‘Ik was revolutionair én puristisch’

 Joan Baez
Door Jan Vollaard

Joan Baez – in de jaren zestig folkzangeres naast Bob Dylan – staat morgen in Utrecht. De stem van een generatie is inmiddels een octaaf gezakt: „Ik kan nu ook country aan.”

Amsterdam, 4 okt. Joan Baez herinnert het zich nog precies, hoe ze in augustus 1969 per helikopter naar het Woodstock Festival werd gevlogen. Uit de lucht zag ze naar schatting 400.000 aanwezigen. „Op dat moment wist ik dat het een belangrijke dag zou worden”, zegt de 67-jarige grande dame van de Amerikaanse folk per telefoon, op de Europese tournee die haar zondag naar Utrecht brengt. „Hier was niet zomaar een groep muziekliefhebbers bij elkaar, maar een generatie die de toekomst van de Verenigde Staten zou gaan bepalen. De Woodstock-generatie heeft er voor gezorgd dat er een einde kwam aan de oorlog in Vietnam. Niet meteen na het festival; het heeft jaren geduurd. Maar het idealisme en de daadkracht waren aanwezig, bij het publiek zowel als de performers.”

Sinds haar debuutalbum Joan Baez uit 1960 heeft ze zich behalve zangeres altijd activist gevoeld, op de bres voor gelijke rechten voor man en vrouw, blank en zwart, immigranten en autochtonen. In 1967 werd ze met zeventig andere vrouwen opgepakt nadat ze een rekruteringskantoor van het leger hadden geblokkeerd. „Zo revolutionair als we in politiek opzicht waren, zo puristisch traditioneel was ik in ten aanzien van folkmuziek. Op mijn eerste platen stonden alleen traditionele liederen, vaak van eeuwen oud. Pas later in mijn carrière ontdekte ik de jonge songschrijvers die het ware leven optekenen in hun liedjes. Ik probeer ze zo veel mogelijk te steunen door hun nummers op te nemen.”

Enkele jaren lang was ze de muze en geliefde van Bob Dylan, met wie ze in 1963 optrad tijdens het Newport Folk Festival. In 1965 werd hun afbrokkelende relatie gedocumenteerd in D.A. Pennebakers film Don’t Look Back; later werkten ze samen in Dylans Rolling Thunder Revue (1975-1976) en de speelfilm Renaldo & Clara. Over Dylan spreekt Baez niet graag; ze zegt dat ze is uitgepraat over dat onderwerp nadat ze in Martin Scorceses documentaire No Direction Home haar hart heeft gelucht. „Dylan was in die tijd vooral met zichzelf bezig. En terecht, want hij was en is een briljante geest. Genoeg over hem.”

Liever praat Baez over Day After Tomorrow, de cd die ze maakte onder de hoede van zanger, songschrijver en producer Steve Earle. De plaat laat overtuigend horen hoe Baez almaar mooier is gaan zingen, ingetogen en ongeveer een octaaf lager dan het engelenregister waarmee ze vroeger bekend stond. „Zingen kun je niet verleren”, zegt ze laconiek. „Mijn stem is in de loop der jaren flink veranderd, zodanig dat ik het countryachtige repertoire gemakkelijker aan kan dan ik het veertig jaar geleden gekund zou hebben. De tien nummers op de plaat kun je beschouwen als een samenhangende liederencyclus. Religieuze thema’s zijn een belangrijkere rol gaan spelen in mijn leven, maar dat betekent niet dat een lied van Elvis Costello of het titelnummer van Tom Waits er niet tussen zou passen. Ik zing omdat ik iets te vertellen heb, ook in mijn interpretatie van songs van anderen.”

Politiek interesseert haar nog steeds, hoewel ze verzucht dat ze wel eens moedeloos wordt van de huidige stand van zaken in Amerika. „Ik moet er niet aan denken dat McCain en die Shotgun Sally de verkiezing winnen. De barricaden ga ik er niet meer voor op. Liever laat ik mijn muziek spreken.”

Gepubliceerd in:
Kunst & Film
Uit & Thuis