Bluebird

Door Bianca Stigter

Een broertje en een zusje op een kade in Rotterdam. Water. Vogels. Boten. Veel lucht. Het ziet er idyllisch uit zoals het dat in Nederland soms kan doen; niet perfect, zeker niet, maar toch een zekere verzoening met het bestaan tot stand brengend. Dit is er dan toch maar, vlak bij huis. Je kunt er zo naar toe lopen. Mijke de Jong gooit er spanning in. Het jongetje zit in een rolstoel. Zij duwt, en even is het alsof de idylle ruw verstoord gaat worden. Ze duwt, ze laat los, het jongetje rijdt het water in.

Het gebeurt niet, de mogelijkheid wordt door De Jong alleen aangegeven. Waarom? Omdat het nu eenmaal kan, omdat iedereen zijn eigen geluk wil kunnen verstoren, omdat spanning een film goed doet? De Jong laat de mogelijkheden open, maar de kans is wel groot dat het onderwerp van de film ermee te maken heeft. Haar Bluebird is een film over pesten.

De hoofdpersoon is het meisje, Merel, dat op het eerste gezicht voor heftig pesten niet de meest geschikte kandidaat lijkt. Ze is slim, ze is aardig, ze is mooi, ze zingt, ze zwemt, ze komt uit een keurig milieu waar men Tolstoj leest. Toch is zij het die door de koninginnetjes uit haar klas - de brugklas - wordt genegeerd, voor gek wordt gezet, wordt geslagen.

Misschien zijn die meiden gewoon jaloers, zoals vaak tegen gepeste kinderen wordt gezegd, zelfs als er meer aanleiding voor is. Tegen Merel wordt zoiets niet gezegd, want zij vertelt niets over wat er met haar gebeurt. Misschien hoopt ze dat het even vanzelf als het is begonnen, ook weer overgaat. Waarschijnlijk zouden de goedbedoelende ouders haar alleen maar van de regen in de drup helpen.

Misschien, misschien, waarschijnlijk - het aardige van de film is ook juist dat De Jong geen verklaringen probeert te geven voor het fenomeen pesten, waardoor haar film zowel ongrijpbaarder als tastbaarder wordt. De kijker moet kijken, er zit niets anders op. È stato cosi, zo is het gebeurd, heet een boek van de Italiaanse schrijfster Natalia Ginzburg, en zo praktisch-poëtisch als haar werk is ook deze film. Elske Rotteveel, Merel, ziet er uit als een meisje dat je je in een van die boeken voorstelt, alsof ze de vanzelfsprekendheid mist om gewoon te bestaan.

Bluebird is een voor de televisie gemaakte film, een zogenaamde Telefilm, die al is uitgezonden, maar die alsnog een roulement in de bioscoop verdiende. Dat is tegenwoordig niet zo opzienbarend meer. Cloaca van Willem van de Sande Bakhuyzen begon bijvoorbeeld ook als telefilm. Bluebird werd ook al voor een aantal filmprijzen genomineerd, waaronder die van de Nederlandse filmkritiek op het festival in Utrecht. Hij is ook uitgekozen voor het filmfestival van Berlijn, waar hij meedingt naar de Glazen Beer, de prijs voor de beste jeugdfilm. In Nederland wordt Bluebird op scholen veel gebruikt ter introductie van discussies over pesten. Bluebird wordt in de bioscopen digitaal geprojecteerd.

 

Gepubliceerd in:
film
Filmarchief