De Roverssymphonie weer als nieuw

Door André Waardenburg

Verschillende naoorlogse generaties zijn ermee opgegroeid: de bende van de Zwarte Duivels, een zak dukaten in een mechanische piano, een tienjarig jongetje, zijn ezel en een hond. 850 keer was de film te zien in het Amsterdamse theater De Uitkijk. Het Concertgebouworkest speelde meermalen de muziek die vijftigers, zestigers en zeventigers nog steeds mee kunnen fluiten.

We hebben het natuurlijk over De Roverssymphonie, in 1936 in Engeland gemaakt door een Hongaarse regisseur met een filmcrew die voornamelijk bestond uit Duitsers op weg naar Amerika. De Roverssymfonie ging in 1940 in Nederland in première maar verdween door toedoen van de Duitse bezetters al snel uit de bioscoop. Vlak na de oorlog ging de film in reprise in De Uitkijk en werd een groot succes. Alleen in Nederland. Overal ter wereld verdwenen de film en zijn maker Friedrich Feher in de vergetelheid. Het negatief verbrandde in de Londen tijdens een Duitse bomaanslag, Fehers productiemaatschappij ging failliet en Feher zelf kwijnde weg in Amerika. Zijn film bleef, in Nederland. En draaide regelmatig tot in de jaren zestig. Zelfs zo vaak dat de kopie helemaal kapot was gedraaid en de directie van het theater een nieuwe moest samenstellen uit de nog in omloop zijnde exemplaren. En die waren er vaak niet best aan toe. Velen zullen de film hebben gezien met springers en zonder begintitels. Dat deerde niet, want het sprookjesachtige verhaal over een roversbende die uit is op het geld van een waarzegsters betoverde toch wel. Voor kinderen is de film een fantastisch sprookje, ouders zullen de soms absurde humor waarderen. Het verhaal is zo eenvoudig dat er weinig dialogen zijn. Dat moest ook wel, want het ging Feher vooral om de muziek. De film begint met een door het orkest gespeelde ouverture, met alle orkestleden in bolhoed, zwart pak en met een Chaplin-snorretje. Vervolgens horen we liedjes, flarden piano en een orkestrale score met steeds terugkerende motiefjes. Geen wonder dat je die kunt meefluiten als je de bioscoop vrolijk verlaat.

Ongetwijfeld tot vreugde van velen is de film nu weer even terug. Het British Filminstitute bleek te beschikken over een fotografisch gezien uitstekende versie uit 1936. Die stond aan de basis van de restauratie door het Filmmuseum. En vergeleken met de versleten Uitkijkkopie bleek die zelfs dertig minuten meer materiaal te bevatten. De muzikale ouverture is langer, en voorafgaand daaraan worden de acteurs - en de ezel en hond - keurig voorgesteld, geheel in stijl van de zwijgende film. Met nog meer muziek dus, om opgewekt mee te fluiten.

Op 6 april wordt de film ingeleid door schrijver K. Schippers en filmmaker Cherry Duyns, makers van de documentaire Requiem voor een film (1989). In die film (te zien op 8 april op de Biënnale) gaat Schippers op zoek naar het verhaal achter De Roverssymphonie, een film die hij vlak na de oorlog samen met zijn vader zag. Wie was Friedrich Feher? Wat is er van hem geworden? Leven er nog acteurs en muzikanten? De vergetelheid aan het werk.

 

Gepubliceerd in:
Kunst & Film
Filmarchief