‘Te weinig geld voor literatuur Utrecht’
Utrecht, 7 okt. Literair Utrecht voelt zich tekortgedaan in de verdeling van subsidie door de gemeente. Morgen biedt de letterensector cultuurwethouder Cees van Eijk het manifest Utrecht, waar zijn uw letteren aan. Daarin wordt de gemeente gevraagd jaarlijks 400.000 euro aan literatuuractiviteiten uit te geven in plaats van de huidige 131.000 euro.
Utrechtse auteurs als Arthur Japin, Ronald Giphart, Ingmar Heytze en Manon Uphoff steunen het manifest. Een van de gevolgen van het beleid zou zijn dat de stichting Het Poëziecircus, een podium voor beginnende dichters, „omvalt”.
Van de vier grote steden heeft Utrecht in de cultuurnota het minste geld gereserveerd voor literatuur. In Den Haag is volgens de opstellers van het manifest het budget ruim vijfmaal hoger. En dat terwijl Utrecht zich in de cultuurnota „de tweede literaire stad van Nederland” noemt. Volgens het manifest is die titel niet te danken aan de gemeente, maar heeft de stad die positie verkregen door de „tomeloze inzet van schrijvers en instellingen zelf”.
Volgens een woordvoerder van wethouder Van Eijk (GroenLinks) is de literatuursubsidie verdubbeld ten opzichte van vorig jaar, maar blijft die inderdaad achter bij andere steden. „Voor het komende jaar staat het budget vast, maar in de toekomst is er misschien meer ruimte.” De woordvoerder benadrukt dat er naast de structurele subsidie ook andere budgetten zijn waaruit onder andere de Nacht van de Poëzie en de Belle van Zuylenlezing worden betaald. Donderdag vergadert de gemeenteraad over de begroting.
