Paleis op de Dam opgeknapt tot knus woonpaleis

Heringerichte kamer van het Paleis op de Dam
Door Kasper Jansen

Het Paleis op de Dam, in de 17de eeuw gebouwd als het Amsterdamse Stadhuis, is opnieuw gerenoveerd, nu met een warme inrichting.

Amsterdam, 13 juni. Koningin Beatrix heropent vandaag in Amsterdam het Paleis op de Dam na een tachtig miljoen euro kostende restauratie en renovatie van bijna vier jaar. De heropening veroorzaakte de afgelopen weken voor het eerst echt serieuze discussies over twee jarenlange Paleisproblemen: het exclusieve gebruik door de koninklijke familie en het schoonmaken van de verweerde gevel.

Over de omstreden gevelreiniging – aan de achterkant van het Paleis ziet men nu een lichtgeel proefstuk – wordt binnenkort een beslissing genomen door het Amsterdamse stadsdeel Centrum.

De drie collegepartijen PvdA, VVD en GroenLinks van het stadsdeel, willen een meer publieke functie voor het voormalige stadhuis als ‘Huis van de Stad’, zoals ontvangstruimte van het Amsterdamse gemeentebestuur.

De partijen klagen dat het Paleis er nu doods en ontoegankelijk bij staat. Maar vanaf zondag is het Paleis weer – net als voorheen – publiek toegankelijk als er geen officiële activiteiten zijn. ’s Zomers waren er altijd al maandenlange tentoonstellingen. Per jaar trok het Paleis op de Dam tachtig- tot honderdduizend bezoekers.

‘Achtste wereldwonder’

De laatste expositie voor de renovatie, Stadhuis van Oranje in 2005, was gewijd aan de historie van het toen 350 jaar oude monument. De Hollands-classicistische schepping van Jacob van Campen, het grootste publieke gebouw van Europa, en gebouwd op 13.369 palen, werd al in de 17de eeuw gezien als het ‘Achtste wereldwonder’, het absolute hoogtepunt van de Gouden Eeuw.

Het Stadhuis toonde in de decoraties binnen en buiten op vele manieren de almacht van de wereldhandelsstad Amsterdam. De bouw begon in 1648, het jaar waarin de Tachtigjarige Oorlog ten einde kwam, en werd voltooid in 1665.

Zo donkergrijs als het Paleis van buiten oogt, zo licht en uitbundig is het interieur. Niets mooiers dan de door ruime galerijen omringde Burgerzaal met twee wereldkaarten en een hemelglobe in koper ingelegd in de marmeren vloer. Als de Amsterdammers in de Gouden Eeuw daar in die vrij toegankelijke ruimte liepen, lag niet alleen de hele wereld aan hun voeten, maar zelfs het complete universum.

Restauratie

De restauratie en renovatie van het Paleis ging veel verder dan een bouwkundige ingreep, zoals de omstreden vervanging van een deels dubbele ‘keizerlijke trap’ door een dienstlift. Er werd asbest verwijderd, installaties werden vernieuwd, net als de water- en elektriciteitsleidingen en de verwarming. Voorzetwanden en verlaagde plafonds werden verwijderd. Op de verdieping onder het dak zijn de slaapkamers voor lakeien – vroeger een soort jeugdherberg – aangepast aan de eisen des tijds. De paleiskeuken is vernieuwd: op 16 pitten kan worden gekookt voor driehonderd gasten.

De representatieve zalen en vertrekken op de eerste verdieping met hun geschilderde plafonds zijn opgefrist en heringericht. Schilderijen zijn onder het vernis vandaan gehaald. Bij vorige restauraties in de jaren ’30 en ’60 van de vorige eeuw werd het Paleis vooral uitgekleed. De door Lodewijk Napoleon opgetrokken muren die de galerijen opdeelden in kamers, werden toen verwijderd. Een vooral sober en koel Paleis was het resultaat.

Nu lijkt het Paleis meer een warm en knus woonpaleis en krijgt de grote collectie empire-meubelen van Lodewijk Napoleon een prominentere plaats. De stoelen werden gerestaureerd en opnieuw gestoffeerd. Tafelbladen zijn gepolijst, versieringen verguld. Nieuwe wandbespanningen, tapijten en gordijnen zorgen voor een verbinding tussen het 17de eeuwse classicistische interieur en de op het classicisme gebaseerde Napoleontische empire-stijl.

Vroeger verwijderde interieurelementen als kroonluchters en lambriseringen zijn weer teruggeplaatst. Schilderijen, kandelabers, bedden en kroonluchters zijn toegevoegd, deels afkomstig uit de paleizen Het Loo en Soestdijk. Zoals in het Burgemeestersvertrek een gerenoveerde kroonluchter van messing, drie meter hoog, 710 kilo zwaar. In de 72 kaarshouders steken nu halogeenkaarsen. Dat heet „19de eeuwse schittering in 17de eeuwse context”.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Kunst & Film