Nationaal Historisch Museum krijgt twee directeuren
Amsterdam, 26 sept. De bouw en inrichting van het Nationaal Historisch Museum gaat geleid worden door twee directeuren. Erik Schilp wordt algemeen directeur en Valentijn Byvanck inhoudelijk directeur. Ze zijn aangesteld tot aan de voltooiing van het museum. Dan wordt er opnieuw een directeur geworven.
Atzo Nicolaï, het VVD-Kamerlid en voorzitter van de Raad van Toezicht van het museum maakte vanmiddag de benoemingen bekend voor dit volgens minister Plasterk „prestigieus en politiek gevoelig project”. Het tweetal komt van regionale musea. Schilp (1967) is nu directeur van het Zuiderzee Museum in Enkhuizen en Valentijn Byvanck (1964) van het Zeeuws Museum in Middelburg.
Uit hun tijdelijke aanstelling spreekt geen gebrek aan vertrouwen, zegt Nicolaï. „Voor het figuurlijk bouwen, het ontwikkelen van een concept en het aangaan van contacten met onderwijs, sponsors en media, zijn andere kwaliteiten nodig dan voor het runnen van een museum. Na voltooiing zijn er minder directeuren nodig. Dan stellen we één iemand aan de leiding.” Plasterk: „Het is niet zo dat ze ontslagen worden als de bouw klaar is.” Het nieuwe duo gaat niet het bouwen zelf leiden. Daar wordt nog een bouwdirecteur voor aangetrokken.
Schilp en Byvanck zijn gekozen omdat ze traditionele, bedaagde musea hebben weten om te toveren tot eigentijdse plekken, met spannende tentoonstellingen, aldus de minister. Bij debatten in de Kamer gebruikte Plasterk de vernieuwing bij het Zuiderzee Museum al enkele keren als voorbeeld van geslaagd cultureel ondernemerschap. Het museum trekt sinds het aantreden van Schilp drie jaar geleden veel meer bezoekers en verveelvoudigde zijn inkomsten uit sponsors. Plasterk: „Een creatieve vent.”
Valentijn Byvanck verzorgde eerder de herinrichting van het Zeeuws Museum na een jarenlange verbouwing. „Hij is de denker, de visionair”, aldus Nicolaï. „Hij heeft in het Zeeuws Museum een revolutie ontketend, waardoor het zowel de trots van de Zeeuw is als een spectaculair museum.”
Volgens Nicolaï hebben beide directeuren een uitgesproken mening over hoe geschiedenis moet worden gepresenteerd. Als voorbeeld van hun „verrassende en tegendraadse werkwijze” noemt hij een filmpje waarin een in klederdracht gekleed stel zich langzaam uitkleedt. „Dan zie je hoeveel lagen die kleding heeft en wat er bij komt kijken om het aan te krijgen. Dat is wat anders dan poppen van stro met kleren aan.” Het filmpje, Strip Show 1850 veroorzaakte enige ophef toen de lokale SGP klaagde over „ongepast naakt”.
De benoeming komt op een moment dat betrokkenen zich begonnen te roeren over een gebrek aan voortgang bij het project. Dat het museum in 2011 open gaat, zoals de planning is, geloven Plasterk en Nicolaï niet. Plasterk: „Dat is misschien iets te optimistisch. Maar er moet wel snel iets zichtbaar worden op die plek.” Nicolaï: „Dat er iets goeds komt, is belangrijker dan dat het museum er op tijd is. Er staat gemiddeld negen jaar voor de bouw van zo’n museum. Het in drie jaar doen is nog nooit vertoond.” Een nieuwe schatting van de benodigde bouwtijd zal volgende maand worden gemaakt.
De directeuren hebben de vrije hand om het museum in te richten, maar moeten zich houden aan de randvoorwaarden die de minister met de Kamer in 2006 heeft vastgesteld. Dat betekent dat de vorig jaar opgestelde canon van de Nederlandse geschiedenis, met vijftig vensters, het uitgangspunt vormt. Het museum zal geen collectie aankopen, maar objecten in bruikleen nemen. Schilp liet zich, als directeur van het Zuiderzee Museum, vorig jaar nog sceptisch uit over bruiklenen aan het Nationaal Historisch Museum.
Voor de zomer presenteren Schilp en Byvanck een inhoudelijk concept voor het museum.
Lees een interview met Schilp en Byvanck op de kunstpagina, zaterdag in NRC Handelsblad.
|
Vindingrijke Erik Schilp haalt sponsors binnen en mengt oud en nieuw
Zijn doelstelling was om het regionaal gerichte, cultuurhistorische museum om te vormen tot een modern, multidisciplinair en interactief platform waar traditionele ambachten en modern design elkaar ontmoeten. Het museum breidde de cultuurhistorische collectie in twee jaar tijd uit met eigentijdse ontwerpen: van keramische objecten uit de serie Still Life van Studio Job tot couture van Alexander van Slobbe en Viktor & Rolf. Het bezoekersaantal steeg in twee jaar tijd van 185.000 tot ruim 265.000. De sociaal behendige en vindingrijke Schilp bekostigde zijn aankopen met hulp van sponsors die hij bij het museum wist te betrekken. Voor zijn aantreden deed het fors gesubsidieerde museum vrijwel niet aan sponsoring. Schilp wist de Bankgiroloterij voor 0,5 miljoen euro per jaar (vijf jaar lang) aan zich te binden, en haalde ING binnen als hoofdsponsor. Schilp werkte onder meer als consultant in de theater- en filmwereld en als Levi’s model. „Je moet nieuwsgierig zijn”, zei hij in deze krant. „Ik denk bij alles wat ik zie: dat kan beter georganiseerd worden.” |
|
Vernieuwer Valentijn Byvanck verandert folkloristisch in hip en beroemd
Byvanck, cultuurhistoricus, werkte voor hij naar Middelburg vertrok drie jaar als curator bij het centrum voor hedendaagse beeldende kunst Witte de With in Rotterdam. Hij publiceert geregeld over kunst en exposeren. Onder Byvancks leiding deed het Zeeuws Museum er alles aan om zich te bevrijden van het folkloristisch imago. Het ‘Zeeuws Meisje’ werd een in zwart kant gehulde pin-up, die nu als logo fungeert. In de opstelling van het museum wordt ‘erfgoed’ voortdurend ter discussie gesteld. In april moest het Zeeuws Museum het topstuk Gebed voor de maaltijd (1907) van Jan Toorop afstaan aan Walter Eberstadt. Byvanck slaagde er in het schilderij terug te kopen zodat het in het Zeeuws Museum kan blijven. |
