Kunstsector: 17,5 procent zelf verdienen

Door onze kunstredactie

Rotterdam, 25 juni. Theatergroepen, muziekgezelschappen en musea die rijkssubsidie ontvangen moeten vanaf 2013 17,5 procent aan eigen inkomsten genereren, bijvoorbeeld uit sponsoring en kaartverkoop.

Daarnaast moeten zij in de periode 2013-2016 4 procent méér eigen inkomsten binnenbrengen, 1 procent erbij per jaar. Wie na 2016 niet aan de normen voldoet, kan subsidie verliezen.

Minister Plasterk (OCW, PvdA) stemt met de normen in. Ze zijn bedacht door een werkgroep die bestond uit vertegenwoordigers van brancheverenigingen, platforms uit de cultuur- en erfgoedsector en ambtenaren. De normen kunnen aangepast worden als de kredietcrisis voortduurt.

De nieuwe normen gelden alleen voor instellingen die onder de zogenoemde basisinfrastructuur vallen en op basis daarvan subsidie krijgen van OCW. De eigen inkomsten en de groei ervan worden afgemeten aan het totaal van structurele overheidssubsidies dat de instellingen ontvangen van gemeenten, provincies en het rijk. Een instelling die bijvoorbeeld 1 miljoen euro subsidie ontvangt, moet minimaal 175.000 euro aan eigen inkomsten realiseren en binnen vier jaar 40.000 euro meer.

Uit een lijst van het ministerie blijkt dat 17 instellingen nog niet aan de norm voldoen, zoals Museum Boerhaave (5 procent). Volgens Bert Holvast, coördinator van de werkgroep, zijn de normen realistisch en haalbaar. „Van de instellingen zal 40 procent een tandje moeten bijzetten. Maar er is ook een topsegment dat nu al meer dan 30 procent aan eigen inkomsten heeft. Die worden vrijgesteld van de groeinorm van 4 procent.” Het Van Gogh Museum heeft bijvoorbeeld 435 procent eigen inkomsten.

De invoering van het ‘profijtbeginsel’, een omstreden en gevreesde maatregel van Plasterk is hiermee vier jaar uitgesteld. De bijbehorende matchtingregeling is wel al van kracht: voor elke euro extra eigen inkomsten legt OCW er vanaf dit jaar een euro bij.

Gepubliceerd in:
Kunst & Film
Nieuwsbrief