Spullen Anne Frank terug en weer uitgeleend
Rotterdam, 18 dec. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie moet spulletjes van Anne Frank teruggeven aan het Anne Frank Fonds in Bazel. Dat heeft minister Van der Hoeven (Cultuur, CDA) besloten na advies van de Restitutiecommissie.
Het gaat om een halsketting, een leerboek met een plakpapiertje, twee brieven van Anne aan haar grootmoeder en drie foto’s. Deze zogeheten Stern-artefacten werden opgeëist door de neef van Anne Frank, die ook voorzitter is van het bestuur van het Anne Frank Fonds in Zwitserland. Het Fonds geeft de spullen weer in bruikleen aan de Anne Frank Stichting in Amsterdam.
De voorwerpen zijn in 1981 aan het NIOD geschonken en sindsdien eigendom van de staat. Een journalist van het Duitse tijdschrift Stern kreeg ze van een anonieme Nederlander, die ze had ontvangen van de persoonlijk secretaris van Otto Frank, Anne’s vader. De afspraak was dat Stern ze aan het instituut zou schenken.
Vanaf het begin was er twijfel over de rechtmatigheid van de schenking. Toen de voorzitter van het Anne Frank Fonds ze terugeiste besloot het ministerie van OCW tot een onderzoek door de Restitutiecommissie. Die vond dat zij onbevoegd was – het ging niet om geroofde kunst – maar vond wel dat de voorwerpen inderdaad toekomen aan de wettelijke erfgenamen. Daarom heeft Van der Hoeven tot teruggave besloten. In het NIOD lagen de voorwerpen in het archief.
De Anne Frank Stichting zal ze volgens een woordvoerder eerst onderzoeken op nieuwe informatie. „We hebben al veel van Anne, maar dit is een verrijking. We zullen ze goed bewaren.” Het Anne Frank Huis heeft weinig expositieruimte, daarom zullen ze ook daar waarschijnlijk een plekje in het depot krijgen. Het NIOD vindt het „jammer” dat de voorwerpen weg moeten. Waarnemend directeur Peter Romijn: „We hebben er meer dan twintig jaar goed op gepast. Maar we leggen ons neer bij het besluit van de minister.”
