Schrijver Jaan Kross was een laatbloeier
Warschau, 28 dec. De deze week op 87-jarige leeftijd overleden Jaan Kross, de bekendste schrijver van Estland, was een laatbloeier. Zijn eerste boek, het eerste deel van Kolme katku vahel (in het Duits vertaald als Das Leben des Balthasar Rüssow), verscheen in 1970, toen Kross vijftig jaar was. Dat hij zo laat debuteerde kwam door de geschiedenis: Kross bracht een groot deel van zijn vroege leven door in gevangenissen en Siberische strafkampen. De geschiedenis van Estland, zíjn geschiedenis, zou hem nooit meer verlaten. Het werd de rode draad in zijn oeuvre.
In het Nederlands zijn drie boeken van Kross vertaald, De gek van de tsaar (Keisri hull, 1978), Het vertrek van professor Martens (Professor Martensi ärasõit, 1984) en De kring van Mesmer (Mesmeri ring, 1995). De boeken verkochten slecht en zijn behalve tweedehands niet meer te krijgen. Uitgeverij Prometheus komt in juni volgend jaar met een nieuwe editie van De gek van de tsaar. Eind januari verschijnt bovendien Luchtfietsen (Paigallend, 2002), een van zijn laatste boeken. In verband met zijn overlijden wordt de publicatie mogelijk vervroegd, zo laat de uitgeverij weten.
De oudere boeken van Kross spelen zich vaak af in het Tsaristische Rusland, dat in zijn boeken doorgaans een metafoor is voor de Sovjet-Unie, dat Estland bijna vijftig jaar lang bezet hield. De hoofdpersoon in De gek van de tsaar is Timotheus von Bock, een Baltisch-Duitse aristocraat, die zijn vriend, tsaar Alexander, een goed bedoelde en redelijke brief schrijft over hervormingen en de slechte behandeling van lijfeigenen. Het levert hem acht jaar gevangenisstraf op. Het vertrek van professor Martens verhaalt over een Estse jurist in dienst van de tsaar, die de hele tijd worstelt met zijn geweten.
Dat de boeken van Kross verhulde kritiek op het communisme bevatten was indertijd al duidelijk. Dat ze door de censuur glipten werd ook door Kross zelf steeds weer wonderlijk gevonden, maar helemaal verbaasd was hij niet. In de censuurcommissie zaten mensen die voor de Tweede Wereldoorlog, toen Estland nog onafhankelijk en vrij was, een belangrijke rol hadden gespeeld in de Estse literatuur. Die wilden nog wel eens een oogje dichtknijpen. Wat ook hielp was de onnavolgbare Estse taal, verwant aan het Fins en het Hongaars. De censuurbazen in Moskou kregen vaak alleen maar Russische samenvattingen van Estse boeken onder ogen.
Hoewel Kross graag historische personages opvoert – Von Bock en Rüssow hebben echt bestaan - bevatten zijn boeken ook belangrijke autobiografische elementen. Zo speelt Luchtfietsen zich af in de Tweede Wereldoorlog, ten tijde van Russische en daarna Duitse invasie, gebeurtenissen die Kross van dichtbij heeft meegemaakt. En net als Kross zelf worstelt hoofdpersoon Ullo Paerand, een naaste medewerker van de Estse minister-president, met de vele dilemma's die opdoemen als het ene kwaad – het Russische – net zo verwerpelijk is als het andere – het Duitse. Paerand besluit om niet te vluchten, maar zijn leven in te zetten voor het behoud van Estland. Net als Kross jarenlang heeft gedaan met zijn boeken.
Geselecteerde bibliografie:
- Kolme katku vahel (Het leven van Balthasar Rüssow, 1970)
- Keisri hull (De gek van de tsaar, 1978)
- Professor Martensi ärasõit (Het vertrek van professor Martens, 1984)
- Wikmani poisid (De jongens Wikman, 1988)
- Väljakaevamised (Uithollingen, 1990)
- Mesmeri ring (De kring van Mesmer, 1995)
- Vandenõu (Het complot en andere verhalen, 1995)
- Paigallend (Luchtfietsen, 2002)
- Kallid kaasteelised (Beste reisgenoten, 2003)
