Gerrard Verhage (1948-2008)

De Dominee (2004) is ook op dvd verschenen.
Door Bas Blokker 

Filmregisseur Gerrard Verhage was beter op zijn plaats bij artistieke films dan bij een publiekstrekker als ‘De Dominee’.

Filmregisseur Gerrard Verhage is op 6 april 2008 overleden. De 59-jarige Verhage, die al enige tijd ernstig ziek was, heeft op uiteenlopende gebieden zijn sporen achtergelaten in de Nederlandse filmwereld. Sinds 1968, toen hij een van de oprichters was van het filmtijdschrift Skrien, heeft hij met de energie die hem eigen was niet alleen documentaires en speelfilms geregisseerd, maar was hij ook betrokken bij het links-activistische filmcollectief het Amsterdams Stadsjournaal in de jaren zeventig en bij de oprichting van de regisseurs-vakvereniging DDG eind jaren negentig.

Bij het bioscooppubliek zal Verhage het bekendst zijn om zijn verfilming van het levensverhaal van drugsgangster Klaas Bruinsma als De Dominee (2004). Hij wilde daarmee nadrukkelijk een groot publiek bereiken en met ruim 110.000 bezoekers is dat redelijk gelukt. Hij was tot kort voor zijn dood nog aan het werk aan een speelfilm over twee andere beruchte Nederlandse onderwereldfiguren: Willem Holleeder en Willem Endstra. Bloedgabbers zou die film gaan heten en het moest opnieuw een echte publieksfilm worden. Toch zijn beide projecten bepaald niet representatief voor het oeuvre van Verhage, waarin titels voorkomen als Afzien (1986), Ik ga naar Tahiti (1992), Eenmaal geslagen, nooit meer bewogen (1994) en Dichter op de Zeedijk, een tv-drama waarvoor Verhage in 1999 een Gouden Kalf kreeg. Die films worden, anders dan de De Dominee gekenmerkt door een intellectueel/artistieke aanpak – en trokken dan ook navenant minder bezoekers.

Bekijk de trailer van De Dominee

Verhage, geboren in Hilversum in 1948, studeerde Neerlandistiek in Amsterdam en zag in film het middel om zijn marxistische ideeën in praktijk te brengen. In de filmhistorische tv-serie Allemaal Film zei Verhage tegen interviewer Jeroen Krabbé: „Wij wilden films maken die in sociale processen een rol konden spelen.” Vanuit dat idee sloot hij zich in 1974 aan bij het collectief van het Amsterdams Stadsjournaal, waar hij met onder meer Annette Apon films maakte over misstanden die zij in de samenleving zagen: grootschalige sloop in de steden, dienstplicht, armoede. Verhage bewaakte de ideologie in het collectief. „Wij waren streng”, zegt hij daarover in Allemaal Film. Die erfenis filmde hij naar eigen zeggen van zich af in de documentaire De Berg (1981), waarin hij meer en minder gestaalde communisten interviewde.

Degenen die met hem samenwerkten in recente tijden karakteriseren hem vooral als gedreven, op het explosieve af. Producent René Huybrechtse van Dutch Mountain Films, die met Verhage De Dominee maakte en bezig was aan Bloedgabbers, haalt een anekdote op tijdens het draaien van De Dominee: „Bij een massascène die we in Luxemburg zouden opnemen, wilde Verhage niet op de set komen omdat Huub Stapel niet het goede leren jasje droeg. Dat had de kostuumafdeling fout gedaan, vond Verhage. Ik heb op zijn deur staan bonzen, maar hij kwam pas toen ik het goede jekkie heb laten komen. En ik moet zeggen: hij had gelijk.”

Producent Hans de Wolf van Eyeworks/Egmond werkte met Verhage aan de verfilming van Nooit meer slapen. Het scenario waar ze samen aan hadden geschreven, is twee keer afgewezen door het Filmfonds en daarna weggelegd. Toch vindt De Wolf het nog altijd „een fantastisch script” – juist door de inbreng van Verhage. „Hij was enorm inspirerend. Hij pakte mij vaak hard aan. Jij hebt geen discipline, zei hij dan.”

Volgens De Wolf had Verhage „een goeie mix van intellectualisme en vakmanschap”. „Ik denk dat hij daarmee beter op zijn plaats was bij de artistieke films als Ik ga naar Tahiti dan bij De Dominee. Hij vond dat je in deze tijd publieksfilms diende te maken. Maar hij wist dat Nooit meer slapen weinig mensen zou trekken. Die maken we voor onszelf, zei hij.”

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Kunst & Film
Necrologieën 2008