Manuscripta laat boekliefhebbers voorproeven

Door Sebastiaan Kort

Amsterdam, 6 sept. Op Manuscripta werden vanmiddag de boeken van het komende seizoen voorgesteld. Gelukkig wat soberder dan vorig jaar.

Om zich te onttrekken aan het in zijn ogen bekrompen Nederland vertrok de jonge Gerard Reve begin jaren vijftig van de vorige eeuw naar Engeland. Hij wilde niet alleen het land achter zich laten, hij zei ook vaarwel tegen de Nederlandse taal en nam de rigoreuze beslissing vanaf dat moment in het Engels te publiceren. Een onverstandige keuze, zo weten we nu, maar de volksschrijver gooide destijds zo definitief het roer om dat hij de mensen in zijn omgeving sommeerde om voortaan in het Engels met hem te corresponderen én met hem te spreken. Hanny Michaelis, toentertijd zijn vrouw, schijnt het volgens Reve’s biograaf Nop Maas een tijdje te hebben volgehouden.

Voor de Reve-adepten die uitkijken naar het eerste deel van de Reve-biografie die volgende maand zal verschijnen, zijn dit soort ‘vondsten’ de reden om naar Manuscripta te gaan: om alvast een klein voorproefje te krijgen van wat ze dit seizoen op boekengebied te wachten staat. Maas spoorde bij de research voor zijn project ook de negentigjarige Tine Fraterman op. Fraterman was in de oorlogsjaren een tijd lang de vriendin van de drie jaar jongere Reve, maar merkte nog helemaal niets van diens homoseksualiteit. Een ander punt waar Maas in zijn biografie op terugkomt, is het vermeende racisme van Reve: moesten zijn opmerkingen over ‘de prachtvolkeren die maar weer snel met de tsjoekie-tsjoekiestoomboot naar takkie-takkie oerwoud terug moeten’ nu wel of niet serieus genomen worden?

In een ander vraaggesprek op Manuscripta, met Herman Brusselmans dit keer, kwam ook het racistische motief ter sprake. Brusselmans zei dat romancier Robert Vuijsje de hoge verkoopcijfers van zijn roman Alleen maar nette mensen toch vooral aan de rel omtrent het al dan niet aanwezige racistische motief in het boek te danken heeft. “En dat terwijl ik al ruim vijftien jaar racist ben”, klaagde Brusselmans. “Maar heeft mij dat ooit zulke oplages opgeleverd? Geen denken aan.” Snel corrigeerde Brusselmans zichzelf. “Dat van dat racisme van mij is niet waar hoor. Ik heb zelf ook een hekel aan racisten. Vooral aan zwarte racisten.” Dat was ook weer uit de wereld.

Interviewer Arjan Peters suggereerde dat Brusselmans misschien eens over iets anders moet gaan schrijven dan zichzelf, een echt thema aangrijpen bijvoorbeeld. Daar zag Brusselmans niets in. “Ik doe niet aan thema’s. Mijn boeken gaan nergens over. Maar juist als ze nergens over gaan, zeggen ze alles over de tijd waarin wij leven. Want wat overkomt ons nu nog tegenwoordig? We kennen geen oorlog, geen honger. Wat wij kennen aan problemen is de buurman die aan de schijterij is, of een oom die pedofiel zegt te zijn, maar het nog nooit waar heeft gemaakt. Dat soort kleine dingetjes.” Om het publiek wat op te monteren las Brusselmans een deel voor uit zijn naar eigen zeggen “onvergetelijke memoires”, waarin de toen nog jonge oppergod der Vlaamse letteren in gezelschap van uitgever Mai Spijkers op bezoek gaat bij een fan in Abcoude.

Oek de Jong publiceert als schrijver niet veel, maar zijn werk werd over het algemeen erg positief ontvangen. Dertig jaar na de verschijning van Opwaaiende zomerjurken, De Jongs debuut, en zeven jaar na zijn laatste roman Hokwerda’s kind, legt hij nu de laatste hand aan een nieuwe roman. “Net als Opwaaiende zomerjurken bevat het een sterk moeder-zoonmotief en er is wederom veel over mijn jeugd in Friesland en Zeeland”, lichtte De Jong toe. “Ik heb me er maar bij neergelegd dat die thema’s blijkbaar sterk bij mij leven.” De roman zal daarnaast ook gaan over het geleidelijke verdwijnen van de standenmaatschappij in Nederland, dus in de jaren ’40, ’50 en ’60 van de vorige eeuw.

Net als vorig jaar werd er door uitgeverijen en de CPNB alles aan gedaan om de nieuwe waar van dit seizoen in de schijnwerpers te zetten. De wat circus-achtige toestanden van de vorige editie, met een Kop-van Jut en een soort bierfiets waarop schrijvers met fans over het Westergasterrein scheurden, waren dit jaar gelukkig voor een groot deel achterwege gelaten. Met een wat serieuzer programma slaagde men er in om ook de werkelijk geinteresseerde boekenliefhebber tevreden te stellen.

Tot slot de nominaties voor de NS Publieksprijs 2009 die ook vanmiddag bekend werden gemaakt: Het diner van Herman Koch, Over de liefde van Doeschka Meijsing, De verbouwing van Saskia Noort, De prooi van Jeroen Smit, Meisje met negen pruiken van Sophie van der Stap en Alles te verliezen van Esther Verhoef. Op dinsdag 20 oktober wordt de winnaar bekend gemaakt.

Gepubliceerd in:
Kunst & Film