Schilder Noland liet kleur het werk doen
De Amerikaanse schilder Kenneth Noland zal herinnerd worden als een van de grootste coloristen van de twintigste eeuw.
Rotterdam, 7 jan. Vorm en kleur – aan die twee uitgangspunten is schilder Kenneth Noland, die dinsdag op 85-jarige leeftijd overleed aan kanker, zijn leven lang trouw gebleven. Als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Amerikaanse kunststroming Color Field Painting maakte hij schilderijen waarbij de kleur het werk deed. Termen als ruimte en compositie had Noland uit zijn schilderkunst verbannen; de geometrische vormen – vaak cirkels of ruiten – dienden louter nog als mallen voor de kleur.
Noland, in 1924 geboren in Asheville, North Carolina, studeerde van 1946 tot 1948 aan het niet ver van zijn woonplaats gelegen Black Mountain College. Op deze experimentele kunstacademie predikte de geëmigreerde Bauhauskunstenaar Joseph Albers zijn theorieën over geometrische abstractie en liet docent Ilya Bolotowsky Noland kennismaken met het kleurgevoel van Piet Mondriaan en Paul Klee. Op Nolands eerste expositie, in een Parijse galerie in 1949, was de invloed van Klee nog goed zichtbaar. Ook leerde hij in Parijs het werk van Matisse kennen, waardoor hij geïnspireerd raakte om zich verder in ‘kleur-structuren’ te verdiepen.
In de jaren vijftig raakte Noland bevriend met de iets oudere kunstenaar Morris Louis. Samen begonnen ze te experimenteren met nieuwe schildertechnieken, waarbij ze verdunde verf als vlekken op ongeprepareerde doeken lieten druipen. Het waren de hoogtijdagen van het abstract-expressionisme, en net als bijvoorbeeld Jackson Pollock ging het ook Noland om het gebaar van het schilderen zelf, om de spontaniteit van de handeling. Maar Nolands doeken waren minder ruig, afgewogener dan de schilderijen van Pollock.
Het was de legendarische kunstcriticus Clement Greenberg die Noland en Louis als de nieuwe sterren van de Amerikaanse kunst lanceerde. „Zijn kleur treft wegens de helderheid en de energie”, schreef Greenberg in Art International over Nolands cirkelschilderijen. „De kleur is niet neutraal, om gedragen te worden door het ontwerp en de compositie; de kleur draagt zelf.” Nolands werk sloot perfect aan bij Greenbergs modernistische ideeën over schilderkunst die louter nog naar zichzelf verwees. De criticus nodigde Noland uit voor zijn tentoonstelling Emerging Talent in de Kootz Gallery in Manhattan in 1954. Nolands schilderij In a Mist (1955) werd geselecteerd voor de reizende tentoonstelling Young American Painters, georganiseerd door het MoMA in 1956.
Beroemd werd Noland met zijn ‘target’-schilderijen – doeken die eruitzien als schietschijven, met concentrische cirkels rondom een ‘bull’s eye’. Maar ook de zogenaamde ‘chevrons’ (V-vormen) werden een handelsmerk en staan in ieder kunstgeschiedenisboek over Amerikaanse kunst gereproduceerd. In de jaren zestig en zeventig experimenteerde Noland nog enige tijd met ‘shaped canvases’, waarbij het doek zelf vorm werd. De ruitvormen die Noland koos, herinnerden aan de gekantelde composities van Mondriaan. Tegen het eind van zijn carrière keerde Noland weer terug bij zijn geliefde kleurencirkels waarmee hij zijn loopbaan ook begonnen was.
„Schilderen zonder onderwerp is als muziek zonder woorden”, zei hij in 1988 in een lezing. „Het raakt ons diep van binnen als ruimte, ruimtes, lucht.”
