In plaats van elkaar doorverwijzen naar het beeldscherm moedigen vakgenoten elkaar juist aan te laten zien waarmee ze bezig zijn.” In de buitenlucht, met bier, rookworst en precies twintig dia’s.
