Magische machines die je laten lachen

De tentoonstelling " Alles beweegt" van de beeldend kunstenaar Jean Tinguely (1925-1991) in de Rotterdamse Kunsthal.
Door onze redacteur Viola Lindner

Rotterdam, 10 okt. Vandaag opent in de Rotterdamse Kunsthal de tentoonstelling ‘Alles Beweegt’. Bezoekers moeten de magische machines van Jean Tinguely zelf aanzetten. Voor de kinderen zijn er ook nog 7.000 ballonnen.

Het heeft een lengte van 25 meter en een gewicht van ruim drie ton. Twee diepladers en verschillende trucks hebben het van het Zwitserse Bazel naar de Kunsthal in Rotterdam vervoerd. De Luminator is een hijskraanarm versierd met schroot en gekleurde lampen, aangedreven door een motor. Want Luminator beweegt. Langzaam draaiend, schommelend en wiegend. Met rondcirkelende glazig kijkende hertenkoppen en aan het uiteinde de Zwitserse vlag. Het is het laatste werk van de in 1992 overleden Zwitserse kinetische kunstenaar Jean Tinguely.

Luminator is een kroonluchter. Maar hangen kan hij alleen in het – er speciaal omheen gebouwde – Tinguely-museum in Bazel. Hier steunt hij op een constructie die De Kunsthal speciaal heeft laten maken in de stijl van de oranje dakbalken van architect Rem Koolhaas. „Het was een grote schroothoop, letterlijk”, vertelt tentoonstellingsmaker Jannet de Goede. Alle onderdelen zijn opnieuw in elkaar geschroefd en gelast. Vijf medewerkers van het museum in Bazel, onder wie de oud-assistent van Tinguely, helpen bij de reconstructie en opbouw. Een hijskraan buiten heeft Luminator op de steun gehesen, daarvoor moest eerst een stukje dak worden verwijderd. De Goede: „Het staat nu precies boven een pilaar in hal één, hieronder.”

Dat Tinguely pas vijftien jaar na zijn dood een overzichtstentoonstelling in Nederland krijgt, heeft meerdere oorzaken. De Goede: „Het Tinguelymuseum zat lange tijd op zijn werk. Nu heeft het museum zijn zalen nodig voor een tentoonstelling over Max Ernst. Verder is het natuurlijk geen sinecure om het hier te krijgen, en erg kostbaar. En je moet er wel de ruimte voor hebben.”

Tinguely was één van de eerste kunstenaars die bewegende schilderijen maakten. Midden jaren zestig behoorde Jean Tinguely (1925-1991) tot de internationale avant-garde. Zijn voorliefde voor beweging, toeval en eenvoud ontwikkelde hij in 1952 in Parijs. Zijn werk was in 1955 te zien op Le Mouvement, de eerste tentoonstelling over het fenomeen ‘beweging in de kunst’. Vanuit het Dadaïsme ontwikkelde hij zich als een van de kopstukken van de nieuwe kinetische stroming: Nouveau Réalisme. „Tinguely was de grootste en flamboyantste vertolker van die stroming”, zegt hedendaags kinetisch kunstenaar Mark Bischof. „Hij was gedreven, maakte ontzettend veel en vaak op een controversiële manier.”

Tinguely’s eerste werken waren nog bewegende schilderijen; raderen met kleurvlakken die door het ronddraaien steeds van compositie veranderen. Met machines die tekeningen maken veranderde hij de passieve rol van de kunstkijker in die van kunstgebruiker, en de rol van de machine als kunstobject in een rol als kunstmaker. Zijn sculpturen verzelfstandigden en evalueerden daarna tot grotere machines die, aangedreven door elektromotoren, wind, water, dynamiet of zwaartekracht konden bewegen.

De laatste grote tentoonstellingen van Tinguely in Nederland waren in 1961 en 1962. De kunstwerken moesten door de bezoekers in beweging worden gezet. Critici noemden het ‘een kermisattractie’, maar het publiek was razend enthousiast; er kwamen 50.000 mensen op af. Liesbeth Brandt Corstius, kunsthistorica, was een van hen: „Na alle schilderkunst was dit bijzonder. Ik was zo blij dat je gewoon zo om kunst mocht lachen.”

De Goede van de Kunsthal relativeert dat lachen: „Tinguely was helemaal niet zo’n vrolijke man. Hij was zich heel bewust van het absurde van zijn machines.” Absurd, maar ook nutteloos en soms zelf dreigend en angstaanjagend. Zijn Dernière collaboration avec Yves Klein is bijvoorbeeld een hommage aan de vroeg gestorven kunstenaar Klein. En ondanks de kleuren bepaald niet vrolijk. De bewegingen van het twaalf meter lange sculptuur zijn traag en doelloos.

Voor Bischof, die werkt aan een grootschalig kinetisch project in Zwitserland, is Tinguely nog steeds relevant. Kinetische kunst vindt hij tijdloos: „Beweging is iets wat de mens altijd boeit”. En dan vooral kinderen, want Tinguely’s machines maken lawaai, zijn speels en moeten in beweging worden gezet. Speciaal voor kinderen is in Rotterdam de ballonnenkamer van de eerdere expositie Dylaby nagebouwd. De Goede: „Tinguely had wegens tijd- en geldgebrek alleen een paar ventilatoren gebouwd en heel veel ballonnen door een ruimte laten dwarrelen. Wij hebben 7.000 ballonnen laten maken, ha ha, hopelijk is dat genoeg!”

Gepubliceerd in:
Kunst & Film
Meer kunstnieuws